De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Numeri
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 6
Het nazireaat
[1] De heer sprak tot Mozes: [2] ‘Zeg tegen de Israëlieten: Wanneer een man of een vrouw iets bijzonders wil verrichten en aan de heer de gelofte* van nazireaat doet, [3] dan moet hij zich onthouden van wijn en andere drank. Hij mag geen azijn uit wijn of uit andere drank drinken. Hij mag ook geen sap van druiven drinken en geen verse of gedroogde druiven eten. [4] Heel de periode van zijn nazireaat mag hij niets eten van wat van de wijnstok komt, zelfs de pit of het vel niet. [5] Zo lang zijn gelofte duurt, mag geen scheermes zijn hoofd aanraken. Tot de tijd die hij zich aan de heer gewijd heeft voorbij is, is hij heilig en moet hij zijn hoofdhaar laten groeien. [6] Heel de duur van zijn wijding aan de heer mag hij bij geen dode komen. [7] Zelfs als zijn vader of moeder, zijn broer of zuster komen te sterven, mag hij zich niet aan hen verontreinigen, want zijn hoofd draagt het teken van zijn toewijding aan God. [8] Tot de tijd van zijn nazireaat voorbij is, is hij de heer gewijd.
     [9] Wanneer iemand in de nabijheid van de nazireeër plotseling en onvoorzien komt te sterven en zo zijn gewijde hoofd verontreinigt, dan moet de nazireeër op de zevende dag, de dag van zijn reiniging, zijn hoofdhaar scheren, [10] en op de achtste dag moet hij twee tortels of twee duiven naar de priester brengen bij de tent van samenkomst. [11] De priester zal de ene als zondeoffer* en de andere als brandoffer* opdragen en de verzoeningsrite voor hem voltrekken, vanwege de schuld die hij door de dode heeft opgelopen. Diezelfde dag moet hij zijn hoofd weer heiligen; [12] hij moet zich opnieuw aan de heer wijden voor de dagen van het nazireaat en hij moet een mannelijk lam van nog geen jaar als schuldoffer aanbieden. De vorige dagen tellen niet meer mee, omdat zijn nazireaat is ontwijd.
     [13] Voor de nazireeër geldt het volgende voorschrift. Op de dag dat de tijd van zijn nazireaat ten einde is, wordt hij naar de ingang van de tent van samenkomst geleid. [14] Hij biedt de heer de volgende offergave aan: een gaaf mannelijk lam van nog geen jaar als brandoffer, een gaaf ooilam van nog geen jaar als zondeoffer en een gave ram als slachtoffer; [15] vervolgens een korf met ongezuurde broden van meelbloem, koeken met olie aangemaakt en ongezuurde platte broden met olie bestreken, en de daarbij behorende meel- en plengoffers. [16] De priester brengt de offergave voor de heer en voltrekt voor de nazireeër het zondeoffer en het brandoffer. [17] De ram biedt hij als slachtoffer aan de heer aan, tegelijk met de ongezuurde broden in de korf; ook het daarbij behorende meeloffer en plengoffer voltrekt hij voor hem. [18] Dan scheert de nazireeër aan de ingang van de tent van samenkomst zijn gewijde hoofd en werpt de haren in het vuur dat onder het slachtoffer brandt. [19] Als hij dat gedaan heeft, neemt de priester het gekookte schouderstuk van de ram, een ongezuurde koek uit de korf en een ongezuurd plat brood en legt die in de handen van de nazireeër. [20] Staande voor de heer bestemt hij deze tot aandeel van de priesters: het is heilig en komt dus de priester toe, evenals het borststuk dat voor de priester bestemd is en de schenkel die als bijdrage wordt afgestaan. Daarna mag de nazireeër weer wijn drinken.
     [21] Voor de nazireeër die boven zijn nazireaat een gave aan de heer beloofd heeft, geldt, afgezien van wat hij verder nog doen wil, het volgende: de inhoud van de afgelegde gelofte bepaalt wat hij meer moet doen dan het voorschrift van het nazireaat gebiedt.’

De priesterzegen
     [22] De heer sprak tot Mozes: [23] ‘Zeg tegen Aäron en zijn zonen: Als u de Israëlieten zegent, doe het dan met deze woorden:
  [24] “Moge de heer u zegenen en behoeden!
  [25] Moge de heer de glans van zijn gelaat over u spreiden en u genadig zijn!
  [26] Moge de heer zijn gelaat naar u keren en u vrede schenken!”
[27] Als zij zo mijn naam over de Israëlieten uitspreken, zal Ik hen zegenen.’
Hoofdstuk 6
Voorschriften voor nazireeërs
[1] De HEER zei tegen Mozes: [2] ‘Zeg tegen de Israëlieten: “Wanneer een man of vrouw een bijzondere gelofte aflegt om zich als nazireeër aan de HEER te wijden, [3] moet zo iemand zich onthouden van wijn en andere drank. Hij mag ook geen verzuurde wijn drinken, geen andere verzuurde drank en geen druivensap, en hij mag geen verse of gedroogde druiven eten. [4] Zolang zijn nazireeërschap duurt, mag hij niets eten dat van de wijnstok afkomstig is, zelfs niet iets dat van de pitten en velletjes gemaakt wordt. [5] Ook mag, zolang zijn nazireeërgelofte geldt, zijn hoofd niet door een scheermes worden aangeraakt; gedurende de hele periode dat hij aan de HEER gewijd is, is hij heilig en moet hij zijn hoofdhaar laten groeien. [6] En zolang hij aan de HEER gewijd is, mag hij niet in de buurt van een dode komen. [7] Zelfs als zijn vader of moeder of zijn broer of zuster sterft, mag hij zich niet verontreinigen door bij hen te komen, want op zijn hoofd draagt hij het teken dat hij aan God gewijd is. [8] Zolang zijn nazireeërschap duurt, is hij aan de HEER gewijd. [9] Maar wanneer zijn hoofdhaar verontreinigd wordt doordat er geheel onverwachts in zijn nabijheid iemand sterft, moet hij zich op de zevende dag reinigen door zijn hoofdhaar af te scheren. [10] Op de achtste dag moet hij de priester, bij de ingang van de ontmoetingstent, twee tortelduiven of twee jonge gewone duiven brengen. [11] De priester moet dan de ene duif als reinigingsoffer opdragen en de andere als brandoffer en zo verzoening voor hem bewerken, omdat hij schuld op zich heeft geladen door in de nabijheid van de dode te komen. Diezelfde dag moet hij zijn hoofd weer heiligen, [12] zich opnieuw voor eenzelfde tijdsduur als nazireeër aan de HEER wijden, en een eenjarige ram als hersteloffer aanbieden. De vorige periode telt niet meer, vanwege de ontwijding van zijn nazireeërschap.
     [13] Wanneer de periode van het nazireeërschap voorbij is, gelden de volgende voorschriften: De nazireeër moet naar de ingang van de ontmoetingstent gebracht worden, [14] en daar moet hij de HEER een offergave aanbieden: een eenjarige ram zonder enig gebrek als brandoffer, een eenjarige ooi zonder enig gebrek als reinigingsoffer en een volwassen ram zonder enig gebrek als vredeoffer, [15] verder een mand met ongedesemd tarwebrood, dikke broden, met olijfolie bereid, en dunne ongedesemde broden, met olijfolie bestreken, en de bijbehorende graan- en wijnoffers. [16] De priester biedt dit aan de HEER aan en draagt het reinigingsoffer en het brandoffer voor de nazireeër op. [17] De volwassen ram bereidt hij als vredeoffer ter ere van de HEER en hij biedt daarbij de mand met ongedesemd brood en het bijbehorende graanoffer en wijnoffer aan. [18] De nazireeër scheert voor de ingang van de ontmoetingstent zijn hoofdhaar af, het teken van zijn nazireeërschap, en gooit dat in het vuur onder het vredeoffer. [19] Nadat de nazireeër zijn haar afgeschoren heeft, neemt de priester een gekookt schouderstuk van de ram en een dik en een dun ongedesemd brood uit de mand, en legt dit alles op de handpalmen van de nazireeër. [20] De priester biedt het de HEER als offergave aan. Het is heilig en bestemd voor de priester, evenals het borststuk en de rechterachterbout. Daarna mag de nazireeër weer wijn drinken.
     [21] Dit zijn de voorschriften voor de nazireeër, die op grond van zijn wijding de HEER een offergave verschuldigd is. Volgens de voorschriften met betrekking tot het nazireeërschap moet hij de belofte die hij gedaan heeft nauwkeurig nakomen. Als hij het zich veroorloven kan, mag hij nog meer geven.”’

De priesterzegen
     [22] De HEER zei tegen Mozes: [23] ‘Zeg tegen Aäron en zijn zonen dat zij de Israëlieten met deze woorden moeten zegenen:
  [24] “Moge de HEER u zegenen en u beschermen,
  [25] moge de HEER het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn,
  [26] moge de HEER u zijn gelaat toewenden en u vrede geven.”

     [27] Als zij mijn naam over het volk uitspreken, zal ik de Israëlieten zegenen.’



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013.
- Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties