De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Numeri
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 16
Korach, Datan en Abiram
[1] Korach*, zoon van Jishar, de zoon van Kehat, de zoon van Levi, Datan en Abiram, de zonen van Eliab, en On, zoon van Pelet, de zoon van Ruben, [2] kwamen tegen Mozes in opstand*, samen met tweehonderdvijftig Israëlieten, leiders van de gemeenschap, leden van de vergadering en mannen van aanzien. [3] Zij gingen samen naar Mozes en Aäron en zeiden: ‘U wilt teveel! Alle leden van de gemeenschap zijn heilig* en in hun midden is de heer. Waarom verheft u zich dan boven de gemeente van de heer?’ [4] Toen Mozes dit hoorde, wierp hij zich ter aarde. [5] Hij sprak tot Korach en heel zijn aanhang: ‘Morgen zal de heer bekend maken wie de man van zijn keuze is; de heilige, degene die Hij uitkiest, zal Hij tot zich laten naderen. [6] Korach en aanhangers, luister wat u morgen moet doen. U moet met wierookschalen komen, [7] er vuur in doen en daar wierook op leggen voor de heer. Degene die de heer dan uitkiest, is heilig. Zonen van Levi, u wilt teveel.’ [8] Mozes zei tegen Korach: ‘Luister, zonen van Levi. [9] Is het voor u niet genoeg dat de God van Israël u van de gemeenschap heeft afgezonderd en u tot zich heeft laten naderen om dienst te doen in de tent van de heer en de gemeenschap ten dienste te staan? [10] Hij heeft u met alle Levieten tot zich toegelaten en nu eist u ook het priesterschap? [11] U spant met uw aanhangers samen tegen de heer. Wat heeft Aäron gedaan dat u tegen hem mort?’
     [12] Mozes liet Datan en Abiram, de zonen van Eliab roepen. Maar zij antwoordden: ‘Wij komen niet! [13] Het is al erg genoeg dat u ons uit een land dat overvloeit van melk en honing hebt gehaald om ons te laten sterven in de woestijn! Wilt u zich nu ook nog als heerser over ons opwerpen? [14] U hebt ons werkelijk niet in een land dat overvloeit van melk en honing gebracht en u hebt ons ook geen akkers en wijngaarden in eigendom gegeven! Denkt u dat u ons nog iets kunt wijsmaken? Wij komen niet!’ [15] Mozes was daar zeer verontwaardigd over en zei tegen de heer: ‘Sla geen acht op hun meeloffer. Ik heb hun geen ezel ontnomen en niemand van hen onrecht gedaan.’ [16] Mozes zei tegen Korach: ‘Je moet morgen met heel je aanhang voor de heer verschijnen, samen met Aäron. [17] Ieder moet samen met jou en Aäron komen met een wierookschaal, daar wierook op doen en die voor de heer plaatsen, tweehonderdvijftig in totaal.’ [18] Iedereen bracht een wierookschaal mee. Zij deden er vuur in, legden daar wierook op en gingen met Mozes en Aäron bij de ingang van de tent van samenkomst staan. [19] Toen Korach heel de gemeenschap bij de tent van samenkomst bijeengebracht had, zagen zij de heerlijkheid van de heer.
     [20] De heer sprak tot Mozes en Aäron: [21] ‘Ga van deze gemeenschap weg, dan zal Ik hen in één oogwenk vernietigen.’ [22] Toen wierpen zij zich ter aarde en zeiden: ‘O God, U die aan alle mensen het leven schenkt, laat U, als één man zondigt, uw toorn op heel de gemeenschap neerkomen?’ [23] De heer sprak tot Mozes: [24] ‘Zeg tegen de gemeenschap: Ga weg van de verblijfplaats van Korach, Datan en Abiram.’
     [25] Gevolgd door de oudsten van Israël ging Mozes naar Datan en Abiram. [26] Hij richtte zich tot de gemeenschap en zei: ‘Ga toch weg bij de tenten van die goddeloze mannen en raak niets aan wat hun toebehoort, anders worden hun zonden u noodlottig.’ [27] Datan en Abiram waren naar buiten gekomen en met hun vrouwen, zonen en kleine kinderen bij de ingang van hun tenten gaan staan. [28] Toen zei Mozes: ‘Nu zult u weten dat de heer mij gezonden heeft om dit alles te doen en dat het niet van mij afkomstig is. [29] Wanneer die mannen de dood van alle mensen sterven en hen het lot van alle mensen treft, dan heeft de heer mij niet gezonden, [30] maar schept de heer iets volkomen nieuws, spert de grond zijn muil open en verslindt hij hen met alles wat hun toebehoort, zodat zij levend in het dodenrijk neerdalen, dan weet u dat zij de heer versmaad hebben.’ [31] Nauwelijks was hij uitgesproken of de grond onder hen scheurde uiteen, [32] de aarde opende zich en verslond hen en hun families, alle* mensen die bij Korach hoorden en heel hun bezit. [33] Zij daalden levend in het dodenrijk neer. De aarde sloot zich boven hen en zij waren uit de gemeente verdwenen. [34] De Israëlieten die eromheen stonden hoorden hun kreten en vluchtten allemaal weg, want ze dachten: ‘Anders verslindt de aarde ons ook nog!’
     [35] Daarna kwam er een vuur van de heer en dat verteerde de tweehonderdvijftig man die wierook offerden.
Hoofdstuk 16
Het gezag van Mozes en Aäron betwist
[1] De Leviet Korach, de zoon van Jishar, de zoon van Kehat, en de Rubenieten Datan en Abiram, de zonen van Eliab, en On, de zoon van Pelet, kwamen tegen Mozes in opstand. Ze werden gesteund door tweehonderdvijftig leiders van de Israëlieten, achtenswaardige mannen, de aanzienlijkste van de gemeenschap. [3] Ze stelden zich tegenover Mozes en Aäron op en zeiden tegen hen: ‘U matigt u te veel aan. Alle leden van de gemeenschap zijn heilig, en de HEER is in hun midden. Waarom voelt u zich dan boven de gemeenschap van de HEER verheven?’ [4] Bij het horen van deze woorden wierp Mozes zich ter aarde. [5] Daarna zei hij tegen Korach en zijn aanhang: ‘Morgen zal de HEER bekendmaken wie hem toebehoort, wie heilig is en in zijn nabijheid mag verkeren. Wie hij zal uitkiezen, mag in zijn nabijheid komen. [6] Luister wat u moet doen, Korach, en u, zijn aanhangers, ook: neem morgen allemaal een vuurbak, [7] doe er gloeiende kolen in en leg daar reukwerk op voor de HEER. Degene die dan door de HEER wordt uitgekozen, die is heilig. U matigt u te veel aan, Levieten.’ [8] Mozes zei verder tegen Korach: ‘Luister goed, Levieten. [9] Is het u niet genoeg dat u door de God van Israël van de andere Israëlieten bent afgezonderd om in zijn nabijheid te verkeren, om werkzaamheden bij de tabernakel van de HEER te verrichten en om de hele gemeenschap ten dienste te staan en die te vertegenwoordigen? [10] Is het u niet genoeg dat hij u en uw stamgenoten, de Levieten, in zijn nabijheid heeft toegelaten? Eist u nu ook nog het priesterschap op? [11] U en al die aanhangers van u spannen tegen de HEER zelf samen, want wie is Aäron dat u zich bij hem zou beklagen?’
     [12] Mozes liet Datan en Abiram roepen, de zonen van Eliab. Maar zij zeiden: ‘We komen niet. [13] Is het niet genoeg dat u ons uit een land dat overvloeit van melk en honing hebt weggehaald om ons in de woestijn te laten sterven? Moet u zich ook nog als heer en meester over ons opwerpen? [14] U hebt ons bepaald niet naar een land gebracht dat overvloeit van melk en honing, en ons ook geen akkers en wijngaarden gegeven. Denkt u dat u mannen als wij een rad voor ogen kunt draaien? We komen niet.’ [15] Toen werd Mozes woedend. ‘Schenk geen aandacht aan hun offer,’ zei hij tegen de HEER. ‘Niemand van hen heb ik ook maar een ezel afgenomen, niemand van hen heb ik kwaad gedaan.’
     [16] Tegen Korach zei Mozes: ‘Morgen moeten u en al uw aanhangers voor de HEER verschijnen – u en zij, en Aäron. [17] Iedereen moet dan een vuurbak nemen en er reukwerk in leggen, en alle tweehonderdvijftig vuurbakken moeten in de nabijheid van de HEER worden gebracht, ook die van uzelf en Aäron.’ [18] Iedereen nam een vuurbak, deed er gloeiende kolen in, legde daar reukwerk op en stelde zich bij de ingang van de ontmoetingstent op, net als Mozes en Aäron. [19] Toen Korach al zijn aanhangers bij de ingang van de ontmoetingstent had verzameld en zij daar bij Mozes en Aäron stonden, verscheen de majesteit van de HEER aan het hele volk.
     [20] De HEER zei tegen Mozes en Aäron: [21] ‘Zonder je van deze menigte af, dan zal ik die in een oogwenk vernietigen.’ [22] Hierop wierpen ze zich ter aarde en zeiden: ‘God, u die al wat leeft de levensadem schenkt, als één mens zondigt, laat u uw toorn dan op het hele volk neerkomen?’ [23] De HEER antwoordde Mozes: [24] ‘Draag allen op om bij de tenten van Korach, Datan en Abiram weg te gaan.’ [25] Gevolgd door de oudsten van Israël ging Mozes naar Datan en Abiram. [26] ‘Ga bij de tenten van die goddeloze mannen vandaan,’ zei hij tegen het volk, ‘en raak niets aan dat van hen is, anders komt u om vanwege hun zonden.’ [27] Iedereen ging bij de tenten van Korach, Datan en Abiram weg. Datan en Abiram kwamen naar buiten en bleven bij de ingang van hun tent staan, samen met hun vrouwen en kinderen. [28] Mozes zei: ‘Nu zult u inzien dat het de HEER is die mij gezonden heeft om alles te doen wat ik heb gedaan, en dat het niet uit mijzelf is voortgekomen. [29] Sterven deze mensen op de manier waarop iedereen sterft, treft hen hetzelfde lot als ieder ander, dan heeft de HEER mij niet gezonden. [30] Maar als de HEER iets laat gebeuren dat nog nooit gebeurd is, als de aarde haar mond openspert en hen met al hun bezittingen opslokt en zij levend in het dodenrijk afdalen, dan zult u inzien dat die mannen de HEER hebben afgewezen.’ [31] Nauwelijks was hij uitgesproken of de grond onder hun voeten spleet open, [32] de aarde opende haar mond en slokte hen op, met hun families, alle mensen van Korach en alles wat ze bezaten. [33] Zo daalden zij met allen die bij hen hoorden levend in het dodenrijk af. De aarde sloot zich boven hen, en zij waren uit de gemeenschap verdwenen. [34] Alle Israëlieten die eromheen stonden vluchtten weg toen ze hen hoorden schreeuwen, uit angst dat de aarde ook hen zou opslokken.
     [35] Toen kwam er een felle vlam uit het heiligdom, die de tweehonderdvijftig mannen die het reukwerk geofferd hadden dodelijk trof.



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013.
- Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties