De bijbel De bijbel
 
..........
 
 De brief van Jakobus
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 2
Respect voor de armen
[1] Broeders en zusters, u kunt niet het geloof hebben in Jezus Christus, de Heer der heerlijkheid, en u toch partijdig gedragen! [2] Ik bedoel dit: veronderstel, er stapt in uw bijeenkomst een man binnen met een gouden ring en in schitterende kleding, en tegelijkertijd komt er een arme binnen in schamele kleren; [3] als u nu opziet tegen de man met de schitterende kleding en zegt: ‘Gaat u hier zitten, dit is een goede plaats’, terwijl u tegen de arme zegt: ‘Blijf jij daar maar staan’, of: ‘Ga hier op de grond zitten, bij mijn voetbank’, [4] doet u dan niet aan discriminatie en wordt u dan geen rechters met verkeerde gedachten?
     [5] Luister, geliefde broeders en zusters: heeft* God degenen die in de ogen van de wereld arm zijn, niet uitgekozen om rijk te zijn in het geloof en om erfgenamen te zijn van het koninkrijk dat Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben? [6] Maar u hebt de arme veracht. Zijn het niet de rijken die u onderdrukken en u voor de rechtbank slepen? [7] Zijn* zij het niet die de goede naam lasteren die over u is aangeroepen?
     [8] Als u evenwel de koninklijke* wet vervult volgens het woord van de Schrift: U zult uw naaste liefhebben als uzelf, handelt u juist. [9] Maar als u partijdig bent, doet u zonde, en wordt u door de wet bestempeld als overtreder. [10] Wie de hele* wet onderhoudt maar op één punt struikelt, staat schuldig ten opzichte van het geheel. [11] Want Hij die gezegd heeft: U zult geen echtbreuk plegen, heeft ook gezegd: U zult niet doden. Wanneer u dus geen echtbreuk pleegt maar wel iemand doodt, bent u toch een overtreder van de wet. [12] Spreek en handel als mensen die door de wet die vrijmaakt, geoordeeld zullen worden. [13] Want onbarmhartig zal het oordeel* zijn voor hem die geen barmhartigheid heeft bewezen, maar de barmhartigheid triomfeert over het oordeel.

Geen geloof zonder daden
     [14] Broeders en zusters,* wat baat het een mens te beweren dat hij geloof heeft, als hij geen daden kan laten zien? Kan zo’n geloof hem soms redden? [15] Stel dat een broeder of zuster geen kleren heeft en niets om te eten, [16] en iemand van u zou hun zeggen: ‘Ga in vrede, houd u warm en eet maar goed’, zonder hun te geven wat ze nodig hebben, wat heeft dat voor zin? [17] Zo is ook het geloof, op zichzelf genomen, als het zich niet uit in daden, dood.
     [18] Maar iemand zal zeggen: ‘U* hebt het geloof, maar ik heb de daad.’ Bewijs me eens dat u geloof hebt, als u geen daden kunt tonen; dan zal ik u uit mijn daden mijn geloof bewijzen. [19] U gelooft dat er slechts één God is? Uitstekend! Ook de demonen geloven dat, en sidderen! [20] Dwaas, wilt u het bewijs dat het geloof zonder daden waardeloos is? [21] Is onze vader Abraham niet gerechtvaardigd vanwege zijn daden, omdat hij zijn zoon Isaak op het altaar ten offer bracht? [22] Het is duidelijk dat zijn geloof zich in daden uitte en pas door zijn daden volkomen werd. [23] Zo ging het woord van de Schrift in vervulling, dat luidt: Abraham geloofde God en het werd hem als gerechtigheid aangerekend; en hij werd Gods vriend genoemd. [24] Het is duidelijk dat een mens door daden wordt gerechtvaardigd en niet alleen door geloof.
     [25] Werd ook de hoer Rachab niet gerechtvaardigd vanwege haar daden, omdat zij de spionnen in haar huis opnam en langs een andere weg liet vertrekken? [26] Zoals het lichaam dood is zonder de ziel, zo is het geloof dood zonder de daad.
Hoofdstuk 2
[1] Broeders en zusters, het geloof in Jezus Christus, onze glorierijke Heer, staat niet toe dat u mensen op hun uiterlijk beoordeelt. [2] Stel dat uw samenkomst wordt bezocht door iemand die prachtige kleren en gouden ringen draagt, en tegelijkertijd door een arme in vodden. [3] Als u dan de eerste met alle zorg omringt en tegen hem zegt: ‘Neemt u plaats, hier zit u goed,’ terwijl u tegen de tweede zegt: ‘Ga daar maar staan, of ga maar bij mijn voetenbank op de grond zitten,’ [4] maakt u dan geen ongeoorloofd onderscheid en wordt uw oordeel niet door verkeerde overwegingen bepaald? [5] Luister, geliefde broeders en zusters: heeft God niet juist hen die naar wereldse maatstaven arm zijn, uitgekozen om rijk te zijn door het geloof en deel te krijgen aan het koninkrijk dat hij heeft beloofd aan wie hem liefhebben? [6] Maar u behandelt arme mensen met minachting. Zijn het dan niet de rijken die u onderdrukken en u voor de rechter slepen? [7] Zijn zij het niet die de voortreffelijke naam die over u is uitgesproken, door het slijk halen? [8] Wanneer u echter het koninklijke gebod volbrengt dat de Schrift geeft: ‘Heb uw naaste lief als uzelf,’ dan handelt u juist. [9] Maar als u op het uiterlijk afgaat, begaat u een zonde en bestempelt de wet u als overtreders. [10] Wie de hele wet onderhoudt maar op één punt struikelt, blijft ten aanzien van alle geboden in gebreke. [11] Want hij die gezegd heeft: ‘Pleeg geen overspel,’ heeft ook gezegd: ‘Pleeg geen moord.’ Als u geen overspel pleegt maar wel een moord, overtreedt u toch de wet. [12] Zorg ervoor dat uw spreken en uw handelen de toets kunnen doorstaan van de wet die vrijheid brengt. [13] Onbarmhartig zal het oordeel zijn over wie geen barmhartigheid heeft bewezen; maar de barmhartigheid overwint het oordeel.
     [14] Broeders en zusters, wat heeft het voor zin als iemand zegt te geloven, maar hij handelt er niet naar? Zou dat geloof hem soms kunnen redden? [15] Als een broeder of zuster nauwelijks kleren heeft en elke dag eten tekortkomt, [16] en een van u zegt dan: ‘Het ga je goed! Kleed je warm en eet smakelijk!’ zonder de ander te voorzien van de eerste levensbehoeften – wat heeft dat voor zin? [17] Zo is het ook met geloof: als het zich niet daadwerkelijk bewijst, is het dood. [18] Maar dan zegt iemand: ‘De een gelooft, de ander doet.’ Laat mij maar eens zien dat je kunt geloven zonder daden; ik zal u door mijn daden tonen dat ik geloof. [19] U gelooft dat God de enige is? Daar doet u goed aan. Maar de demonen geloven dat ook, en ze sidderen. [20] Dwaas, wilt u het bewijs dat geloof zonder daden nutteloos is? [21] Werd het onze voorvader Abraham niet als een rechtvaardige daad toegerekend dat hij zijn zoon Isaak op het altaar wilde offeren? [22] U ziet hoe geloof en handelen daar hand in hand gaan, en hoe het geloof vervolmaakt wordt door daden. [23] Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt: ‘Abraham vertrouwde op God, en dat werd hem toegerekend als een rechtvaardige daad.’ Hij wordt zelfs Gods vriend genoemd. [24] U ziet dus dat iemand rechtvaardig wordt verklaard om wat hij doet, en niet alleen om zijn geloof. [25] Werd niet ook Rachab, de hoer, rechtvaardig verklaard om wat ze deed, toen ze de verkenners ontving en langs een andere weg liet vertrekken? [26] Zoals het lichaam dood is zonder de ziel, zo is ook geloof zonder daden dood.



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013.
- Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties