De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Jozua
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 2
De verkenners in Jericho
[1] Jozua, de zoon van Nun, stuurde vanuit Sittim* twee verkenners uit met de opdracht: ‘Ga het land verkennen, met name Jericho.’ Zij gingen op weg en kwamen in het huis van een hoer die Rachab heette. Daar bleven zij slapen. [2] De koning van Jericho werd gewaarschuwd: ‘Er zijn hier vannacht enkele Israëlieten aangekomen om het land te verkennen.’ [3] Daarop liet de koning van Jericho tegen Rachab zeggen: ‘Lever de mannen uit die bij u hun intrek hebben genomen, want ze hebben de bedoeling het land te verkennen.’ [4] Maar de vrouw bracht de beide mannen naar een schuilplaats en antwoordde toen: ‘Ja, die mannen zijn wel bij me geweest, maar ik wist niet waar ze vandaan kwamen. [5] Tegen donker, vlak voordat de stadspoort dichtging, zijn ze weggegaan; waarheen weet ik niet. Maar als u ze onmiddellijk achterna gaat, haalt u ze nog wel in.’ [6] Zij had hen op het dak gebracht en verborgen onder het vlas dat daar op rekken te drogen hing. [7] Daarop gingen ze de verkenners achterna in de richting van de doorwaadbare plaatsen in de Jordaan. Zodra de achtervolgers de stad uit waren, werd de poort weer gesloten.
     [8] Nog voordat de mannen waren gaan slapen, kwam de vrouw bij hen op het dak [9] en zei: ‘Ik weet dat de heer jullie het land heeft gegeven: de angst voor jullie heeft ons overvallen en alle bewoners van het land sidderen voor jullie. [10] Wij hebben gehoord dat de heer bij de uittocht uit Egypte de Rietzee voor jullie heeft drooggelegd en dat jullie in het Overjordaanse de twee koningen van de Amorieten, Sichon en Og, aan de vernietiging* gewijd hebben. [11] Toen wij dat hoorden, is de schrik ons om het hart geslagen en heeft niemand nog de moed gehad iets tegen jullie te ondernemen. Werkelijk, de heer, jullie God, is God in de hemel boven en op de aarde beneden. [12] Zweer nu bij de heer dat jullie je over mijn familie zullen ontfermen, zoals ik mij over jullie ontfermd heb. Dan weet ik zeker dat ik jullie kan vertrouwen [13] dat je mijn vader en moeder, mijn broers en zussen en al het hunne in leven zult laten en ons van de dood zult redden.’ [14] De mannen antwoordden: ‘Wij staan met ons leven borg voor jullie. Als jij onze plannen niet verraadt, zullen wij jou onze dankbaarheid en trouw bewijzen wanneer de heer het land aan ons heeft overgeleverd.’ [15] Toen liet zij hen aan een touw door het raam naar beneden zakken; haar huis stond namelijk tegen de stadsmuur, zodat ze in de muur woonde. [16] Ze zei nog tegen hen: ‘Ga de bergen in, dan zullen de achtervolgers jullie niet vinden. Houd je daar drie dagen schuil tot zij terug zijn; dan kun je verder gaan.’ [17] Daarop zeiden de mannen: ‘Wij zullen ons houden aan de belofte die je van ons gevraagd hebt. [18] Als wij het land binnentrekken, moet je dit rode koord aan het raam binden, waardoor je ons naar beneden hebt gelaten, en je vader en moeder en je broers met heel je familie bij je in huis brengen. [19] Als iemand uit je huis de straat op gaat, komt zijn bloed op zijn eigen hoofd: wij dragen dan geen verantwoording. Wij zijn wel verantwoordelijk als men de hand slaat aan iemand die bij je in huis is. [20] Maar als je onze plannen verraadt, zijn wij ontslagen van de belofte die je van ons gevraagd hebt.’ [21] Zij antwoordde: ‘Dat is afgesproken.’ Ze liet hen gaan en bond het rode koord aan het raam. [22] De mannen trokken de bergen in en bleven daar drie dagen, tot de achtervolgers teruggekeerd waren. Die achtervolgers hadden op alle wegen gezocht en niets gevonden. [23] Toen kwamen de beide mannen uit de bergen naar beneden, staken de Jordaan over en kwamen bij Jozua, de zoon van Nun. Zij vertelden wat hun was overkomen [24] en zeiden: ‘De heer heeft ons het land in handen gegeven; de bewoners zijn nu al doodsbang voor ons.’
Hoofdstuk 2
Spionnen in Jericho
[1] Hierna stuurde Jozua, de zoon van Nun, er vanuit Sittim in het geheim twee spionnen op uit. Hij gaf hun de opdracht: ‘Verken het hele gebied, maar vooral Jericho.’ De mannen vertrokken. Toen ze in Jericho waren gekomen, vonden ze onderdak bij een hoer, Rachab genaamd, bij wie ze wilden overnachten. [2] Maar toen de koning van Jericho hoorde dat er die nacht spionnen van Israël waren gekomen, [3] liet hij Rachab het volgende bevel geven: ‘Lever ze uit, die mannen die bij je zijn, want ze zijn hier om te spioneren.’ [4] Maar Rachab – die de twee mannen verborgen had – zei: ‘Die mannen hebben mij inderdaad bezocht, maar ik weet niet waar ze vandaan kwamen. [5] Ze zijn vertrokken vlak voordat het donker werd en de poort zou worden gesloten. Ik heb geen idee waar ze naartoe zijn gegaan. Ga ze snel achterna, dan haalt u ze nog in.’ [6] Rachab had de mannen naar het dak gebracht en ze daar verborgen onder bundels vlas. [7] Hun achtervolgers vertrokken meteen in de richting van de Jordaan, naar de oversteekplaatsen. Zodra ze de stad hadden verlaten werd de poort gesloten.
     [8] Rachab ging naar het dak voordat de mannen in slaap zouden zijn. [9] ‘Ik weet,’ zei ze tegen hen, ‘dat de HEER dit land aan jullie heeft gegeven. Wij zijn door angst overmand. Alle inwoners van dit land zijn doodsbang voor jullie, [10] want we hebben gehoord dat de HEER de Rietzee voor jullie heeft drooggelegd toen jullie uit Egypte wegtrokken en dat jullie Sichon en Og, de twee koningen van de Amorieten ten oosten van de Jordaan, hebben vernietigd. [11] Toen we dat hoorden, sloeg de angst ons om het hart en werden we wanhopig. De HEER, jullie God, is immers een God die macht heeft in de hemel en op aarde. [12] Zweer me dan bij de HEER dat jullie mijn familie en mij goed zullen behandelen. Ik heb jullie toch ook goed behandeld? Zweer het me, geef me de zekerheid [13] dat jullie mijn vader en moeder, mijn broers en zusters en hun kinderen zullen sparen. Red ons van de dood!’ [14] De mannen antwoordden haar: ‘We staan voor jullie borg met ons leven, op voorwaarde dat jullie onze plannen niet verraden. Wanneer de HEER ons dit land gegeven heeft, zullen we onze belofte nakomen.’
     [15] Rachab woonde in een huis in de stadsmuur. Ze liet de spionnen langs een touw door het venster naar beneden zakken. [16] ‘Probeer in de bergen te komen,’ zei ze, ‘anders vinden de achtervolgers jullie. Houd je daar drie dagen schuil, totdat ze teruggekomen zijn. Ga daarna pas weg.’ [17] De mannen zeiden: ‘We zijn niet in alle gevallen gebonden aan de eed die je ons hebt laten zweren. [18] Wanneer we dit land binnentrekken, moet je dit rode koord aan het venster binden waardoor je ons hebt laten zakken. Zorg er dan voor dat je vader en moeder, je broers en je hele verdere familie bij je in huis zijn. [19] Wie van jullie dan naar buiten gaat, is zelf schuldig aan zijn dood. In dat geval zijn we niet aan onze eed gebonden. Maar wordt er ook maar iemand kwaad gedaan die binnen blijft, dan zijn wij schuldig. [20] En we zijn ook niet gebonden aan de eed die je ons hebt laten zweren als je onze plannen verraadt.’ [21] Rachab stemde hiermee in en liet de mannen gaan. En ze bond het rode koord aan het venster.
     [22] De mannen gingen de bergen in en bleven daar drie dagen, totdat de achtervolgers waren teruggekeerd. Ze hadden overal gezocht, maar niemand gevonden. [23] Toen kwamen de twee mannen de bergen uit, staken de Jordaan over en meldden zich bij Jozua, de zoon van Nun, aan wie ze alles vertelden wat hun overkomen was. [24] Ze zeiden hem: ‘De HEER heeft ons het hele land in handen gegeven, de inwoners zijn doodsbang voor ons.’



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013.
- Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties