De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Ezechiël
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 5
[1] Mensenkind, neem een scherp mes, een scheermes, en laat het over uw hoofd en uw baard gaan. Neem dan een weegschaal en verdeel de haren. [2] Een derde deel moet u in de stad verbranden, wanneer de dagen van de belegering ten einde zijn; een derde deel moet u in het omliggende gebied met een zwaard klein hakken; het laatste deel moet u in de wind strooien en Ik zal het met het zwaard achtervolgen. [3] Maar een beetje* haar moet u in een slip van uw kleed opbergen. [4] Toch moet u daarvan nog iets afnemen, het in het vuur werpen en daarin laten verbranden. Uit dat vuur zal een vlam overslaan naar het huis van Israël.’
     [5] Zo spreekt de Heer god: ‘Dit is Jeruzalem: te midden van de volken had Ik het geplaatst en alle landen had Ik eromheen gegroepeerd. [6] Maar het kwam in verzet tegen mijn geboden, nog erger dan die volken, en tegen mijn wetten, erger nog dan de landen rondom hen. Want ze hebben mijn geboden veracht en mijn wetten niet gehoorzaamd. [7] Daarom, zo spreekt de Heer god, omdat u nog meer in verzet gekomen bent dan de volken om u heen, mijn wetten niet opvolgde, mijn geboden niet onderhield, en zelfs de geboden van de volken om u heen niet opvolgde, [8] daarom, zo spreekt de Heer god, zal Ik u straffen. Ik zal over u mijn strafgericht voltrekken in het zicht van de volken. [9] Voor al uw gruweldaden zal Ik u zwaarder straffen dan Ik ooit met iemand gedaan heb of zal doen. [10] Binnen uw muren zullen vaders hun zonen opeten en zonen hun vaders. Ik zal over u mijn strafgericht voltrekken en wat van u overblijft naar alle windstreken verspreiden. [11] Daarom, zowaar Ik leef – godsspraak van de Heer god: omdat u mijn heiligdom verontreinigde met al uw wandaden en al uw gruweldaden, ga Ik het mes erin zetten, zonder aanzien van personen en zonder medelijden. [12] Een derde deel van uw bevolking zal binnen uw poorten sterven aan de pest of omkomen van de honger; een derde deel zal in het omliggende gebied vallen door het zwaard en een derde deel zal Ik naar alle windstreken verspreiden en met het zwaard achtervolgen. [13] Zo zal mijn toorn tot bedaren komen, en zal Ik mijn woede op hen koelen en wraak nemen; en als Ik mijn woede op hen gekoeld heb zullen ze erkennen dat het mijn jaloezie* was die Mij, de heer, zo deed spreken. [14] Ik zal u tot een puinhoop maken, een voorwerp van smaad voor de volken om u heen, in het zicht van ieder die voorbijgaat. [15] U zult een voorwerp van vernedering en spot zijn, een waarschuwend teken en afschrikwekkend voorbeeld voor de volken om u heen, als Ik in mijn hevige woede mijn strafgericht genadeloos aan u voltrokken zal hebben. Ik, de heer, heb gesproken. [16] Ik schiet de verschrikkelijke pijlen van de honger op u af die dood en verderf zaaien. De pijlen waarmee Ik u wil vernietigen: zo zal Ik bij u een grote hongersnood veroorzaken en de broodstok* breken. [17] Ik zal honger* en wilde dieren* op u afsturen die u kinderloos maken. Pest* en oorlog zullen u teisteren en Ik zal het zwaard* op u loslaten. Ik, de heer, heb gesproken.’
Hoofdstuk 5
[1] Mensenkind, neem een scherp zwaard en gebruik dat als een scheermes om je hoofdhaar en je baard mee af te scheren. Het haar moet je op een weegschaal leggen en verdelen. [2] Zodra de dagen van het beleg voorbij zijn, moet je een derde deel ervan in de stad verbranden, een derde deel buiten de stad met dat zwaard fijnhakken en een derde deel uitstrooien in de wind – ik zal de vluchtelingen met mijn zwaard achtervolgen. [3] Een aantal haren houd je apart en bewaar je in een plooi van je mantel. [4] Gooi nog een paar daarvan in de vlammen, zodat ze verbranden. Het vuur dat daaruit oplaait, zal overslaan naar het hele volk van Israël.
     [5] Dit zegt God, de HEER: Dit is Jeruzalem. Ik had het midden tussen andere landen geplaatst, het werd door andere volken omringd. [6] Het is in opstand gekomen tegen mijn voorschriften en heeft zich nog goddelozer gedragen dan de andere volken. Het heeft erger tegen mijn geboden gezondigd dan de omringende landen; zijn inwoners hebben mijn voorschriften verworpen en zich niet gehouden aan mijn geboden. [7] Daarom – zegt God, de HEER –, omdat jullie je nog erger hebben misdragen dan de volken om je heen, omdat jullie je niet aan mijn geboden hebben gehouden en mijn voorschriften niet hebben nageleefd, en evenmin die van de volken die jullie omringen, [8] daarom – zegt God, de HEER – zal ik tegen jullie optreden en je voor de ogen van die volken straffen. [9] Omdat je je zo gruwelijk hebt misdragen, Jeruzalem, zal ik je zwaarder straffen dan ik ooit met iemand heb gedaan of doen zal. [10] Binnen jouw muren zullen ouders hun kinderen eten en kinderen hun ouders, en wie er nog overblijven, zal ik in alle windrichtingen verstrooien. Zo zal ik je straffen.
     [11] Daarom, zo waar ik leef – spreekt God, de HEER –, omdat je mijn heiligdom hebt verontreinigd met je afschuwelijke wangedrag, daarom zal ik je met mijn zwaard kaalscheren; ik zal geen medelijden tonen, ik zal geen medelijden kennen. [12] Een derde deel van je inwoners, Jeruzalem, zal binnen je muren sterven door de pest en de honger, een derde deel zal daarbuiten vallen door het zwaard en een derde deel zal ik in alle windrichtingen verstrooien en met het zwaard achtervolgen. [13] Ik zal mijn woede op hen koelen en mijn toorn de vrije loop laten totdat ik mij genoegdoening heb verschaft. Wanneer ik mijn woede op hen gekoeld heb, zullen ze beseffen dat het mijn hartstocht was die mij zo deed spreken. [14] Jou, Jeruzalem, verander ik in een ruïne, een mikpunt van spot voor de volken om je heen, te zien voor ieder die er voorbijkomt. [15] Je zult* worden bespot en gesmaad en als afschrikwekkend voorbeeld dienen voor de volken om je heen, wanneer ik je in mijn hevige woede zal straffen, wanneer ik met je zal afrekenen in mijn toorn – ik, de HEER, heb gesproken. [16] Jullie zullen worden bespot en gesmaad wanneer ik de kwade pijlen van de honger, die dood en verderf zaaien, op je afschiet. Ik zal ze op jullie afschieten om jullie te gronde te richten: ik zal het brood dat jullie staande houdt schaars maken, ik zal jullie honger laten lijden. [17] Ik zal honger op jullie afsturen en wilde dieren: zo zullen jullie je kinderen verliezen. Pest en dood zullen je teisteren en met het zwaard zal ik je treffen – ik, de HEER, heb gesproken.’



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013.
- Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties