De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Handelingen van de apostelen
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 5
[1] Ook een zekere Ananias verkocht, samen met zijn vrouw Saffira, een stuk grond, [2] maar hij hield met medeweten van zijn vrouw iets van de opbrengst achter en kwam slechts een gedeelte aan de voeten van de apostelen leggen. [3] Daarop zei Petrus: ‘Ananias*, hoe heeft de satan je zo in zijn greep kunnen krijgen dat je de heilige Geest bedriegt en iets achterhoudt van de opbrengst van het stuk grond? [4] Het was vóór de verkoop je eigendom, en ook daarna kon je toch vrij over het geld beschikken? Wat heeft je bezield om zoiets te doen? Je hebt niet gelogen tegen de mensen, maar tegen God.’ [5] Bij het horen van deze woorden viel Ananias neer en stierf, en alle omstanders werden door grote vrees bevangen. [6] Daarop wikkelden enkele jongemannen hem in linnen, droegen hem naar buiten en begroeven hem. [7] Na verloop van ongeveer drie uur kwam zijn vrouw binnen, onkundig van wat er gebeurd was. [8] Petrus richtte zich tot haar: ‘Zeg me of jullie het stuk grond voor zo en zoveel van de hand hebben gedaan?’ Zij zei: ‘Inderdaad, voor zoveel.’ [9] Toen zei Petrus tegen haar: ‘Hoe hebben jullie kunnen afspreken de Geest van de Heer uit te dagen? Ik hoor de voetstappen van hen die je man begraven hebben al bij de deur; zij zullen ook jou naar buiten dragen.’ [10] Terstond viel ze voor zijn voeten neer en stierf. Toen de jongemannen binnenkwamen, vonden ze haar dood. Ze droegen haar naar buiten en begroeven haar bij haar man. [11] Heel de gemeente en allen die ervan hoorden werden door grote vrees bevangen.
     [12] Door de handen van de apostelen gebeurden er vele tekenen en wonderen onder het volk. Eensgezind bevonden zij zich allen in de Zuilengang van Salomo. [13] Geen buitenstaander durfde zich met hen in te laten, maar het volk sprak met grote waardering over hen. [14] Steeds weer sloten zich mensen aan die in de Heer geloofden, grote groepen mannen en vrouwen; [15] zelfs droeg men de zieken de straat op en legde hen daar neer op een bed of een matras, in de hoop dat wanneer Petrus voorbijkwam in ieder geval zijn schaduw* op een van hen zou vallen. [16] Ook de bevolking uit de steden rondom Jeruzalem stroomde in groten getale toe; ze brachten zieken mee en mensen die te lijden hadden van onreine geesten, en allen werden genezen.

Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet
     [17] De hogepriester echter en heel zijn aanhang, de partij van de sadduceeën, werden vervuld met jaloezie; [18] ze arresteerden de apostelen en zetten hen in de stadsgevangenis. [19] Maar een engel van de Heer opende ’s nachts de deuren van de gevangenis, bracht hen naar buiten en zei: [20] ‘Jullie moeten weer naar de tempel gaan om aan het volk het nieuwe leven* te verkondigen.’ [21] Ze gaven hieraan gehoor en gingen tegen de ochtend de tempel binnen en zetten hun onderricht voort. Inmiddels riepen de hogepriester en zijn aanhang het Sanhedrin bijeen, de voltallige raad van oudsten van de Israëlieten, en ze stuurden dienaren naar de gevangenis om hen te halen. [22] Toen die daar kwamen, troffen ze hen niet meer in hun cel aan. Ze keerden terug en brachten verslag uit: [23] ‘Wij vonden de gevangenis zorgvuldig afgesloten en er stonden bewakers bij de deuren, maar toen we die open hadden gedaan troffen we daarbinnen niemand aan.’ [24] Toen de tempelcommandant en de hogepriesters dit verslag hadden gehoord, wisten ze met de situatie totaal geen raad. [25] Maar toen kwam iemand hun melden: ‘Die mannen die u in de gevangenis hebt gezet, bevinden zich in de tempel en staan onderricht te geven aan het volk!’ [26] Toen ging de commandant er met zijn dienaren op af en nam hen mee, zonder geweld te gebruiken, want ze waren bang dat ze door het volk gestenigd zouden worden. [27] Ze namen hen dus mee en brachten hen voor het Sanhedrin. De hogepriester vroeg hun: [28] ‘Hebben we u niet ten strengste verboden onderricht te geven met een beroep op deze naam? Toch is Jeruzalem door uw toedoen vol van uw leer; u wilt zeker het bloed* van die man op ons laten neerkomen?’ [29] Daarop gaf Petrus namens de apostelen ten antwoord: ‘God moet men meer gehoorzamen dan de mensen. [30] De God van onze vaderen heeft Jezus tot leven gewekt, die u vermoord had door Hem aan een kruis te hangen. [31] Hem heeft God een hoge plaats gegeven aan zijn rechterhand als leidsman en redder, om Israël te bekeren en het zijn zonden te vergeven. [32] Wij zijn daarvan de getuigen, samen met de heilige Geest, die God gegeven heeft aan wie Hem gehoorzamen.’
