Hoofdstuk 10 De stenen platen en de ark [1] Toen sprak de heer tot mij: “Houw twee stenen platen, precies als de vorige, en kom naar Mij toe, de berg op; maak ook een ark* van hout. [2] Ik zal in die platen dezelfde woorden griffen als in de andere, die u stukgesmeten hebt. U moet die dan in de ark leggen.” [3] Ik heb een ark van acaciahout gemaakt, ik heb twee stenen platen gehouwen, precies als de vorige, en ik ben met die stenen platen de berg opgegaan. [4] Evenals de eerste keer grifte Hij in de platen de tien geboden, die Hij op de berg vanuit het vuur voor u had afgekondigd, op de dag van samenkomst. Daarop gaf de heer ze aan mij. [5] Ik ben weer de berg afgekomen en heb de platen neergelegd in de ark die ik gemaakt had. Daar zijn ze gebleven, zoals de heer had bevolen. [6] En* de Israëlieten vertrokken vanuit Beërot, een stad van de Jaäkanieten, naar Mosera. Daar overleed Aäron; hij werd ter plaatse begraven. Zijn zoon Eleazar volgde hem op. [7] Vanuit daar gingen zij naar Gudgod, en van Gudgod naar Jotbata, een streek met veel water. [8] In die tijd zonderde de heer de stam Levi af om de ark van het verbond van de heer te dragen, om in dienst van de heer te staan en te zegenen met zijn naam. Zo is het tot op de dag van vandaag. [9] Daarom heeft Levi geen erfdeel, geen eigendom gekregen zoals zijn broeders; zijn eigendom is de heer, zoals de heer uw God hem beloofd heeft. [10] En ik ben veertig dagen en veertig nachten op de berg gebleven, net als de eerste keer. En ook deze keer verhoorde de heer mij en zag ervan af u te vernietigen. [11] Hij zei tegen mij: “Sta op en ga voor het volk uit, zodat zij bezit gaan nemen van het land, dat Ik hun vaderen onder ede heb beloofd.”
Doe recht en dien de HEER [12] Welnu* Israël, wat verlangt de heer uw God anders van u dan dat u Hem vreest en zijn wegen gaat, dat u Hem bemint en dient met heel uw hart en heel uw ziel, [13] dat u de geboden van de heer onderhoudt en de voorschriften die ik u vandaag geef? Dan zult u gelukkig zijn. [14] Zie, aan de heer uw God behoren de hemel, de hemel der hemelen en de aarde met al wat erop is; [15] maar alleen met uw vaderen heeft de heer zich verbonden, omdat Hij hen liefhad, en uit alle volken heeft Hij u, hun nakomelingen, uitverkoren. Zo is het vandaag de dag. [16] Besnijd* de voorhuid van uw hart en blijf niet langer hardnekkig. [17] De heer uw God is de God der goden en de Heer der heren, de grootste, de machtigste, de verhevenste God, die niemand naar de ogen ziet en die zich niet laat omkopen. [18] Hij doet recht aan weduwen en wezen, en aan vreemdelingen bewijst hij zijn liefde, door hun voedsel en kleding te schenken. [19] Ook u moet de vreemdeling uw liefde bewijzen, want u bent zelf vreemdelingen geweest in Egypte. [20] De heer uw God zult u vrezen, Hem dienen, Hem aanhangen en bij zijn naam uw eden afleggen. [21] Hem moet u loven, Hij is uw God, die voor u in Egypte zulke grote, indrukwekkende dingen heeft gedaan, zoals u met eigen ogen hebt gezien. [22] Met zeventig man zijn uw vaderen naar Egypte getrokken en nu heeft de heer uw God u even talrijk gemaakt als de sterren aan de hemel.
Hoofdstuk 10 [1] Toen zei de HEER tegen mij: ‘Hak twee stenen platen uit, gelijk aan de vorige, maak een kist en kom naar mij toe, op de berg. [2] Dan zal ik op die platen de geboden schrijven die ook op de eerste stonden, voor jij ze stuksloeg. Daarna moet je ze in de kist leggen.’ [3] Ik heb toen van acaciahout een kist gemaakt en twee nieuwe stenen platen gehouwen. Daarna ben ik met de twee stenen platen de berg opgegaan. [4] En de HEER heeft er hetzelfde op geschreven als de eerste keer: de tien geboden die hij u vanuit het vuur had bekendgemaakt, toen u bij de berg bijeen was. Hij overhandigde mij de platen, [5] waarna ik terugging, de berg af. Ik heb ze in de ark gelegd, de kist die ik in opdracht van de HEER gemaakt had, en daar liggen ze nog. [6] Vervolgens zijn de Israëlieten van de bronnen van Bene-Jaäkan naar Mosera getrokken. Aäron is daar toen gestorven en er begraven; zijn zoon Eleazar volgde hem op als priester. [7] Ze zijn daarna verder gereisd naar Gudgod en van daar naar Jotbata, dat in een gebied met veel wadi’s ligt. [8] In die tijd wees de HEER de stam Levi aan om de ark van het verbond met de HEER te dragen, om voor hem dienst te doen en in zijn naam de zegen uit te spreken. Zo is het tot op de dag van vandaag. [9] Daarom bezitten de Levieten geen eigen grond zoals de anderen; zij mogen immers bestaan van de dienst aan de HEER, zoals hij hun heeft beloofd. [10] Net als de eerste keer heb ik dus veertig dagen en nachten op de berg doorgebracht, en ook ditmaal gaf de HEER mij gehoor: hij besloot u te sparen. [11] En de HEER zei tegen mij: ‘Ga aan het hoofd van het volk weer op weg, dan kunnen ze het land binnengaan dat ik hun voorouders onder ede heb beloofd, en het in bezit nemen.’
Gehoorzaamheid leidt tot voorspoed [12] Israël, bedenk dus dat de HEER, uw God, niets anders van u vraagt dan dat u ontzag voor hem toont, dat u de weg volgt die hij u wijst, dat u hem liefhebt, hem met hart en ziel dient [13] en zijn geboden en wetten, die ik u vandaag voorhoud, naleeft; dan zal het u goed gaan. [14] De HEER, die vrij kan beschikken over de hoogste hemel en over de aarde en alles wat daarop leeft, [15] heeft toch alleen voor úw voorouders liefde opgevat en uit alle volken juist u, hun nazaten, uitgekozen! [16] Besnijd daarom uw hart en wees niet langer halsstarrig. [17]Want de HEER, uw God, is de hoogste God en Heer. Hij is de grote, de machtige, de ontzagwekkende God. Hij handelt zonder aanzien des persoons en is onomkoopbaar; [18] hij verschaft weduwen en wezen recht, neemt vreemdelingen in bescherming en voorziet hen van voedsel en kleding. [19] Ook u moet vreemdelingen met liefde behandelen, want u bent zelf vreemdelingen geweest in Egypte. [20] Toon ontzag voor de HEER, uw God, dien hem, wees hem toegedaan en zweer alleen bij zijn naam. [21] Zing zijn lof, hij is uw God! U hebt met eigen ogen gezien welke grootse, indrukwekkende daden hij voor u heeft verricht: [22] met zeventig personen trokken uw voorouders naar Egypte, maar nu heeft hij u zo talrijk gemaakt als de sterren aan de hemel!
De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.
De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.