Hoofdstuk 28 David draagt de tempelbouw op aan Salomo [1] David riep alle magistraten van Israël in Jeruzalem bijeen: de stamhoofden, de aanvoerders van de legerafdelingen die de koning dienden, zowel de aanvoerders van duizend als van honderd; de beheerders van alle goederen en het vee van de koning; de opvoeders van zijn zonen, samen met de hovelingen, de helden en alle strijders van aanzien. [2] Toen stond koning David op en sprak: ‘Luister naar mij, mijn broeders en mijn volk! Ik had het voornemen om een huis te bouwen als verblijf voor de ark van het verbond van de heer, voor de voetbank van onze God. Daarom heb ik alle voorbereidingen getroffen voor de bouw. [3] Maar God heeft mij gezegd: “U mag geen huis bouwen voor mijn naam, want u hebt veel oorlogen gevoerd en bloed vergoten.” [4] De heer, de God van Israël, heeft uit heel mijn familie mij uitverkoren om voor altijd koning te zijn over Israël. Want Juda koos Hij als leider en uit het huis van Juda koos Hij het huis van mijn vader, en onder de zonen van mijn vader is zijn gunst op mij gevallen en daarom heeft Hij mij verheven tot koning over heel Israël. [5] Uit de vele zonen die de heer mij heeft gegeven, heeft Hij Salomo uitverkoren om op de koninklijke troon van de heer over Israël te heersen. [6] En Hij heeft mij gezegd: “Uw zoon Salomo zal mijn huis en mijn voorhoven bouwen, want hem heb Ik uitverkoren als mijn zoon en Ik zal voor hem een vader zijn. [7] Ik zal zijn koningschap voor eeuwig bevestigen als hij, zoals nu, mijn voorschriften en geboden trouw blijft onderhouden.” [8] Welnu, waar heel Israël bij is, de gemeente van de heer, en ten aanhoren van onze God, zeg ik u: Onderhoud en doorvors alle voorschriften van de heer uw God, opdat u dit goede land mag blijven bezitten en het voor eeuwig als een erfenis kunt doorgeven aan uw kinderen. [9] En jij, mijn zoon Salomo, erken de God van je vader en dien Hem met een onverdeeld hart en met vreugde. Want de heer doorgrondt alle harten en doorziet ieders gezindheid. Als je Hem zoekt, dan staat Hij voor je, maar als je Hem verlaat, dan verwerpt Hij je voor eeuwig. [10] Welnu, besef dat de heer je heeft uitverkoren om een huis te bouwen dat zijn heiligdom zal zijn. Ga vastberaden aan het werk!’ [11] Daarop overhandigde David aan zijn zoon Salomo het bouwplan van de voorhal met de belendende gebouwen, de schatkamers, de bovenzalen, de binnenkamers en de ruimte voor het verzoendeksel. [12] Verder het ontwerp van alles wat hij bedacht had voor de voorhoven van het huis van de heer en alle zalen daaromheen, bestemd voor de schatten van het huis van God en voor de offergaven, [13] voor de afdelingen van de priesters en de Levieten, voor al het dienstwerk in het huis van de heer en voor al het daarbij benodigd dienstgerei. [14] Hij gaf hem zoveel goud en zilver als voor de verschillende gebruiksvoorwerpen bij de afzonderlijke diensten nodig was, [15] namelijk zoveel gewicht aan goud als nodig was om de verschillende gouden luchters en bijbehorende gouden lampen te maken, en zoveel gewicht aan zilver als nodig was voor de zilveren luchters en bijbehorende lampen, overeenkomstig de bestemming van de afzonderlijke luchters. [16] Verder het benodigde goud voor de twee tafels van de toonbroden, en het zilver voor de zilveren tafels, [17] het zuiver goud voor de vorken, de offerschalen en de drinkschalen, het benodigde gewicht aan goud voor de verschillende gouden bekers en het benodigde gewicht aan zilver voor de verschillende zilveren bekers. [18] Verder zoveel gelouterd goud als er nodig was voor het reukofferaltaar en goud voor de bouw van de wagen met de kerubs, die met uitgespreide vleugels de ark van het verbond moesten bedekken. [19] Dit alles staat in een geschrift dat ik van de heer heb ontvangen en waarin Hij mij aanwijzingen heeft gegeven voor de uitvoering van het bouwplan. [20] Daarna zei David tegen zijn zoon Salomo: ‘Ga flink en vastberaden aan het werk; vrees niet en laat je niet afschrikken. Want de heer God, mijn God, is met je; Hij zal niet van je wijken en je niet in de steek laten, voordat je al het werk voor de dienst in het huis van de heer voltooid hebt. [21] Daar staan de afdelingen van de priesters en van de Levieten voor elke taak in het huis van God; voor elk soort werk kun je beschikken over vrijwilligers die bedreven zijn in allerlei arbeid. En ook de magistraten en heel het volk zullen bij alles tot je dienst staan.’
Hoofdstuk 28 David draagt zijn taken over aan Salomo [1] David riep alle leiders van Israël in Jeruzalem bijeen: de stamhoofden, de hoofden van dienst, de bevelhebbers over de eenheden van duizend en van honderd man, de opzichters over het vee en de bezittingen van de koning en zijn zonen, de kamerheren, de helden, kortom alle invloedrijke personen. [2] Koning David ging staan en zei: ‘Mijn broeders, mijn volk, hoor mij aan. Ik had graag zelf een tempel gebouwd waarin de ark van het verbond met de HEER, de voetenbank van onze God, een rustplaats zou vinden. Ik was al met de voorbereidingen begonnen, [3] maar God zei tegen mij: “Jij zult voor mijn naam geen huis bouwen, want je hebt oorlogen gevoerd en bloed vergoten.” [4] De HEER, de God van Israël, heeft uit heel de familie van mijn vader juist mij gekozen om voor altijd koning van Israël te zijn. Hij koos immers Juda als leider, en uit de stam Juda de familie van mijn vader, en uit de zonen van mijn vader verkoos hij mij als koning van heel Israël. [5] En uit al mijn zonen – de HEER heeft mij immers veel zonen gegeven – verkoos hij mijn zoon Salomo om plaats te nemen op de troon van de heerschappij van de HEER over Israël. [6] Hij zei me: “Je zoon Salomo, die zal voor mij een tempel en tempelhoven bouwen. Hem heb ik als mijn zoon verkozen, voor hem zal ik een vader zijn. [7] En als hij mijn geboden en voorschriften steeds zo nauwgezet blijft naleven als hij nu doet, zal ik zijn koningschap voor altijd bestendigen.” [8] Welnu, ten aanschouwen van heel Israël, de gemeenschap van de HEER, en ten aanhoren van onze God, draag ik u op: houd u aan de geboden van de HEER, uw God, en richt u ernaar, opdat u dit goede land in bezit mag houden en het voor altijd aan uw nakomelingen kunt nalaten. [9] En jij, Salomo, mijn zoon, wees ontvankelijk voor de God van je vader en dien hem met volle overgave. Want de HEER onderzoekt alle harten en kent alle verlangens en gedachten. Als je hem zoekt, zul je hem vinden; als je hem verlaat, zal hij je voor eeuwig verstoten. [10] Zie, de HEER heeft jou uitgekozen om een tempel te bouwen die hem als heiligdom zal dienen. Ga dus vastberaden aan het werk.’ [11] David overhandigde zijn zoon Salomo het bouwplan van de voorhal en de achterliggende vertrekken, van de schatkamers, de bovenzalen, de binnenvertrekken en de ruimte voor de verzoeningsrite. [12] Daarbij was ook omschreven hoe alles hem verder voor de geest stond: de tempelhoven en de voorraadkamers, de schatkamers van de tempel van God en de schatkamers voor de wijgeschenken, [13] het dienstrooster van de priesters en de Levieten, de tempeldiensten en de voorwerpen die daarbij gebruikt moesten worden, [14] tot en met het gewicht aan goud of zilver dat de voorwerpen voor de verschillende diensten moesten hebben, [15] namelijk het gewicht aan goud voor elk van de gouden lampenstandaards en de bijbehorende lampen, het gewicht aan zilver voor de zilveren lampenstandaards en de bijbehorende lampen, afhankelijk van hun functie, [16] het gewicht aan goud voor elk van de toontafels en het gewicht aan zilver voor de zilveren tafels, [17] het gewicht van de zuiver gouden drietandige vorken, offerschalen en kannen, het gewicht aan goud voor elk van de kleine gouden schaaltjes, het gewicht aan zilver voor elk van de kleine zilveren schaaltjes, [18] het gewicht aan puur goud voor het reukofferaltaar en het goud voor de uitvoering van het wagenstel, de cherubs en de vleugels die zij beschermend uitspreiden over de ark van het verbond met de HEER. [19] ‘Dit alles heb ik opgetekend op aanwijzing van de HEER, die mij heeft laten zien hoe het bouwplan moet worden uitgevoerd.’ [20] Tot slot zei David tegen zijn zoon Salomo: ‘Wees vastberaden en standvastig, ga aan het werk, laat je door niets weerhouden of ontmoedigen, want God, de HEER, mijn God, staat je ter zijde. Hij zal je niet verlaten en niet van je zijde wijken zolang de uitvoering van het werk aan de tempel van de HEER niet is voltooid. [21] En verder zijn er de afdelingen van de priesters en de Levieten voor de verschillende onderdelen van de tempeldienst, staan allerlei vaklieden klaar om het werk uit te voeren en zullen de leiders en het gewone volk al je bevelen opvolgen.’
De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.
De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.