H. Gregorius de Grote, paus en kerkleraar. Vrijdag in week 22 door het jaar

1 Korintiërs 4,1-5

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters,

Zo moet men ons beschouwen:
als helpers van Christus,
belast met het beheer van Gods geheimen.
Welnu, van een beheerder wordt geëist dat hij betrouwbaar blijkt.
Mij is echter heel weinig gelegen aan uw oordeel
of dat van enige menselijke instantie.
Ik oordeel niet eens over mijzelf.
Want al ben ik mij van niets bewust,
daarom ga ik nog niet vrijuit.
De Heer is het die over mij oordeelt.
Oordeelt dus niet voorbarig
voordat de Heer gekomen is.
Hij zal wat in het duister verborgen is aan het licht brengen
en openbaar maken wat er in de harten omgaat.
Dan zal ieder van God de lof ontvangen die hem toekomt.

Lucas 5,33-39

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd zeiden de schriftgeleerden en Farizeeën tot Jezus:
“De leerlingen van Johannes
vasten dikwijls en verrichten gebeden;
die van de Farizeeën doen dat ook,
maar de uwen eten en drinken.”
Jezus antwoordde:
“Kunt gij soms de vrienden van de bruidegom laten vasten zolang de bruidegom bij hen is?
Er zullen echter dagen komen,
dat de bruidegom van hen is weggenomen
en dan, in die tijd, zullen ze vasten.”

Hij gaf hun ook nog een gelijkenis:
“Niemand scheurt een lap van een nieuw kleed
om daarmee een oud te verstellen;
anders verscheurt hij immers niet alleen het nieuwe kleed,
maar de lap uit het nieuwe past bovendien niet bij het oude.
En niemand doet jonge wijn in oude zakken;
anders doet de jonge wijn de zakken bersten,
hij loopt eruit en de zakken gaan verloren.
Maar jonge wijn moet men in nieuwe zakken doen.
En niemand die oude wijn gedronken heeft wenst jonge:
hij zal zeggen: de oude is best.”

© Katholieke Bijbelstichting