|
door Philippe van Heusden
Van de schrijver Godfried Bomans stamt de uitspraak: 'Na de Bijbel valt elke vorm van lectuur mee. Als je door dat roggebrood eenmaal bent heen gebeten, is alles verder beschuit.'
Zo zien veel mensen de Bijbel: als roggebrood waar niet doorheen te komen is, een hels karwei. Nu kun je niemand dwingen om roggebrood lekker te vinden, maar je kunt iemand wel uitnodigen het eerst eens te proeven.
Voor die fijnproevers geeft Philippe van Heusden hier enkele wenken, om zelf de eerste stappen te zetten en zo de smaak van bijbellezen te pakken te krijgen.
Alleen of samen?
Natuurlijk kunt u de Bijbel, net als elk ander boek, heel goed in uw eentje lezen. Maar als u het samen met anderen doet, heeft dat een aantal voordelen. Het is onderhoudender en u houdt het doorgaans langer vol. De vragen en opmerkingen van anderen kunnen uw eigen vragen scherpen of vooringenomenheid relativeren, en omgekeerd. Bovendien doet u samen meer ontdekkingen dan alleen.
Als dat zo mogelijk in oecumenisch verband gebeurt, biedt dat verrassende extra's. Je ontmoet elkaar bij een gemeenschappelijke bron, maar met verschillende vertalingen, wat nog eens de rijkdom van de bijbeltekst onderstreept. Eeuwenoude scheidsmuren en vooroordelen kunnen worden overwonnen. Specifieke kwaliteiten van de verschillende christelijke tradities vullen elkaar aan. Zo kunnen katholieken hun voordeel doen met de protestantse bijbelvastheid; protestanten kunnen profiteren van de katholieke spirituele inslag en de vaak onbevangen houding waarmee ze een bepaald bijbelverhaal voor het eerst lezen.
Sporadisch of regelmatig?
Elke taal moet je leren. Alle oefening baart kunst. Herhaling is de moeder van alle studie. Een relatie vergt onderhoud. Dit alles geldt ook voor het lezen van de Bijbel. Zoals elk goed literair werk geeft de Bijbel zijn rijkdom niet zo maar prijs, maar wordt die gaandeweg ontdekt, in een regelmatige omgang. De Bijbel is geen receptenboek of naslagwerk waarin u op al uw acute vragen een pasklaar antwoord vindt. Alleen wie met een zekere regelmaat de Bijbel leest, zal zich de bijbelse taal eigen maken, de grotere verbanden ervan op het spoor komen en de rode draden erin gaan ontdekken.
Alleen de Bijbel?
Misschien boezemt een directe confrontatie met de bijbeltekst zelf toch de nodige angst in. In dat geval is het raadzaam een hulpmiddel te gebruiken dat de drempel verlaagt. Bijbelvertalingen als de Willibrordvertaling (Uitg. KBS) en de Groot Nieuws Bijbel (Uitg. KBS / NBG) worden uitgebracht in edities met inleidingen die kunnen helpen om u eerst een globaal beeld te vormen van de Bijbel als geheel of van afzonderlijke bijbelboeken. Aantekeningen en registers verklaren historische en culturele achtergronden waarmee de moderne lezer vaak niet vertrouwd is.
Een ander hulpmiddel is de brochure Lezen om te leven van Loed Loosen (Uitg. KBS / VBS, 2002). In zeven beknopte hoofdstukken ontvouwt Loosen enkele fundamentele beginselen over het lezen van de Bijbel: hoe moeten we dat boek vooral niet verstaan - en hoe wel? Elk hoofdstuk wordt gevolgd door een bijbeltekst, bedoeld als leesoefening.
Ook is het mogelijk eerst een boek te lezen dat bijbelse verhalen in eigentijdse woorden 'hertaalt' of vertolkt. Een voorbeeld daarvan is de vijfdelige serie Het verhaal gaat van dominee Nico ter Linden (Uitg. Balans, Amsterdam). Een ander voorbeeld van een dergelijke vertolking is het meeslepende boek De bijbel nu van de Israëlische schrijver Meïr Shalev (Uitg. Vassallucci, Amsterdam, 1995).
Van begin tot einde?
U kunt natuurlijk op de eerste bladzijde van de Bijbel beginnen en u zo naar het einde toe worstelen. De ervaring leert dat het gros van de mensen die zo Bijbel beginnen te lezen, voortijdig en vaak definitief afhaakt. Het boek Genesis lukt meestal nog wel, maar naarmate het boek Exodus voortschrijdt, vallen er steeds meer lezers af en eenmaal bij Leviticus aanbeland, is er vrijwel geen sterveling meer over. En dan zijn er nog zeventig boeken te gaan!
Een manier om deze dreigende teleurstelling te vermijden is de Bijbel in een variëteit van kleinere porties te lezen. Een hulpmiddel daarbij is bijvoorbeeld het Bijbelleesrooster dat KBS / VBS jaarlijks uitbrengen (ook op internet: www.rkbijbel.nl) en waarin een palet aan lezingen uit de héle Bijbel wordt aangeboden geordend naar thema.
Een andere mogelijkheid is om eerst een selectie te maken van 'gemakkelijker toegankelijke' en 'moeilijker toegankelijke' boeken. Voorbeelden van het eerste zijn kleinere, afgeronde en/of meer verhalende boeken als Ruth, Ester of Jona, maar ook tekstgedeelten als de Jozef-cyclus (Genesis 37-50) of een reeks verhalen over David (1 Samuël 16-30). Dergelijk verhalend proza leent zich uitstekend voor een eerste kennismaking met de Bijbel. De Jozef-cyclus bijvoorbeeld is een adembenemend verhaal dat leest als een moderne roman.
Als 'moeilijker toegankelijke' boeken of tekstgedeelten kunnen gelden een geschrift als Leviticus met zijn opsommingen van voorschriften, de poëtische boeken of teksten (bijvoorbeeld Job), maar ook de brieven van Paulus.
Met opzet zijn hier weinig Nieuwtestamentische boeken genoemd. Om twee redenen. Ten eerste wordt vaak ten onrechte gedacht dat het Oude Testament moeilijker is dan het Nieuwe Testament, met name de evangeliën. Dat komt vooral voort uit een grotere vertrouwdheid met het Nieuwe Testament en relatieve onbekendheid met het Oude Testament. Ten tweede wordt het Oude Testament vaak niet omwille van zichzelf gewaardeerd, als een volwaardige geloofsgetuigenis en vindplaats van God, maar gezien als slechts een kwalitatief minder voorspel op het Nieuwe Testament.
Kortom, kiest u eens een kleiner stuk verhalend proza, bij voorkeur uit het Oude Testament, dat een afgerond geheel vormt en relatief gemakkelijk toegankelijk is. Bijvoorbeeld het boek Jona. Pas daar nu eens de volgende leesstappen op toe!
Leesstappen
- Lees het verhaal in z'n geheel aandachtig door en lees het daarna nog eens! Een middel om de concentratie vast te houden is de tekst hardop te lezen, of bijvoorbeeld de tekst in een volgende fase uit te schrijven in een eigen 'lay-out'.
- Wat roept het verhaal op, in positieve zin en in negatieve zin? Wat stuit u tegen de borst of spreekt u juist aan? Wat snapt u niet? Waar bent u het mee eens of oneens? Noteer uw bevindingen en leg ze opzij.
De praktijk leert dat dit soort vragen voor veel mensen zowel confronterend als bevrijdend werkt: 'Ik erger mij aan Jona!' of 'Waarom werd Abraham door de Eeuwige getest met zo'n uiterste beproeving als de binding van Isaak?' of 'Mag ik het oneens zijn met Jezus?' of 'Ik beklaag Job, want hij is ook maar een tragisch proefkonijn in Gods weddenschap met satan!' De Bijbel blijkt bevolkt te zijn met herkenbare mensen van vlees en bloed, even menselijk, broos en sterk als wij, even twijfelend en vertrouwend.
- Probeer in een enkele woorden samen te vatten waar het verhaal over gaat!
- Zoek de voornaamste of dragende woorden in de tekst op! Welke werkwoorden komen in de tekst voor? Welke zelfstandige naamwoorden? Welke bijvoeglijke naamwoorden? Schrijf ze eens soort bij soort naast elkaar? Wat valt dan op?
- Nu kan het leesproces wat verdiept worden door te onderzoeken uit welke draden een verhaal geweven is. In een goed verhaal, ook een bijbelverhaal, is namelijk niets aan het toeval overgelaten: ruimte, tijd en acteurs zijn zorgvuldig geregisseerd. De volgende vragen kunnen u helpen deze verhaaldraden op het spoor te komen:
a. Hoe is het verhaal in tijd en ruimte ingedeeld?
b. Uit welke scènes is het verhaal opgebouwd? Welk verband hebben deze scènes met elkaar?
c. Hoe is de rolverdeling in het verhaal? Wie zijn de hoofdfiguren, wie de bijfiguren? Welke rollen spelen zij? Hoe verhouden zij zich tot elkaar? Hoe reageren zij op elkaar?
d. Wat wil het verhaal naar voren brengen? Waar wil de verteller met de lezer naartoe?
- De laatste vraag is een goede opstap naar de vraag wat de (gelovige) betekenis van de tekst kan zijn voor de huidige lezer. Een hulpmiddel daarbij is om de bevindingen na het afleggen van de leesroute te vergelijken met uw bevindingen bij de vragen 2 en 3. Vaak verschillen die.
Philippe van Heusden is directeur van de Katholieke Bijbelstichting.
Deze tekst is een geactualiseerde versie van een artikel dat eerder verscheen in: Bijbelmagazine JOTA, (KBS / VBS), jrg. 9, 1997, nr. 1, blz. 18-19.
|
 |