De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Het tweede boek Koningen
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 8
De zorg voor de Sunammitische
[1] Elisa had tegen de vrouw van wie hij de zoon weer levend gemaakt had gezegd: ‘Ga op weg, samen met uw familie en vestig u in den vreemde, want de heer laat een hongersnood over het land komen; die is al begonnen en zal zeven jaar duren.’ [2] De vrouw had gedaan wat de man van God haar gezegd had: zij was met haar familie vertrokken en had zeven jaar lang in het land van de Filistijnen gewoond. [3] Toen de zeven jaren voorbij waren keerde de vrouw uit het land van de Filistijnen terug, en ging de hulp van de koning inroepen om haar huis en haar akker terug te krijgen. [4] De koning was net in gesprek met Gechazi, de dienaar van de man van God, aan wie hij gevraagd had hem te vertellen over alle grote dingen die Elisa gedaan had. [5] En terwijl Gechazi de koning aan het vertellen was hoe Elisa een dode weer levend gemaakt had, kwam de vrouw van wie Elisa de zoon weer levend gemaakt had, de hulp van de koning inroepen met het oog op haar huis en haar akker. Gechazi zei: ‘Mijn heer de koning, dat is de vrouw en dat is haar zoon die Elisa weer levend gemaakt heeft.’ [6] De koning verzocht de vrouw hem het verhaal te vertellen en dat deed zij. Toen gaf de koning haar een dienaar mee met de opdracht: ‘Zorg dat zij alles terugkrijgt wat haar toebehoort, met heel de opbrengst van de akker, vanaf de dag dat zij het land verliet tot op de dag van vandaag.’

Elisa in Damascus
     [7] Op een keer kwam Elisa in Damascus, terwijl koning Benhadad van Aram ziek lag. Toen men hem vertelde dat de man van God in de stad was, [8] zei de koning tegen Hazaël: ‘Ga met een geschenk naar de man van God en laat hem de heer vragen of ik van mijn ziekte genezen zal.’ [9] Hazaël ging dus naar hem toe en nam als geschenk allerlei kostbaarheden van Damascus mee, zo veel als veertig kamelen konden dragen. Bij Elisa aangekomen maakte hij zijn opwachting en zei: ‘Uw zoon Benhadad, de koning van Aram, stuurt mij naar u om u te vragen of hij van zijn ziekte genezen zal.’ [10] Elisa antwoordde hem: ‘Je kunt hem zeggen dat hij genezen zal. Maar de heer heeft mij laten zien dat hij zal sterven.’
     [11] Hazaël vertrok geen spier van zijn gezicht en keek hem scherp aan. Maar de man van God begon te wenen. [12] Hazaël vroeg: ‘Waarom weent u, mijn heer?’ Hij antwoordde: ‘Omdat ik zie hoeveel kwaad u de Israëlieten zult aandoen; hun vestingen zult u in brand steken, hun jonge mannen doden met het zwaard, hun zuigelingen te pletter slaan en hun zwangere vrouwen openrijten.’ [13] Toen zei Hazaël: ‘Maar hoe kan uw dienaar, dode hond die hij is, zoiets groots doen?’ Elisa antwoordde: ‘De heer heeft mij laten zien dat u koning van Aram wordt.’ [14] Toen ging hij bij Elisa weg en begaf zich naar zijn heer. Deze vroeg hem: ‘Wat heeft Elisa u gezegd?’ Hij antwoordde: ‘Hij heeft mij gezegd dat u zult genezen.’ [15] Maar de volgende dag nam hij een doek, maakte die nat en legde die Benhadad op het gezicht, zodat hij stierf. En Hazaël werd koning in zijn plaats.

Joram van Juda
     [16] In het vijfde regeringsjaar van Joram, de zoon van Achab en koning van Israël, werd Joram, de zoon van Josafat, koning van Juda. [17] Joram was tweeëndertig jaar toen hij koning werd en regeerde acht jaar lang in Jeruzalem. [18] Hij volgde het voorbeeld van de koningen van Israël, zoals het huis van Achab gedaan had, want een dochter van Achab was zijn vrouw en hij deed wat de heer mishaagt. [19] Toch wilde de heer Juda niet vernietigen omwille van zijn dienaar David, aan wie hij beloofd had voor hem en zijn zonen altijd een lamp te laten branden.
     [20] In zijn tijd maakten de Edomieten zich onafhankelijk van Juda en stelden zij een eigen koning aan. [21] Joram trok met al zijn strijdwagens naar Saïr. En toen hij ’s nachts tot de aanval was overgegaan, versloeg hij de Edomieten die hem en de bevelhebbers van zijn strijdwagens omsingelden. Maar zijn leger vluchtte naar huis. [22] Zo heeft Edom zich onafhankelijk gemaakt van Juda en dat is het gebleven tot op de dag van vandaag. In diezelfde tijd kwam Libna in opstand.
     [23] Verdere bijzonderheden over Joram en alles wat hij gedaan heeft staan opgetekend in de annalen van de koningen van Juda. [24] Joram ging bij zijn vaderen rusten en werd begraven bij zijn vaderen in de Davidsstad. Zijn zoon Achazja volgde hem op.

Achazja van Juda
     [25] In het twaalfde regeringsjaar van Joram, de zoon van Achab en koning van Israël, werd Achazja, de zoon van Joram, koning van Juda. [26] Achazja was tweeëntwintig jaar oud toen hij koning werd en regeerde één jaar in Jeruzalem. Zijn moeder heette Atalja en was een dochter van Omri, de koning van Israël. [27] Hij volgde het voorbeeld van het huis van Achab en deed wat de heer mishaagt, net als het huis van Achab; hij was trouwens aan het huis van Achab verwant.
     [28] Hij trok met Joram, de zoon van Achab, ten strijde tegen Hazaël, de koning van Aram, bij Ramot in Gilead. Maar toen koning Joram gewond raakte, [29] keerde hij terug naar Jizreël om er te genezen van de wonden die de Arameeërs hem bij Rama toegebracht hadden in de oorlog tegen Hazaël, de koning van Aram. Achazja, de zoon van Joram en koning van Juda, bracht Joram, de zoon van Achab, tijdens zijn ziekte een bezoek in Jizreël.
Hoofdstuk 8
De vrouw uit Sunem krijgt haar bezittingen terug
[1] Elisa had de vrouw van wie hij het kind weer tot leven had gewekt de volgende raad gegeven: ‘U moet vertrekken en met uw familie tijdelijk ergens anders gaan wonen, waar u maar terecht kunt, want de HEER laat een hongersnood komen die deze streek zeker zeven jaar in zijn greep zal houden.’ [2] De vrouw was vertrokken, zoals de godsman had gezegd, en zij en haar familie hadden zeven jaar als vreemdelingen in het land van de Filistijnen gewoond. [3] Toen ze na zeven jaar weer in haar eigen land terugkwam, ging ze naar de koning om zijn hulp in te roepen om haar huis en haar grond terug te krijgen. [4] De koning was juist in gesprek met Elisa’s knecht Gechazi, aan wie hij gevraagd had om hem over de bijzondere daden van de godsman te vertellen. [5] Net toen Gechazi aan het vertellen was hoe Elisa een dode tot leven had gewekt, kwam de moeder van het bewuste kind de hulp van de koning inroepen. ‘Dit is de vrouw over wie ik het had, mijn heer en koning,’ zei Gechazi, ‘en dat is de jongen die Elisa tot leven gewekt heeft.’ [6] De koning vroeg aan de vrouw wat ze kwam doen, en toen ze verteld had wat ze verlangde, stuurde hij een van zijn kamerheren met haar mee met de opdracht: ‘Zorg ervoor dat ze al haar bezittingen terugkrijgt, en ook alles wat haar grond heeft opgebracht vanaf de dag dat ze het land verliet tot nu toe.’

Elisa in Damascus
     [7] Op een keer kwam Elisa naar Damascus, juist toen koning Benhadad van Aram ziek was. Men vertelde de koning dat de godsman was gekomen, [8] en de koning droeg Hazaël op: ‘Ga de godsman met een geschenk tegemoet, en verzoek hem de HEER te vragen of ik van deze ziekte zal herstellen.’ [9] Met veertig kamelen, beladen met allerlei kostbaarheden uit Damascus, ging Hazaël Elisa tegemoet. Hij maakte bij de godsman zijn opwachting en zei: ‘Koning Benhadad van Aram stuurt me naar u, zijn raadgever, om te vragen of hij van zijn ziekte zal herstellen.’ [10] Elisa antwoordde: ‘U kunt tegen de koning zeggen dat hij vast en zeker zal herstellen, maar mij heeft de HEER laten weten dat de koning zal sterven.’ [11] De godsman keek Hazaël lange tijd strak aan en barstte toen in tranen uit. [12] ‘Waarom huilt u, mijn heer?’ vroeg Hazaël, en Elisa antwoordde: ‘Omdat ik weet welke ellende u de Israëlieten zult aandoen. U zult hun versterkte steden in de as leggen, hun jongemannen aan uw zwaard rijgen, hun kinderen de schedel inslaan en hun zwangere vrouwen de buik openrijten.’ [13] Hazaël wierp tegen: ‘Maar heer, hoe zou een nietswaardige hond als ik tot zulke indrukwekkende daden in staat zijn?’ Maar Elisa antwoordde: ‘De HEER heeft mij u getoond als koning van Aram.’ [14] Hazaël ging terug naar zijn heer. ‘Wat heeft Elisa gezegd?’ vroeg de koning, en Hazaël antwoordde: ‘Hij zei me dat u vast en zeker zult herstellen.’ [15] De volgende dag nam Hazaël een doek, maakte die nat en spreidde hem over het gezicht van Benhadad, zodat hij stikte. Hazaël werd in zijn plaats koning.

Joram, koning van Juda
     [16] Joram, de zoon van Josafat, werd koning van Juda in het vijfde regeringsjaar van koning Joram van Israël, de zoon van Achab, toen Josafat over Juda regeerde. [17] Hij was tweeëndertig jaar oud toen hij koning werd, en regeerde acht jaar in Jeruzalem. [18] Hij volgde het voorbeeld van de koningen van Israël, net zoals het koningshuis van Achab dat deed, aangezien hij met een vrouw uit de familie van Achab getrouwd was. Hij deed wat slecht is in de ogen van de HEER, [19] maar toch wilde de HEER Juda niet vernietigen, omwille van zijn dienaar David, aan wie hij had beloofd dat hij het licht van zijn koningshuis voor altijd zou laten branden.
     [20] Tijdens de regering van Joram kwamen de Edomieten tegen Juda in opstand en wezen ze een eigen koning aan. [21] Joram trok met al zijn strijdwagens naar Saïr op. Maar de Edomieten omsingelden hem en de aanvoerders van zijn strijdwagens. Toen deed hij ’s nachts een uitval en versloeg de Edomieten, zodat het leger kon ontkomen. [22] Zo maakte Edom zich van Juda los, en dat is zo gebleven tot op de dag van vandaag. Ook Libna maakte zich in die tijd los van Juda.
     [23] Verdere bijzonderheden over Joram zijn opgetekend in de kronieken van de koningen van Juda. [24] Toen hij stierf, werd hij begraven bij zijn voorouders in de Davidsburcht. Zijn zoon Achazja volgde hem op.

Achazja, koning van Juda
     [25] Achazja, de zoon van koning Joram van Juda, werd koning in het twaalfde regeringsjaar van koning Joram van Israël, de zoon van Achab. [26] Hij was tweeëntwintig jaar oud toen hij koning werd. Eén jaar regeerde hij in Jeruzalem. Zijn moeder was Atalja, de dochter van koning Omri van Israël. [27] Hij volgde het voorbeeld van het koningshuis van Achab en deed wat slecht is in de ogen van de HEER, net zoals de leden van het koningshuis van Achab, want ook hij had een vrouw uit de familie van Achab getrouwd.
     [28] Achazja ging met koning Joram, de zoon van Achab, mee naar Ramot in Gilead om de strijd aan te binden met koning Hazaël van Aram. Maar toen Joram gewond raakte, [29] keerde hij naar Jizreël terug om te herstellen van de verwondingen die de Arameeërs hem tijdens de slag met koning Hazaël van Aram, bij Ramot,* hadden toegebracht. Achazja, de zoon van Joram en koning van Juda, ging naar Jizreël om de gewonde koning Joram van Israël een bezoek te brengen.



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013.
- Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties