Hoofdstuk 19 Echtscheiding en ongehuwd blijven [1] Toen Jezus deze woorden beëindigd* had, vertrok Hij uit Galilea* en ging Hij naar het gebied van Judea, aan de overkant van de Jordaan. [2] Veel mensen volgden Hem, en Hij genas hen. [3] Er kwamen farizeeën op Hem af om Hem op de proef te stellen. Ze zeiden: ‘Is het een man geoorloofd zijn vrouw te verstoten om een willekeurige reden?’ [4] Hij gaf ten antwoord: ‘Hebt u niet gelezen dat de schepper hen vanaf het begin mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt? [5] En dat Hij gezegd heeft: Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn? [6] Ze zijn dus niet meer twee, maar één. Dus, wat God heeft verbonden, moet de mens niet scheiden.’ [7] Ze zeiden Hem: ‘Waarom heeft Mozes dan bevolen haar te verstoten door haar een scheidingsakte te geven?’ [8] Hij zei hun: ‘Omdat u verstokt van hart bent, heeft Mozes u toegestaan uw vrouw te verstoten, maar dat was niet zo vanaf het begin. [9] Maar Ik zeg u: wie zijn vrouw verstoot, behalve in het geval van ontucht, en met een ander trouwt, pleegt echtbreuk.’ [10] Zijn leerlingen zeiden Hem: ‘Als het zo is tussen man en vrouw, is het beter om niet te trouwen.’ [11] Maar Hij zei: ‘Niet allen begrijpen dat woord, alleen zij aan wie het gegeven is. [12] Want er zijn eunuchen* die zo uit de moederschoot geboren zijn, en er zijn eunuchen die door de mensen zo gemaakt zijn, en er zijn eunuchen die zichzelf zo gemaakt hebben omwille van het koninkrijk der hemelen. Wie dat kan, moet het begrijpen.’
Binnengaan in het koninkrijk der hemelen [13] Toen bracht men kinderen bij Hem, met de bedoeling dat Hij hun de handen zou opleggen en voor hen zou bidden. Maar de leerlingen wezen hen terecht. [14] Jezus zei: ‘Laat die kinderen en verhinder niet dat ze bij Me komen, want van zulke kinderen is het koninkrijk der hemelen.’ [15] Hij legde hun de handen op; daarna vertrok Hij. [16] Toen kwam er iemand naar Hem toe die zei: ‘Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwig leven te krijgen?’ [17] Maar Hij zei: ‘Waarom stelt u Mij die vraag over het goede? Eén is er goed. Als u het leven wilt binnengaan, houd u dan aan de geboden.’ [18] ‘Welke?’, vroeg hij. Jezus zei daarop: ‘Niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen, niet vals getuigen, [19] uw vader en uw moeder eren, en uw naaste beminnen als uzelf.’ [20] De jongeman antwoordde Hem: ‘Aan dat alles heb ik mij gehouden. Wat ontbreekt mij nog?’ [21] Jezus zei: ‘Als u onverdeeld goed wilt zijn, ga dan uw bezit verkopen en geef het aan de armen, en u zult een schat hebben in de hemel. Kom dan terug om Mij te volgen.’ [22] Toen de jongeman dat woord hoorde, ging hij verdrietig weg, want hij had veel bezittingen. [23] Tegen zijn leerlingen zei Jezus: ‘Ik verzeker jullie, voor een rijke is het moeilijk het koninkrijk der hemelen binnen te gaan. [24] Nog eens zeg Ik jullie: Een kameel komt gemakkelijker door het oog van een naald dan een rijke in het koninkrijk van God.’ [25] Toen de leerlingen dat hoorden, schrokken ze vreselijk en zeiden: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ [26] Jezus keek hen aan en zei: ‘Bij de mensen kan dat niet, maar bij God kan alles.’ [27] Daarop zei Petrus: ‘Kijk, wij hebben alles achtergelaten en zijn U gevolgd. Wat zullen wij dan krijgen?’ [28] Jezus zei hun: ‘Ik verzeker jullie, bij de wedergeboorte, wanneer de Mensenzoon* op de troon van zijn heerlijkheid zetelt, zullen ook jullie die Mij gevolgd zijn op twaalf tronen zetelen, om te oordelen over de twaalf stammen van Israël. [29] Ieder die zijn huizen, broers, zusters, vader, moeder, kinderen of landerijen heeft achtergelaten omwille van mijn naam, zal het honderdvoud daarvan krijgen en deel hebben aan het eeuwig leven. [30] Vaak zullen de eersten de laatsten zijn en de laatsten de eersten.
Hoofdstuk 19 Leven met het oog op het koninkrijk van de hemel [1] Nadat Jezus deze rede had uitgesproken, verliet hij Galilea en ging hij langs de overkant van de Jordaan naar Judea. [2] Grote massa’s mensen volgden hem, en hij genas hen ter plekke. [3] Toen kwamen er Farizeeën op hem af om hem op de proef te stellen. Ze vroegen: ‘Mag een man zijn vrouw om willekeurig welke reden verstoten?’ [4] Hij zei: ‘Hebt u niet gelezen dat de schepper de mens bij het begin mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt?’ [5] En hij vervolgde: ‘Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één worden; [6] ze zijn dan niet langer twee, maar één. Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.’ [7] Toen vroegen ze hem: ‘Waarom heeft Mozes dan voorgeschreven haar een scheidingsbrief te geven en haar zo te verstoten?’ [8] Hij antwoordde: ‘Omdat u harteloos en koppig bent, daarom heeft Mozes u toegestaan uw vrouw te verstoten. Maar dat is niet vanaf het begin zo geweest. [9] Ik zeg u: wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel, tenzij er sprake was van een ongeoorloofde verbintenis.’* [10] Hierop zeiden zijn leerlingen: ‘Als het met de verhouding tussen man en vrouw zo gesteld is, kun je maar beter niet trouwen.’ [11] Hij zei tegen hen: ‘Niet iedereen kan deze kwestie begrijpen, alleen degenen aan wie het gegeven is: [12] er zijn mannen die niet trouwen omdat ze onvruchtbaar geboren werden, andere omdat ze door mensen onvruchtbaar gemaakt zijn, en er zijn mannen die niet trouwen omdat ze zichzelf onvruchtbaar gemaakt hebben met het oog op het koninkrijk van de hemel. Laat wie bij machte is dit te begrijpen het begrijpen!’ [13] Daarop brachten de mensen kinderen bij hem, ze wilden dat hij hun de handen zou opleggen en zou bidden. Toen de leerlingen hen berispten, [14] zei Jezus: ‘Laat de kinderen ongemoeid, belet ze niet bij mij te komen, want het koninkrijk van de hemel behoort toe aan wie is zoals zij.’ [15] En nadat hij hun de handen had opgelegd, trok hij weer verder.
Binnengaan in het koninkrijk van de hemel [16] Nu kwam er iemand naar Jezus toe met de vraag: ‘Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?’ [17] Hij antwoordde: ‘Waarom vraag je me naar het goede? Er is er maar één die goed is. Als je het leven wilt binnengaan, houd je dan aan zijn geboden.’ [18] ‘Welke?’ vroeg hij. ‘Deze,’ antwoordde Jezus, ‘pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, [19] toon eerbied voor uw vader en moeder, en ook: heb uw naaste lief als uzelf.’ [20] De jongeman zei: ‘Daar houd ik me aan. Wat kan ik nog meer doen?’ [21] Jezus antwoordde hem: ‘Als je volmaakt wilt zijn, ga dan naar huis, verkoop alles wat je bezit en geef de opbrengst aan de armen; dan zul je een schat in de hemel bezitten. Kom daarna terug en volg mij.’ [22] Na dit antwoord ging de jongeman terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen. [23] Jezus wendde zich tot zijn leerlingen: ‘Ik verzeker jullie: slechts met grote moeite zal een rijke het koninkrijk van de hemel binnengaan. [24] Ik zeg het jullie nog eens: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ [25] Toen de leerlingen dit hoorden, waren ze hevig ontzet en vroegen: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ [26] Jezus keek hen aan en antwoordde hun: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk.’ [27] Daarop vroeg Petrus: ‘Wij hebben alles achtergelaten en zijn u gevolgd. Waar kunnen wij naar uitzien?’ [28] Jezus zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: wanneer de tijd aanbreekt dat alles vernieuwd wordt, wanneer de Mensenzoon in zijn majesteit zal zetelen op zijn troon, zullen ook jullie die mij gevolgd zijn plaatsnemen op de twaalf tronen en rechtspreken over de twaalf stammen van Israël. [29] En ieder die broers of zusters, vader, moeder of kinderen, akkers of huizen heeft achtergelaten omwille van mijn naam, zal het honderdvoudige ontvangen en deel krijgen aan het eeuwige leven. [30] Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten.
De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.
De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.