Hoofdstuk 14 Het levenseinde van Johannes de Doper [1] In die tijd hoorde de tetrarch* Herodes over Jezus’ faam, [2] en hij zei tegen zijn dienaren: ‘Dat is Johannes de Doper. Hij is uit de doden opgewekt, en daarom zijn die krachten werkzaam in hem.’ [3] Want Herodes had Johannes gearresteerd en hem in de boeien geslagen en in de gevangenis opgesloten vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus. [4] Want Johannes had tegen Herodes gezegd: ‘Het is u niet geoorloofd om haar te bezitten.’ [5] Hij wilde hem uit de weg ruimen, maar hij was bang* voor de mensen, omdat die hem voor een profeet hielden. [6] Toen echter de verjaardag van Herodes gevierd werd, trad de dochter van Herodias op als danseres, tot groot genoegen van Herodes. [7] Daarom beloofde hij onder ede haar te geven wat ze maar zou vragen. [8] Door haar moeder opgestookt, zei ze: ‘Geef mij hier op een schotel het hoofd van Johannes de Doper.’ [9] De koning werd bedroefd, maar vanwege zijn eed en omwille van zijn gasten gaf hij het bevel om het haar te geven. [10] En hij liet Johannes in de gevangenis onthoofden. [11] Zijn hoofd werd op een schotel gebracht en aan het meisje gegeven, en zij bracht het naar haar moeder. [12] Zijn leerlingen kwamen het lijk halen en ze begroeven het, en ze gingen Jezus op de hoogte stellen.
Jezus geeft vijfduizend mensen te eten [13] Toen Jezus dat hoorde, week Hij met een boot uit naar een eenzame plaats om alleen te zijn. Toen de mensen dat hoorden, volgden ze Hem te voet vanuit de steden. [14] Toen Hij van boord ging, zag Hij een grote menigte. Hij had zeer met hen te doen en genas hun zieken. [15] Toen het avond werd, kwamen zijn leerlingen Hem zeggen: ‘Dit is een eenzame plaats en het is al laat geworden. Stuur de mensen weg, dan kunnen ze zelf in de dorpen eten gaan kopen.’ [16] Maar Jezus zei: ‘Ze hoeven niet weg te gaan. Jullie moeten hun te eten geven.’ [17] Zij zeiden Hem: ‘Wij hebben hier niets anders dan vijf broden en twee vissen.’ [18] Hij zei: ‘Breng die hier.’ [19] Hij verzocht de mensen op het gras te gaan zitten, nam die vijf broden en twee vissen, keek op naar de hemel, sprak de zegenbede uit, Hij brak de broden en gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze aan de mensen. [20] Allemaal hadden ze volop te eten. Ze haalden de brokken op die over waren, twaalf korven vol. [21] Afgezien van vrouwen en kinderen waren het zo’n vijfduizend man die gegeten hadden.
Tegenwind op het meer [22] Meteen hierna dwong Hij de leerlingen om aan boord te gaan en alvast voor Hem uit over te steken; dan zou Hij intussen de mensen wegsturen. [23] Toen Hij de mensen had weggestuurd, ging Hij de berg op om te bidden, Hij alleen. Toen het avond geworden was, was Hij daar nog alleen. [24] Toen de boot al veel stadiën* uit de kust was, had die het zwaar te verduren van de golven, omdat de wind tegenzat. [25] Op het einde van de nacht ging Hij lopend over het meer naar hen toe. [26] Toen de leerlingen Hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. ‘Een spook!’, riepen ze, en ze schreeuwden van angst. [27] Meteen zei Jezus: ‘Rustig maar, Ik ben het. Wees niet bang.’ [28] Petrus gaf Hem ten antwoord: ‘Heer, als U het bent, laat me dan over het water naar U toekomen.’ [29] Hij zei: ‘Kom.’ En Petrus stapte overboord, liep over het water en kwam naar Jezus toe. [30] Toen hij lette op de kracht van de wind, werd hij bang, en toen hij begon te zinken, schreeuwde hij: ‘Heer, red me.’ [31] Meteen stak Jezus zijn hand uit en greep hem vast. Hij zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’ [32] Toen ze in de boot gestapt waren, ging de wind liggen. [33] De mensen in de boot vielen voor Hem op de knieën en zeiden: ‘Werkelijk, U bent de Zoon van God*.’ [34] Ze staken over en kwamen aan land in Gennesaret. [35] Toen de mensen uit die plaats Hem herkenden, brachten ze de hele omgeving op de hoogte en bracht men alle zieken bij Hem. [36] Die vroegen of ze Hem mochten aanraken, al was het maar de zoom van zijn kleed. En wie Hem aanraakte, werd gered.