     [33] Toen zij dit hoorden, waren zij hevig gekwetst, en ze wilden hen ter dood brengen. [34] Maar toen stond een van de leden van het Sanhedrin op, een farizeeër, Gamaliël* geheten, een wetsleraar die in aanzien stond bij heel het volk. Hij liet de mannen even naar buiten brengen. [35] Daarop zei hij: ‘Israëlieten, bedenk wel wat u met deze mensen gaat doen. [36] Enige tijd geleden immers trad Teudas* op met veel pretenties; een groep van ongeveer vierhonderd man sloot zich bij hem aan. Hij werd ter dood gebracht, zijn aanhang verliep en de hele beweging bloedde dood. [37] Na hem, in de tijd van de volkstelling, trad Judas* de Galileeër op; hij kreeg veel mensen in beweging, maar ook hij vond de dood, en zijn aanhang werd uit elkaar geslagen. [38] Daarom zeg ik ook in dit geval: laat u niet in met deze mensen; laat hen begaan. Want als het mensenwerk is wat zij willen en doen, zal het op niets uitlopen; [39] maar komt het van God, dan kunt u hen toch niet vernietigen – anders zou zelfs kunnen blijken dat u zich tegen* God verzet.’ Ze lieten zich door hem overtuigen, [40] riepen de apostelen weer binnen, geselden hen, verboden het hun om te verkondigen met een beroep op de naam van Jezus, en lieten hen vrij. [41] Zij verlieten het Sanhedrin, blij dat ze waardig bevonden waren om vanwege die naam smadelijk behandeld te worden. [42] Ze bleven iedere dag, in de tempel of bij iemand aan huis, onderricht geven en de goede boodschap verkondigen dat Jezus de Messias* is.
Hoofdstuk 5
[1] Een zekere Ananias verkocht samen met zijn vrouw Saffira eveneens een stuk grond, [2] maar hield een deel van de opbrengst achter – ook zijn vrouw wist daarvan – en bracht de rest van het geld naar de apostelen. [3] Maar Petrus zei: ‘Ananias, waarom heb je je door Satan laten misleiden en heb je de heilige Geest bedrogen door een deel van de opbrengst van het stuk grond achter te houden? [4] Je had het immers niet hoeven te verkopen, en nu je het wel verkocht hebt, had je met de opbrengst toch kunnen doen wat je wilde? Wat heeft je bezield om je zo te gedragen? Niet de mensen heb je bedrogen, maar God zelf.’ [5] Bij het horen van deze woorden viel Ananias neer en stierf, en iedereen wie dit ter ore kwam schrok hevig. [6] Enkele jongemannen wikkelden hem in een lijkwade, droegen hem naar buiten en begroeven hem.
     [7] Ongeveer drie uur later kwam zijn vrouw binnen, die niet wist wat er gebeurd was. [8] Petrus vroeg haar: ‘Zeg me, heb je het stuk grond voor dit bedrag verkocht?’ Ze antwoordde: ‘Ja, voor dit bedrag.’ [9] Daarop zei Petrus: ‘Hoe heb je durven besluiten om de Geest van de Heer te trotseren? Kijk, degenen die je man begraven hebben staan voor de deur, en ze zullen ook jou naar je graf dragen.’ [10] Onmiddellijk viel ze voor zijn voeten neer en stierf. Toen de jongemannen binnenkwamen, troffen ze haar dood aan. Ze droegen haar naar buiten en begroeven haar bij haar man. [11] De hele gemeente en allen die hiervan hoorden, werden door grote schrik bevangen.

Wonderbaarlijke genezingen
     [12] De apostelen verrichtten vele tekenen en wonderen onder het volk. De gelovigen kwamen eensgezind bijeen in de zuilengang van Salomo, [13] en ofschoon niemand zich daar bij hen durfde te voegen, sprak het volk vol lof over hen. [14] Steeds meer mensen gingen in de Heer geloven, een groot aantal mannen zowel als vrouwen, [15] en ze legden zelfs zieken op draagbedden of matrassen buiten op straat, in de hoop dat toch ten minste de schaduw van Petrus, wanneer hij voorbijkwam, op een van hen zou vallen. [16] Ook vanuit de steden rondom Jeruzalem stroomden de mensen toe; ze brachten zieken mee en mensen die door onreine geesten gekweld werden, en allen werden genezen.

Gevangenneming van de apostelen
     [17] Daarop besloten de hogepriester en zijn medestanders, de Sadduceeën, in te grijpen. Vervuld van jaloezie als ze waren, [18] lieten ze de apostelen gevangennemen en opsluiten. [19] ’s Nachts opende een engel van de Heer echter de deuren van de gevangenis, bracht hen naar buiten en zei: [20] ‘Ga naar de tempel en spreek daar tot het volk over alles wat dit nieuwe leven aangaat.’ [21] De apostelen gaven hieraan gehoor en gingen bij het aanbreken van de dag naar de tempel, waar ze hun onderricht voortzetten. Toen de hogepriester en de Sadduceeën gearriveerd waren, riepen ze het Sanhedrin bijeen, de hele raad van oudsten van de Israëlieten, en zonden ze tempelwachters naar de gevangenis om de apostelen te halen.
     [22] Maar toen de wachters daar kwamen, troffen ze hen er niet aan. Ze keerden terug om verslag uit te brengen [23] en zeiden: ‘De gevangenis was zorgvuldig afgesloten en de bewakers stonden bij de deuren, maar nadat we die geopend hadden, troffen we er niemand aan.’ [24] Toen het hoofd van de tempelwacht en de priesters dit hoorden, vroegen ze zich vertwijfeld af wat de gevolgen hiervan zouden zijn. [25] Kort daarop kwam iemand zeggen: ‘De mannen die u gevangen hebt gezet, zijn in de tempel en onderrichten het volk.’ [26] Daarop ging het hoofd van de tempelwacht hen met zijn wachters halen, maar zonder geweld te gebruiken, omdat ze bang waren dat het volk hen zou stenigen.
     [27] Ze namen de apostelen mee en leidden hen voor het Sanhedrin. De hogepriester begon het verhoor met de vraag: [28] ‘Hebben wij u niet nadrukkelijk verboden de naam van Jezus nog te gebruiken en onderricht over hem te geven? En toch verspreidt u uw leer in heel Jeruzalem en stelt u ons aansprakelijk voor de dood van deze man.’ [29] Petrus en de andere apostelen antwoordden: ‘Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen. [30] De God van onze voorouders heeft Jezus weer tot leven gewekt, nadat u hem had vermoord door hem aan een kruishout te hangen. [31] God heeft hem een plaats gegeven aan zijn rechterhand, hem tot leidsman en redder verheven om de Israëlieten tot inkeer te brengen en hun zonden te vergeven. [32] Daarvan getuigen wij, en daarvan getuigt ook de heilige Geest, die God geschonken heeft aan wie hem gehoorzamen.’
     [33] Toen de leden van het Sanhedrin dit hoorden, ontstaken ze in woede en wilden ze de apostelen ter dood brengen. [34] Maar toen stond een van hen op, een Farizeeër die Gamaliël heette en die als wetsleraar bij het hele volk in aanzien stond. Hij gaf opdracht de apostelen een ogenblik naar buiten te brengen [35] en zei vervolgens: ‘Israëlieten, overweeg nog eens goed wat u van plan bent met deze mensen te doen. [36] Immers, enige tijd geleden wierp Teudas zich op als een man die het volk zou leiden, en ongeveer vierhonderd mensen sloten zich bij hem aan; hij werd gedood, zijn aanhang viel uiteen en verdween in het niets. [37] Na hem was er Judas de Galileeër, die ten tijde van de volkstelling met zijn volgelingen in opstand kwam; ook hij ging ten onder, en al zijn volgelingen werden uiteengedreven. [38] Daarom zeg ik u: houd u afzijdig van deze mensen en laat hen begaan, want als het mensenwerk is wat ze nastreven, zal het op niets uitlopen, [39] maar als het Gods werk is, zult u niets tegen hen kunnen uitrichten, of het zou weleens kunnen blijken dat u tegen God strijdt.’ De leden van het Sanhedrin stemden met hem in [40] en riepen de apostelen weer binnen. Ze lieten hen geselen, bevalen hun de naam van Jezus niet meer te gebruiken en lieten hen vrij.
     [41] De apostelen verlieten het Sanhedrin, verheugd dat ze waardig bevonden waren deze vernedering te ondergaan omwille van de naam van Jezus. [42] Ze bleven dagelijks onderricht geven in de tempel of bij iemand thuis en gingen door met het verkondigen van het goede nieuws dat Jezus de messias is.



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013.
- Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties