Hoofdstuk 4 De taak van de Levieten [1] De heer sprak tot Mozes en Aäron: [2] ‘Houd onder de Levieten een telling van de Kehatieten tussen dertig en vijftig jaar volgens hun geslachten en families, [3] van allen die in aanmerking komen om dienst te doen in de tent van samenkomst. [4] De taak van de Kehatieten in de tent van samenkomst is de zorg voor het allerheiligste. [5] Wanneer het kamp wordt opgebroken, gaan Aäron en zijn zonen naar binnen, nemen het afsluitend voorhangsel weg en bedekken daarmee de ark met de verbondsakte. [6] Zij leggen er een dekkleed van fijn leer over, spreiden daarover een blauwpurperen kleed uit en brengen de draagstokken aan. [7] Over de tafel van de toonbroden spreiden zij een blauwpurperen kleed uit en ze plaatsen daarop de schotels, schalen, kommen en kannen voor het plengoffer; de toonbroden moeten erop liggen. [8] Daaroverheen spreiden zij een karmozijnen kleed uit, bedekken dit met een kleed van fijn leer en brengen de draagstokken aan. [9] Met een blauwpurperen kleed bedekken zij de luchter en de lampen, snuiters, bakjes en alles wat voor het branden van olie nodig is. [10] Zij omhullen die luchter en alle toebehoren met een kleed van fijn leer en zetten alles op een draagbaar. [11] Over het gouden altaar spreiden zij een blauwpurperen kleed uit, bedekken het met een kleed van fijn leer en brengen de draagstokken aan. [12] Alles wat zij bij hun dienst in het heiligdom gebruiken, plaatsen zij op een blauwpurperen kleed, bedekken het met een kleed van fijn leer en zetten het op een draagbaar. [13] Het altaar reinigen zij van de vettige as en ze spreiden er een karmijnrood kleed over uit. [14] Alles wat zij bij de dienst van het altaar gebruiken, zetten zij daarop: de vuurpotten, de vorken, de schoppen en de offerschalen; al de benodigdheden voor het altaar. Zij spreiden er een kleed van fijn leer over uit en brengen de draagstokken aan. [15] Wanneer het kamp opbreekt, moeten Aäron en zijn zonen klaar zijn met het bedekken van het heilige en van alle heilige voorwerpen; dan pas mogen de Kehatieten binnenkomen om ze te dragen. Zij mogen het heilige* niet aanraken: zij zouden sterven. Dit zijn de voorwerpen van de tent van samenkomst die de Kehatieten moeten dragen. [16] Eleazar, de zoon van de priester Aäron, heeft toezicht op de olie voor de lampen, op de geurige wierook, op het dagelijks meeloffer en op de zalfolie, op heel de verblijfplaats en alles wat er in is; het heilige en alles wat erbij hoort.’ [17] De heer sprak tot Mozes en Aäron: [18] ‘Zorg ervoor dat de Kehatitische tak uit de stam van de Levieten niet uitsterft. [19] Willen zij in leven blijven en niet omkomen wanneer zij het hoogheilige naderen, dan moet u het volgende voor hen doen. Aäron en zijn zonen moeten aan ieder van hen zijn taak bij het dragen aanwijzen, [20] zodat zij er niet binnengaan. Zij zouden sterven als zij het heilige maar een ogenblik zagen.’ [21] De heer sprak tot Mozes: [22] ‘Houd een telling onder de Gersonieten volgens hun families en geslachten. [23] Alle mannen van dertig tot vijftig jaar die in aanmerking komen om dienst te doen bij de tent van samenkomst, moet u inschrijven. [24] Het werk van de geslachten van de Gersonieten, hun taak bij het vervoer, is deze: [25] zij moeten de kleden van de verblijfplaats en van de tent van samenkomst dragen: het dekkleed en het kleed van fijn leer dat daaroverheen ligt, het tapijt aan de ingang van de tent van samenkomst, [26] de gordijnen van de voorhof, het tapijt aan de ingang van de voorhof die om de verblijfplaats en bij het altaar ligt, en de touwen die erbij horen. Alles wat voor het werk nodig is, moeten zij verrichten. [27] Al het werk van de Gersonieten, al hun werk bij het vervoer moet gebeuren volgens de aanwijzingen van Aäron en zijn zonen. Geef hun nauwkeurig aan wat zij te dragen hebben. [28] Dat is de taak van de geslachten van de Gersonieten bij de tent van samenkomst. Bij de uitoefening van hun dienst staan zij onder leiding van Itamar, de zoon van de priester Aäron. [29] Ook de Merarieten moet u volgens hun geslachten en families inschrijven. [30] Alle mannen van dertig tot vijftig jaar, die in aanmerking komen om dienst te doen bij de tent van samenkomst, moet u inschrijven. [31] Hun taak bij het vervoer en hun dienst bij de tent van samenkomst is deze: zij moeten zorgen voor de schotten van de verblijfplaats, voor de bindlatten, palen en voetstukken, [32] voor de palen van de voorhof eromheen, met de voetstukken, pinnen, touwen en alles wat daarbij hoort. Dat is hun werk. Geef alle voorwerpen waarvan zij het vervoer te verzorgen hebben, nauwkeurig aan. [33] Dat is de taak van de geslachten van de Merarieten, hun werk bij de tent van samenkomst, onder leiding van Itamar, de zoon van de priester Aäron.’ [34] Mozes en Aäron en de leiders van de gemeenschap schreven de Kehatieten in volgens hun geslachten en families, [35] allen van dertig tot vijftig jaar, allen die in aanmerking kwamen om dienst te doen bij de tent van samenkomst. [36] Het aantal van hen die volgens hun geslachten werden ingeschreven, bedroeg 2.750. [37] Dat waren degenen van de geslachten van de Kehatieten die dienst moesten doen bij de tent van samenkomst en die door Mozes en Aäron volgens het bevel van de heer werden ingeschreven. [38] Het aantal Gersonieten van dertig tot vijftig jaar die volgens hun geslachten en families [39] waren ingeschreven, allen die in aanmerking kwamen om dienst te doen bij de tent van samenkomst [40] en die volgens hun geslachten en families werden ingeschreven, bedroeg 2.630. [41] Dat waren degenen van de geslachten van de Gersonieten die dienst moesten doen bij de tent van samenkomst en die door Mozes en Aäron volgens het bevel van de heer waren ingeschreven. [42] Het aantal Merarieten van dertig tot vijftig jaar die volgens hun geslachten en families [43] werden ingeschreven, het aantal van allen die in aanmerking kwamen om dienst te doen bij de tent van samenkomst [44] en die volgens hun geslachten en families waren ingeschreven, bedroeg 3.200. [45] Dat waren degenen van de geslachten van de Merarieten, die Mozes en Aäron hadden ingeschreven volgens het bevel van de heer, dat door Mozes was overgebracht. [46] Het totale aantal Levieten dat Mozes en Aäron en de leiders van Israël volgens hun geslachten hadden ingeschreven, [47] allen van dertig tot vijftig jaar, het aantal van allen die in aanmerking kwamen om dienst te doen bij de tent van samenkomst en voor het vervoer, [48] bedroeg 8.580. [49] Op bevel van de heer werd onder leiding van Mozes ieder van hen zijn taak bij het vervoer aangewezen. Zij werden aangesteld zoals de heer het aan Mozes bevolen had.
Hoofdstuk 4 [1] De HEER zei tegen Mozes en Aäron: [2] ‘Houd onder de Levieten een telling van de Kehatieten die tussen de dertig en vijftig jaar oud zijn en verplicht zijn werkzaamheden bij de ontmoetingstent te verrichten. Tel hen per geslacht en per familie. [4] De Kehatieten hebben als taak zorg te dragen voor het allerheiligste in de ontmoetingstent. [5] Wanneer het kamp wordt opgebroken, moeten Aäron en zijn zonen het voorhangsel losmaken en er de ark met de verbondstekst mee bedekken. [6] Ze leggen er een kleed van zeekoevellen overheen, spreiden daarover een geheel blauwpurperen kleed en brengen de draagbomen aan. [7] Ook over de tafel voor de toonbroden moeten ze een blauwpurperen kleed spreiden; daar moet het voortdurend aanwezige brood op liggen. De schotels, schalen en kommen en de kannen voor de wijnoffers zetten ze op het kleed. [8] Daaroverheen spreiden ze een karmozijnrood kleed en een kleed van zeekoevellen, en ze brengen de draagbomen aan. [9] Met een blauwpurperen kleed moeten ze de lampenstandaard bedekken, de bijbehorende lampen, snuiters en bakjes en alle olievaatjes die erbij gebruikt worden. [10] Vervolgens zetten ze de standaard en alles wat erbij hoort op een draagbaar waarover een kleed van zeekoevellen ligt. [11] Over het gouden altaar spreiden ze een blauwpurperen kleed. Dit bedekken ze met een kleed van zeekoevellen, en ze brengen de draagbomen aan. [12] Alle voorwerpen die ze bij de dienst in het heiligdom gebruiken, moeten ze op een blauwpurperen kleed leggen, met een kleed van zeekoevellen bedekken en op een draagbaar leggen. [13] Ze verwijderen de as van het brandofferaltaar, spreiden er een roodpurperen kleed over, [14] leggen daarop alle voorwerpen die erbij gebruikt worden – de vuurbakken, vorken, scheppen en offerschalen, kortom, al het altaargerei –, spreiden daar een kleed van zeekoevellen over en brengen de draagbomen aan. [15] Pas als Aäron en zijn zonen bij het opbreken van het kamp klaar zijn met het bedekken van het heiligdom en alle heilige voorwerpen, mogen de Kehatieten komen om ze te dragen. Zij mogen het heiligdom niet aanraken, anders sterven ze. Dat zijn de voorwerpen uit de ontmoetingstent die de Kehatieten moeten dragen. [16] Eleazar, de zoon van de priester Aäron, heeft het toezicht op de olie voor het licht, op het geurige reukwerk, het dagelijkse graanoffer en de zalfolie. Hij heeft het toezicht op de tabernakel en alles wat zich daarin bevindt, op het hele heiligdom en alle bijbehorende voorwerpen.’ [17] De HEER zei tegen Mozes en Aäron: [18] ‘Zorg ervoor dat de Kehatitische tak van de Levieten niet wordt uitgeroeid. [19] Om te voorkomen dat zij te dicht bij het allerheiligste komen en sterven, moeten jullie het volgende doen: Aäron en zijn zonen komen bij hen en wijzen ieder van hen toe wat hij moet dragen. [20] Zelf mogen ze het heilige niet binnengaan, want als ze er ook maar een glimp van zouden opvangen, zouden ze sterven.’ [21] De HEER zei tegen Mozes: [22] ‘Tel ook de Gersonieten, per familie en per geslacht. [23] Schrijf allen in die tussen de dertig en vijftig jaar oud zijn en verplicht zijn werkzaamheden bij de ontmoetingstent te verrichten. [24] De Gersonieten hebben bij het vervoer de volgende taak: [25] zij dragen de kleden van de tabernakel en van de tent daaroverheen, het dekkleed en het kleed van zeekoevellen dat daaroverheen ligt, het gordijn voor de ingang van de ontmoetingstent, [26] de doeken van de ruimte die rond de tabernakel en het altaar afgeschermd is en het gordijn voor de ingang van de afgeschermde ruimte, met de touwen en alles wat er verder bij hoort. Alle werkzaamheden die hiermee verband houden, maken deel uit van hun taak. [27] Alle taken die de Gersonieten bij het vervoer hebben, moeten worden verricht volgens de aanwijzingen van Aäron en zijn zonen, en jijzelf moet nauwkeurig aangeven wat ze moeten dragen. [28] Dit is de taak die de Gersonieten bij het vervoer van de ontmoetingstent hebben. Ze moeten hun werk verrichten onder leiding van Itamar, de zoon van de priester Aäron. [29] Wat de Merarieten betreft, ook hen moet je geordend naar geslacht en familie inschrijven, [30] en wel allen die tussen de dertig en vijftig jaar oud zijn en verplicht zijn werkzaamheden bij de ontmoetingstent te verrichten. [31] De taak die zij bij het vervoer van de ontmoetingstent hebben, is het dragen van de planken van de tabernakel, de dwarsbalken, de palen en voetstukken, [32] en de palen van de omheining, met de pinnen en de touwen en wat er verder bij hoort. Alles wat hiermee te maken heeft, is hun werk. Leg een lijst aan van alle voorwerpen waarvoor zij bij het vervoer zorg moeten dragen. [33] Dit is de taak die de Merarieten bij het vervoer van de ontmoetingstent hebben. Ze moeten die verrichten onder leiding van Itamar, de zoon van de priester Aäron.’ [34] Mozes, Aäron en de leiders van de gemeenschap schreven, geordend naar geslacht en familie, alle Kehatieten in [35] die tussen de dertig en vijftig jaar oud waren en verplicht waren werkzaamheden bij de ontmoetingstent te verrichten. [36] Het aantal ingeschrevenen, geordend naar geslacht, bedroeg 2750. [37] Dit was het aantal Kehatieten dat werkzaam was bij de ontmoetingstent en dat door Mozes en Aäron werd ingeschreven, zoals de HEER het Mozes geboden had. [38] Het aantal Gersonieten dat, geordend naar geslacht en familie, werd ingeschreven, [39] allen die tussen de dertig en vijftig jaar oud waren en verplicht waren werkzaamheden bij de ontmoetingstent te verrichten, [40] dit aantal ingeschrevenen, geordend naar geslacht en familie, bedroeg 2630. [41] Dit was het aantal Gersonieten dat werkzaam was bij de ontmoetingstent en dat door Mozes en Aäron werd ingeschreven, zoals de HEER geboden had. [42] Het aantal Merarieten dat, geordend naar geslacht en familie, werd ingeschreven, [43] allen die tussen de dertig en vijftig jaar oud waren en verplicht waren werkzaamheden bij de ontmoetingstent te verrichten, [44] dit aantal ingeschrevenen, geordend naar geslacht, bedroeg 3200. [45] Dit was het aantal Merarieten dat door Mozes en Aäron werd ingeschreven, zoals de HEER het Mozes geboden had. [46] Het totale aantal Levieten dat door Mozes, Aäron en de leiders van de Israëlieten werd ingeschreven, geordend naar geslacht en familie, [47] allen die tussen de dertig en vijftig jaar oud waren en verplicht waren werkzaamheden bij de ontmoetingstent te verrichten en te helpen bij het dragen ervan, [48] dit aantal bedroeg 8580. [49] Zoals de HEER had geboden, werden ze onder leiding van Mozes ingeschreven overeenkomstig de taak die ieder van hen bij het vervoer had. Zo had de HEER het Mozes opgedragen.
De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.
De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.