1. Inleiding
Het Lectionarium op de website van de Katholieke Bijbelstichting
Op de website van de Katholieke Bijbelstichting staat vanaf 8 september 2008 de tekst van de Schriftlezingen uit het Lectionarium voor alle dagen van het jaar, overeenkomstig de opgave in het Directorium voor de Nederlandse Kerkprovincie1.
2. Lectionarium en Willibrordvertaling
Vaak wordt gedacht dat in het Lectionarium precies dezelfde tekst staat als in de 'oude' Willibrordvertaling (d.w.z. de vertaling die in 1975 voor het eerst als complete Bijbelvertaling verscheen; hierover verderop meer). Dat is echter niet het geval. De overeenkomsten zijn groot, maar er zijn ook verschillen.
Wat is het Lectionarium?
Het Lectionarium bevat de officiële lezingen voor kerkdiensten van de Rooms-Katholieke Kerk, zoals die in opdracht van het Tweede Vaticaans Concilie zijn uitgekozen. Het zijn telkens stukjes van rond de tien verzen uit de Bijbel, de ene keer wat langer, de andere keer wat korter.
In het volgende beperken we ons tot de volgende zeven delen die van het Lectionarium zijn uitgegeven. Er zijn drie boeken waarin een driejarige cyclus (het A- B- en C- jaar) van zondagslezingen is opgenomen. In het A-jaar staat het Evangelie volgens Matteüs centraal, in het B-jaar dat van Marcus en in het C-jaar dat van Lucas. Daarnaast is er een viertal boeken waarin de lezingen voor de weekdagen zijn opgenomen. Om precies te zijn, staan in deel I de lezingen voor de weekdagen in de Advent, de Kersttijd, de Veertigdagentijd en de Paastijd. In deel II die voor de vierendertig weken door het jaar van jaar I (de oneven jaren 2009, 2011, 2013 enz.) en in deel III die van jaar II (de even jaren 2008, 2010, 2012 enz.). Ten slotte zijn in deel IV de lezingen opgenomen voor de viering van heiligenfeesten, voor de viering of verjaardag van de kerkwijding, voor de feesten van Maria, van martelaren, pastores, kerkleraren, maagden en andere heiligen.
Deze zeven (A, B, C, I, II, III en IV) lectionaria zijn verschenen tussen 1969 en 1974. Daarnaast bestaan er speciale lectionaria waaruit gelezen wordt bij de toediening van de sacramenten en een Lectionarium voor missen ter ere van de heilige maagd Maria. Deze laten we hier buiten beschouwing.
Wat is de Willibrordvertaling?
De Willibrordvertaling is - in tegenstelling tot het Lectionarium - een vertaling van de gehele Bijbel. Over de vertaling zelf komen we straks te spreken.
In verband met de vergelijking met het Lectionarium is het belangrijk te weten dat deze vertaling niet in één keer als compleet boek van Genesis tot en met Openbaring (Apokalyps) is verschenen. De Willibrordvertaling is in een periode van vijftien jaar in een aantal delen delen voltooid. Eerst zijn het Nieuwe Testament in 1961 en het Oude Testament (vijf losse delen, 1966-1973) verschenen. Pas in 1975 verscheen de complete Bijbel; daarvan verscheen in 1978 een derde druk, die we als de definitieve tekst van de Willibrordvertaling mogen beschouwen. Weliswaar was de Willibrordvertaling er toen wel, maar achteraf bleek de vertaling toch niet één geheel te vormen. Daarom werd al spoedig begonnen aan een herziene Willibrordvertaling. In 1982 verscheen een nieuwe vertaling van de Psalmen, in 1987 van de Evangeliën en de Handelingen van de apostelen, in 1992 een herziening van het Nieuwe Testament, waarin de vertaling van de Evangeliëën en Handelingen van de apostelen uit 1987 was opgenomen. In 1995 verscheen een uitgave van de gehele Bijbel, gereviseerd aan de hand van de uitgaven uit 1982, 1987 en 1992.
In totaal is er ongeveer een halve eeuw aan de Willibrordvertaling gewerkt.
3. De verschillen tussen Lectionarium en Willibrordvertaling
Historisch bezien
Uit het voorgaande blijkt dat bijna alle delen van het Lectionarium, op één deel na, zijn verschenen tijdens het ontstaansproces van de Willibrordvertaling. Globaal kan men zeggen dat alleen de Bijbelboeken Genesis tot en met Koningen2 en het Nieuwe Testament reeds vóór het ontstaansproces van de Lectionaria voorhanden waren. Later kwamen daar de boeken Kronieken tot en met Makkabeeën3 bij. In ieder geval heeft men (behalve voor deel IV van het Lectionarium, dat in 1974 is verschenen) geen gebruik kunnen maken van de voltooide Willibrordvertaling van de boeken Jesaja tot en met Maleachi4 en Job tot en met Sirach5.
In het Lectionarium is van één Bijbelboek helemaal niet de Willibrordvertaling opgenomen: Psalmen. Dat is opgenomen in de vertaling van Ad.W. Bronkhorst. O.P., Psalterium6. Dit is opmerkelijk, omdat dit een tamelijk vrije vertaling is.7
De Bijbelboeken die nog niet in de Willibrordvertaling waren gepubliceerd, heeft men voor opname in het Lectionarium grotendeels gebaseerd op de vertaling die reeds in de vorm van de commentaarreeks De Boeken van het Oude Testament voorhanden was en op vertalingen uit een voorstadium van de Willibrordvertaling, voorzover die voorhanden waren.
Verschillen in de vertaling
Uit het bovenstaande mag men niet afleiden dat de tekst van de 'oude' Willibrordvertaling zonder meer is overgenomen als deze voorhanden was. In het algemeen heeft men bij de vertaling van het Lectionarium altijd ook gekeken naar de interpretatie van de Latijnse Bijbelvertaling, de Vulgaat. De Vulgaat (en met name de Neo-Vulgaat8) wordt door de rooms-katholieke kerk beschouwd als de richtinggevende tekst bij de interpretatie van de Bijbel.
Dit is bij de Willibrordvertaling niet aan de orde, omdat die vertaling is gebaseerd op de Hebreeuwse, Aramese en Griekse brontekst. De (Neo-)Vulgaat is zelf al een vertaling (in het Latijn).
Overigens komt het zelfs voor dat bepaalde eendere passages - los van het hoofdlettergebruik9 - in de lectionaria niet identiek zijn, bijvoorbeeld Jesaja 55,10-11.
Voorbeeld: Jesaja 63,17
| Lectionarium (1969) |
'oude' Willibrordvertaling (1972) |
'oude' Willibrordvertaling (1975/8) |
'nieuwe' Willibrordvertaling (1995) |
|
Waarom Heer liet Gij ons van uw wegen afdwalen zodat ons hart verstokt werd en U niet meer vreesde? Keer U weer tot ons omwille van uw dienaren. Omwille van de stammen die uw eigendom zijn.
|
Waarom, Jahwe, liet gij ons afdwalen, en maakte gij ons zo halsstarrig, dat wij u niet meer vreesden? Wordt weer als vroeger voor uw dienaars, voor de stammen die uw eigendom zijn.
|
Waarom, Jahwe, liet Gij ons van uw wegen afdwalen, waarom liet Gij ons hart verstenen, dat het U niet meer vreest? Keer terug, wees uw dienstknechten ter wille, de stammen die uw eigendom zijn.
|
Waarom, HEER, liet U ons van uw wegen afdwalen, waarom liet U ons hart verstenen, zodat het U niet meer vreest? Keer terug, omwille van uw dienstknechten, de stammen die uw eigendom zijn.
|
In de commentaarreeks De Boeken van het Oude Testament (Deel IX: 1972) luidt de vertaling:
'Waarom, Jahweh, hebt gij ons van uw wegen laten afdwalen, waarom ons hart laten verharden, zodat het u niet vreest? Keer terug omwille van uw dienaren, de stammen die uw bezit zijn.'
4. Enkele verschillen in het algemeen
Los van deze ontstaansgeschiedenis zijn er in het algemeen verschillen tussen Lectionarium en Willibrordvertaling te vinden. Deze verschillen berusten op het feit dat deze Bijbellezingen moeten fungeren in een liturgisch geheel. Het kader van dit liturgisch geheel is gegeven in het Altaarmissaal. Liturgie vereist dat alles één stemmig geheel vormt (het 'ensemble'), met een eenheid van stijl als grondpatroon. De Willibrordvertaling, die een eigentijdse, maar wetenschappelijk verantwoorde vertaling van een Hebreeuwse, Aramese en Griekse tekst is, draagt een ander karakter dan de plechtstatige gebedstekst van het Altaarmissaal. Een voorbeeld is het gebruik van 'u' en 'gij' en de werkwoordsvormen die daarbij horen: 'u had' en 'gij hadt' of 'u zou' en 'ge zoudt', maar ook: 'recht en billijkheid' (Lect.) naast 'gerechtigheid en recht' (WV) (Spr 21,3).
De Godsnaam
Over de Godsnaam moet nog iets gezegd worden. Voorheen was het in de Willibrordvertaling gebruikelijk de Godsnaam uit het Hebreeuws over te nemen en voluit te schrijven. Reeds de oude kerk sprak, in navolging van de joden, de Godsnaam niet uit, en verving deze door Kurios, 'Heer'. De herziene Willibrordvertaling doet dat ook, maar laat door middel van het kleinkapitaal zien dat hier de Godsnaam wordt weergegeven: HEER. Deze komt ook voor in de combinatie 'de Heer GOD'. Dat gebeurt ook in de weergave van het Lectionarium op de website van de KBS.
Het Lectionarium is een voorleestekst
Het Lectionarium is een tekst om (in de kerk) voor te lezen. Er worden korte gedeelten uit de Bijbel gelezen, telkens zo'n 5 à 10 verzen, soms meer. Daarbij kan het voorkomen dat de tekst midden in een langere eenheid begint, zodat onduidelijk is waarop de openingszin betrekking heeft. Daarom staan in het Lectionarium aan het begin van de lezing meestal inleidende woorden (in het Latijn incipit geheten), zoals 'In die tijd', 'In die dagen', 'Broeders en zusters', 'Geliefden', of 'Dit zegt de Heer.'
In het Lectionarium - als voorleestekst - is speciale aandacht geschonken aan de voorleesbaarheid. De tekst is dan ook weergegeven in zinseenheden die telkens op een nieuwe regel beginnen. Dat bevordert de leesbaarheid van de tekst, en dus het juiste voorlezen, en dus het verstaan van de tekst. Het neemt overigens niet weg dat degene die voorleest, zich goed moet voorbereiden om de juiste zins- en woordklemtonen te leggen (bv. niet steevast op het laatste woord van de zin) en zich op de hoogte moet stellen van de juiste uitspraak van de plaats- en eigennamen.
De toegankelijkheid van het Lectionarium op de website van de KBS vergemakkelijkt het voorbereiden van een lezing reeds lang van te voren.
5. Enkele voorbeelden
Lucas 17,6
Om een indruk van de verschillen in stijl te geven volgt hier een voorbeeld van een vers dat op maandag 10 november 2008, de feestdag van de H. Leo de Grote, wordt gelezen:
| 'Oude' Willibrordvertaling' (1961) |
Lectionarium (deel III, 1971) |
'Nieuwe' Willibrordvertaling (1995) |
|
De Heer antwoordde: 'Als ge een geloof hadt als een mosterdzaadje, zoudt ge tot die moerbeiboom zeggen: Maak uw wortels los uit de grond en plant u in de zee, en hij zou u gehoorzamen.
|
De Heer antwoordde: 'Als ge een geloof hadt als een mosterdzaadje, zoudt ge tot die moerbeiboom zeggen: Maak uw wortels los uit de grond en plant u in de zee, en hij zou u gehoorzamen.'
|
De Heer zei: 'Al heb je maar een vertrouwen als een mosterdzaadje, als je tegen die moerbeiboom daar zegt: "Kom met wortel en al uit de grond en verplant je naar zee", dan zou hij je gehoorzamen.'
|
De Lectionariumtekst is identiek met de 'oude' Willibrordvertaling (1978) en er is een verschil in stijl tussen deze twee en de 'nieuwe' Willlibrordvertaling (1995). 'Ge (hadt, zoudt)' klinkt plechtstatiger dan 'heb je'. Datzelfde is het geval met 'Maak uw wortels los' en 'kom met wortel en al'. In het algemeen gebruikt de herziene Willibrordvertaling gemakkelijker 'jij' als een hogergeplaatste tot een gelijke of lagergeplaatste spreekt. Ten slotte is de zinsstructuur van de twee eerste vertalingen anders, misschien moeilijker, dan die van de derde: 'Als ge … zoudt ge … en hij' tegenover 'Al heb je maar … als je … dan zou hij'.
Genesis 1,2
| 'Oude' Willibrordvertaling (1966) |
Lectionarium (1969/1970/1971) |
'Oude' Willibrordvertaling (1975) |
'Nieuwe' Willibrordvertaling (1995) |
|
De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte, en een hevige wind joeg de wateren op.
|
De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte en een hevige wind joeg de wateren op.
|
De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte, en de Geest van God zweefde over de wateren.
|
De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte, en de geest van God zweefde over de wateren.
|
Het Lectionarium heeft de 'vondst' uit 1966 overgenomen, maar in 1975/1978 is men daarop teruggekomen. In het Hebreeuws staat er roeach elohiem. Het probleem is, dat beide woorden twee betekenissen hebben: roeach kan zowel 'wind' als 'geest' betekenen en elohiem zowel 'God' als een overtreffende trap ('zoals 'grootst'). Vandaar de twee mogelijkheden.
5. Enkele teksten die tijdens het samenstellen van het Lectionarium nog niet in de Willibrordvertaling voorhanden waren
Jona 3,2
| Lectionarium (1969) |
'Oude' Willibrordvertaling (1972) |
'Oude' Willibrordvertaling (1975/1978) |
'Nieuwe' Willibrordvertaling (1995) |
|
'Begeef u op weg naar Ninive, de grote stad, en verkondig haar de boodschap die Ik u zal geven.'
|
Sta op, ga naar Nineve, de grote stad Nineve, en zeg haar aan wat ik u te zeggen heb gegeven.
|
'Sta op, ga naar Nineve, de grote stad Nineve, en zeg haar aan wat Ik u te zeggen heb gegeven.'
|
'Sta op, ga naar Nineve, de grote stad, en kondig haar aan wat Ik u te zeggen heb gegeven.'
|
Hier valt in de eerste plaats de schrijfwijze van de plaatsnaam op: 'Nineve' in plaats van 'Ninive'. Sinds 1968 houden de Bijbelgenootschappen zich aan een uitspraak die aansluit bij de oorspronkelijke, in het Hebreeuws. Ook in de vertaling van het zich op weg begeven speelt het Hebreeuws een rol; daar staat niet één woord, maar staan twee termen. Vandaar dat deze in de Willibrordvertaling apart tot uitdrukking komen: 'Sta op, ga.' Het is moeilijk gebleken het verkondigen, aanzeggen of aankondigen goed weer te geven. Het Hebreeuws heeft 'roep', iets wat we in sommige andere vertalingen aantreffen. Het Lectionarium heeft zich duidelijk gericht naar de Latijnse tekst: praedica … praedicationem, lett. 'preek de prediking.'
Overigens staat in de commentaarreeks De Boeken van het Oude Testament (Deel XII: 1953) weer een andere vertaling: 'Maak u op, vertrek naar Ninive, de grote stad, en breng haar de prediking, die Ik u heb bevolen.'
Jesaja 55,10-11: Op twee plaatsen verschillend vertaald
| Lectionarium I (dinsdag in de 1e week in de Veertigdagentijd) |
Lectionarium A (15e zondag door het jaar) |
|
Zo spreekt God de Heer: 'Zoals de regen en de sneeuw uit de hemel vallen en daar pas terugkeren wanneer zij de aarde hebben gedrenkt, haar hebben bevrucht zodat zij groen wordt, wanneer zij het zaad aan de zaaier hebben gegeven en het brood aan de eter, zo zal het ook gaan met het woord dat komt uit mijn mond; het keert niet vruchteloos naar Mij terug; het keert pas weer wanneer het Mijn wil volbracht heeft en zijn zending heeft vervuld.'
|
Zo spreekt de Heer: 'Zoals de regen en de sneeuw uit de hemel vallen en daar pas terugkeren wanneer zij de aarde hebben gedrenkt, haar vruchtbaar hebben gemaakt en haar met groen hebben bedekt, wanneer zij het zaad aan de zaaier hebben gegeven en het brood aan wie moet eten; zó zal het ook gaan met het woord dat komt uit mijn mond; het keert niet vruchteloos naar Mij terug; het keert pas weer wanneer het Mijn wil heeft volbracht heeft en zijn zending heeft vervuld.'
|
De verschillen tussen beide lezingen zijn weliswaar niet groot, maar het is strijdig met het gedachtegoed van het Lectionarium dat dezelfde tekst op twee verschillende manieren wordt vertaald. De zinnetjes 'haar hebben bevrucht zodat zij groen wordt' (I) en 'haar vruchtbaar hebben gemaakt en haar met groen hebben bedekt' (A) lijken weliswaar op elkaar, maar 'bevruchten' en 'vruchtbaar maken' is toch niet hetzelfde. Overigens benadert de vertaling 'bevrucht' het best wat in het Hebreeuws staat en dit staat ook in de Willibrordvertaling-1978 en -1995. De beide Lectionariumteksten verschillen ook waar het gaat om het onderwerp van het groen worden: in I zijn dat het (niet met zoveel woorden genoemde) planten; in A hebben de regen en de sneeuw de aarde met groen bedekt. De Willibrordvertaling benadert het Hebreeuws het beste door 'met planten bedekt' te vertalen. De protestantse Nieuwe Vertaling (1951) is nog letterlijker: 'en doet haar uitspruiten.'
Slot: een voorbeeld van een willekeurige perikoop: Matteüs 21,28-32 (zondag 28 september 2008 / Zesentwintigste zondag door het jaar)
| 'Oude' Willibrordvertaling (1961 + 1975/1978) |
'Nieuwe' Willibrordvertaling (1995) |
|
Wat denkt ge van het volgende? Een man had twee zonen. Hij ging naar de eerste toe en zei: Mijn zoon, ga vandaag werken in mijn wijngaard. Goed vader, antwoordde deze, maar hij deed het niet. Toen ging hij naar de tweede en zei hetzelfde. Deze antwoordde: Neen, ik wil niet; maar later kreeg hij spijt en ging toch. Wie van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan? Ze zeiden: de laatste. Toen zei Jezus hun: Voorwaar, Ik zeg u: de tollenaars en de ontuchtige vrouwen gaan eerder dan gij het Rijk Gods binnen. Johannes kwam tot u en beoefende de gerechtigheid; toch hebt gij hem geen geloof geschonken, terwijl de tollenaars en de ontuchtige vrouwen hem wel geloof schonken. Maar zelfs, nadat ge dit hadt gezien, zijt ge toch niet tot inkeer gekomen en hebt ge hem geen geloof geschonken.
|
'Maar wat denkt u hiervan? Iemand had twee zonen. En hij ging naar de eerste en zei: "Jongen, ga vandaag in de wijngaard werken." Hij antwoordde: "Nee, ik wil niet." Later bedacht hij zich en ging toch. Toen ging hij naar de tweede en zei hetzelfde. Die antwoordde: "Goed, heer." Maar hij ging niet. Wie van de twee heeft de wil van de vader gedaan?' Ze zeiden: 'De eerste.' Jezus zei hun: 'Ik verzeker u, tollenaars en hoeren gaan u voor naar het koninkrijk van God. Toen Johannes naar u toe kwam op de weg van de gerechtigheid, hebt u hem geen geloof geschonken. De tollenaars en de hoeren hebben hem wel geloof geschonken. Maar u hebt zich ook later, toen u dat zag, niet bedacht en hem geen geloof geschonken.'
|
De eerste drie vertalingen verschillen dusdanig weinig van elkaar, dat volstaan kon worden met de opname van de vertaling uit 1961. In het Lectionarium begint (incipit) de tekst met: 'In die tijd zei Jezus tot de hogepriesters en de oudsten van het volk.' De verschillen met de 'nieuwe' Willibrordvertaling zijn daarentegen groot.
Allereerst valt op dat de 'nieuwe' Willibrordvertaling de volgorde van de zonen heeft omgedraaid: nu gaat de zoon die eerst 'nee' zegt, voorop. Dat gaat terug op een groep andere (betere) handschriften. Inhoudelijk verandert er niets.
Naast het 'ge/gij' en 'u' met de bijbehorende werkwoordsvormen en het 'neen' tegenover het 'nee' valt vooral op dat sprake is van 'een man'/'iemand', 'mijn zoon'/'jongen', 'mijn wijngaard'/'de wijngaard'. Het 'Voorwaar, ik zeg u' is in de 'nieuwe' Willibrordvertaling het minder formele, maar wel duidelijker 'Ik verzeker u' geworden. Op dezelfde manier zijn de 'ontuchtige vrouwen' eenduidige 'hoeren' geworden. Het 'Rijk Gods' is, overeenkomstig het Nederlands van 1995, 'koninkrijk van God' geworden en de lange zin over Johannes is in tweeën geknipt. Tot slot is wellicht 'zich bedenken' iets moderner, maar wel vager dan 'tot inkeer komen'.
6. Willibrordvertaling en Lectionarium: tijdsschaal
Om een snel overzicht te krijgen in de volgorde van publicatie van de diverse boeken volgt hier een tijdsschaal.
| Jaar |
'Oude' WV |
Lectionarium10 |
'Nieuwe' WV |
| 1961 |
Nieuwe Testament |
|
|
| 1966 |
Oude Testament 1: Gn-Dt
Nieuwe Testament: herziening |
|
|
| 1968 |
Oude Testament 2: Joz-K |
|
|
| 1969 |
Ad W. Bronkhorst, Psalterium voor gemeenschapsgebed |
Deel B: zondagen |
|
| 1970 |
Oude Testament 3: Kr-Mak |
Deel C: zondagen
Deel I: weekdagen Advent, Kersttijd, Veertigdagentijd, Paastijd
Deel II: weken door het jaar I |
|
| 1971 |
|
Deel A: zondagen
Deel III: weken door het jaar II |
|
| 1972 |
Oude Testament 5: Js-Mal
I.G.M. Gerhardt en M.H. van der Zeyde, De Psalmen vertaald uit het Hebreeuws |
|
|
| 1973 |
Oude Testament 4: Job-Sir |
|
|
| 1974 |
|
Deel IV: heiligen, gemeenschappelijke schriftlezingen, rituele vieringen, bijzondere omstandigheden, votieve vieringen |
|
| 1975 |
De Bijbel: Totum |
|
|
| 1978 |
De Bijbel: Totum (herziene 3e druk) |
|
|
| 1982 |
|
|
N. Tromp e.a., Psalmen. KBS-vertaling |
| 1987 |
|
|
De Evangeliën en de Handelingen van de apostelen |
| 1992 |
|
|
Nieuwe Testament (herziening) |
| 1995 |
|
|
Totum: De Bijbel |
| 2008 |
|
Schriftlezingen uit het Lectionarium op de website van de KBS |
|
Voetnoten
|
Kalender voor het liturgisch jaar 2007-2008. Jaar A. Even,'s-Hertogenbosch, Nationale Raad voor Liturgie, 2007 en volgende delen. |
|
Genesis t/m Koningen: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri, Deuteronomium, Jozua, Rechters, Ruth, 1 en 2 Samuël, 1 en 2 Koningen. |
|
Kronieken t/m Makkabeeën: 1 en 2 Kronieken, Ezra, Nehemia, Tobit, Judit, Ester, 1 en 2 Makkabeeën. |
|
Jesaja t/m Maleachi: Jesaja, Jeremia, Klaagliederen, Baruch, Ezechiël, Daniël, Hosea, Joël, Amos, Obadja, Jona, Micha, Nahum, Habakuk, Sefanja, Haggai, Zacharia, Maleachi. |
|
Job t/m Sirach: Job, Psalmen, Spreuken, Prediker, Hooglied, Wijsheid, Wijsheid van Jezus Sirach. |
|
De vertaling van de Psalmen (door Dr. I.G.M. Gerhardt en Dr. M.H. van der Zeyde) is apart verschenen (1972) en vervolgens opgenomen in het deel Job t/m Sirach (1973). Later (in 1982) verscheen De Psalmen, vertaald door N. Tromp en anderen. Deze laatste Psalmvertaling ligt meer in de lijn van de Willibrordvertaling dan de eerste en is opgenomen in de 'nieuwe' Willibrordvertaling uit 1995. |
|
In de Verantwoording staat: 'De gestelde eisen dwongen vaak tot een compromis: terwille van de helderheid en van het ritme werd hier en daar een nuance van de tekst verwaarloosd […] Waar de originele tekst niet duidelijk was werd aan helderheid de voorkeur gegeven boven getrouwheid.' En: 'Dit Psalterium heeft dus noch wetenschappelijke noch poëtische pretenties.' Het is opmerkelijk dat juist deze vertaling in het Lectionarium is opgenomen, daar de vertaalinstructie Liturgiam authenticam voorschrijft: '… toch moet de originele of oorspronkelijke tekst zo veel mogelijk integraal en en zeer zorgvuldig vertaald worden, en wel zonder weglatingen of toevoegingen wat betreft de inhoud en zonder parafraseringen of ingevoegde verklaringen…' (in: Liturgische Documentatie. Bijlage bij het Directorium voor de Nederlandse Kerkprovincie I, Zeist, Nationale Raad voor Liturgie, 2002, art. 20). Hoewel deze bewoording naar de letter uit 2002 dateert, gold zij toch naar de geest reeds toen het Lectionarium werd samengesteld. Dat Bronkhorst vanuit een andere geest vertaalde, blijkt even verderop in zijn Verantwoording: 'Er zijn echter maar weinig psalmen waarvan de mentaliteit geheel met de onze overeenstemt.' Dat brengt hem ertoe van Psalm 69 en 109 twee versies op te nemen: een mèt en een zonder de zogeheten vloek-verzen. |
|
Z. Liturgiam authenticam, o.a. art. 37, 41. |
|
Vgl. bv. lezing 4 (Js 54,5-14) van de paaswake in de drie lectionaria A, B en C. |
|
Voor de lectionaria van de weekdagen geldt: datum van gereedkomen, niet van publicatie. De lectionaria voor de sacramenten en andere lectionaria zijn niet opgenomen. |
Leo van den Bogaard, redacteur
|
 |