Hoofdstuk 14 De dood van Johannes [1] In die tijd hoorde ook Herodes, de tetrarch, over Jezus vertellen, [2] en hij zei tegen zijn hovelingen: ‘Dat moet Johannes de Doper zijn; hij is opgestaan uit de dood en daardoor beschikt hij over zulke wonderbaarlijke krachten.’ [3] Herodes had Johannes destijds laten arresteren en in de boeien laten slaan en hem in de gevangenis geworpen vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus. [4] Johannes had namelijk tegen hem gezegd: ‘U mag haar niet tot vrouw nemen.’ [5] En hoewel hij hem wilde doden, deed hij dat niet uit vrees voor het volk, dat hem voor een profeet hield. [6] Toen Herodes een feest gaf ter gelegenheid van zijn verjaardag, danste de dochter van Herodias te midden van de aanwezigen, en dat viel bij Herodes in de smaak. [7] Daarom zei hij dat ze zou krijgen wat ze maar zou vragen, en hij bezegelde die belofte met een eed. [8] Door haar moeder daartoe aangezet zei ze: ‘Breng me dan op een schaal het hoofd van Johannes de Doper.’ [9] Deze vraag bedroefde de koning, maar omdat hij in het bijzijn van zijn tafelgasten een eed gezworen had, beval hij dat men het haar zou brengen, [10] en hij gaf opdracht Johannes in de gevangenis te onthoofden. [11] Het hoofd werd op een schaal binnengebracht en aan het meisje gegeven, en zij bracht het naar haar moeder. [12] Zijn leerlingen kwamen het lijk halen, begroeven het en gingen daarna naar Jezus om het hem te vertellen.
Overvloed aan brood, gebrek aan geloof [13] Toen Jezus hiervan hoorde, week hij per boot uit naar een afgelegen plaats waar hij alleen kon zijn. Maar de mensen kwamen het te weten, en vanuit de steden volgden ze hem over land. [14] Toen hij uit de boot stapte en de grote menigte zag, voelde hij medelijden met hen en hij genas hun zieken. [15] Bij het vallen van de avond kwamen de leerlingen naar hem toe en zeiden: ‘Dit is een afgelegen plaats en het is al laat. Stuur de mensen weg, laat ze naar de dorpen gaan om eten voor zichzelf te kopen.’ [16] Maar Jezus zei: ‘Ze hoeven niet weg, geven jullie hun maar te eten.’ [17] Ze antwoordden hem: ‘We hebben hier niets, alleen vijf broden en twee vissen.’ [18] Hij zei: ‘Breng ze mij.’ [19] En nadat hij de mensen opdracht had gegeven op het gras te gaan zitten, nam hij de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit en brak de broden; hij gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze door aan de mensen. [20] Iedereen at en werd verzadigd, en toen ze de stukken brood die over waren ophaalden, hadden ze twaalf manden vol. [21] Er hadden ongeveer vijfduizend man gegeten, vrouwen en kinderen niet meegeteld. [22] Meteen daarna gelastte hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant, hij zou ook komen nadat hij de mensen had weggestuurd. [23] Toen hij hen weggestuurd had, ging hij de berg op om er in afzondering te bidden. De nacht viel, en hij was daar helemaal alleen. [24] De boot was intussen al vele stadiën van de vaste wal verwijderd en werd, als gevolg van de tegenwind, door de golven geteisterd. [25] Tegen het einde van de nacht kwam hij naar hen toe, lopend over het meer. [26] Toen de leerlingen hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze riepen: ‘Een spook!’ en schreeuwden het uit van angst. [27] Meteen sprak Jezus hen aan: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang!’ [28] Petrus antwoordde: ‘Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.’ [29] Hij zei: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. [30] Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: ‘Heer, red me!’ [31] Meteen strekte Jezus zijn hand uit, hij greep hem vast en zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’ [32] Toen ze in de boot stapten, ging de wind liggen. [33] In de boot bogen de anderen zich voor hem neer en zeiden: ‘U bent werkelijk Gods Zoon!’ [34] Toen ze overgestoken waren, gingen ze aan land bij Gennesaret. [35] De mensen daar herkenden hem en maakten zijn komst overal in de omgeving bekend, en men bracht allen die ziek waren bij hem. [36] Die smeekten hem alleen maar de zoom van zijn kleed te mogen aanraken. En iedereen die dat deed werd genezen en was volkomen gezond.
De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.
De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.