Hoofdstuk 6 Bevrijd van de zonde [1] Volgt* hieruit dat wij moeten blijven zondigen om de genade te laten toenemen? [2] Natuurlijk niet! Hoe zouden wij nog in zonde leven, wij die dood zijn voor de zonde? [3] Weet u niet dat wij door de doop*, die ons één heeft gemaakt met Christus Jezus, delen in zijn dood? [4] Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij, zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt*, een nieuw leven zouden gaan leiden. [5] Want indien wij als het ware vergroeid zijn met zijn dood, moeten wij Hem ook volgen in zijn opstanding, [6] in de overtuiging dat onze oude* mens met Hem gekruisigd is. Daardoor is aan het bestaan* in de zonde een einde gekomen, zodat wij niet langer dienstbaar zijn aan de zonde. [7] Want* wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. [8] Indien wij met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven. [9] Want wij weten dat Christus, eenmaal uit de doden opgewekt, niet meer sterft: de dood heeft geen macht meer over Hem. [10] Door de dood die Hij is gestorven, heeft* Hij afgerekend met de zonde, eens en voorgoed; het leven dat Hij leeft, heeft* alleen met God van doen. [11] Zo moet u ook uzelf beschouwen: als dood voor de zonde en levend voor God* in Christus Jezus. [12] Laat* dus de zonde* niet heersen in uw sterfelijk lichaam*, gehoorzaam zijn begeerten niet, [13] stel uw ledematen niet als werktuigen van ongerechtigheid in dienst van de zonde. Bied uzelf aan God aan, als mensen die uit de dood ten leven zijn opgestaan. Offer Hem uw ledematen als werktuigen in dienst van de gerechtigheid. [14] De* zonde mag niet over u heersen, want u staat niet onder de wet, maar onder de genade.
In dienst van de gerechtigheid [15] Betekent* dit dat het ons vrij staat te zondigen, omdat wij niet meer onder de wet leven, maar onder de genade? Dat verhoede God! [16] Het is immers duidelijk dat men díé meester als slaaf moet gehoorzamen in wiens dienst men zich stelt: ofwel u dient de zonde – en dit loopt uit op de dood – ofwel de gehoorzaamheid – en die leidt tot gerechtigheid. [17] Maar u bent, God zij dank, geen slaven meer van de zonde: u hebt zich van harte onderworpen aan de beginselen van de leer die u is overgeleverd*. [18] U bent bevrijd van de zonde en dienaren geworden van de gerechtigheid. [19] – Sprekend* tot zwakke mensen, druk ik mij erg menselijk uit. – Zoals u eertijds uw ledematen in dienst hebt gesteld van onreinheid en steeds grotere bandeloosheid, zo moet u ze nu in dienst stellen van de gerechtigheid, tot uw heiliging. [20] Toen u slaaf was van de zonde, was u vrij ten opzichte van de gerechtigheid. [21] Welke vruchten hebben uw daden toen opgeleverd? Alleen dingen waarover u zich nu schaamt, want ze liepen uit op de dood. [22] Maar nu, bevrijd van de zonde en dienstknecht geworden van God, oogst u heiligheid en tenslotte eeuwig leven. [23] Want het loon van de zonde is de dood, maar de gave van God is het eeuwig leven in Christus Jezus onze Heer.
Hoofdstuk 6 Met Christus gestorven, dood voor de zonde [1] Betekent dit nu dat we moeten blijven zondigen om de genade te laten toenemen? [2] Dat in geen geval. Hoe zouden wij, die dood zijn voor de zonde, nog in zonde kunnen leven? [3] Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, zijn gedoopt in zijn dood? [4] We zijn door de doop in zijn dood met hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden. [5] Als wij delen in zijn dood, zullen wij ook delen in zijn opstanding. [6] Immers, we weten dat ons oude bestaan met hem gekruisigd is omdat er een einde moest komen aan ons zondige leven: we mochten niet langer slaven van de zonde zijn. [7] Wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. [8] Wanneer wij met Christus zijn gestorven, geloven we dat we ook met hem zullen leven, [9] omdat we weten dat hij, die uit de dood is opgewekt, niet meer sterft. De dood heeft geen macht meer over hem. [10] Hij is gestorven om een einde te maken aan de zonde, voor eens en altijd; en nu hij leeft, leeft hij voor God. [11] Zo moet u ook uzelf zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God. [12] Laat de zonde dus niet heersen over uw sterfelijke bestaan, geef niet toe aan uw begeerten. [13] Stel uzelf niet langer in dienst van de zonde als een werktuig voor het onrecht, maar stel uzelf in dienst van God. Denk aan uzelf als levenden die uit de dood zijn opgewekt en stel uzelf in dienst van God als een werktuig voor de gerechtigheid. [14] De zonde mag niet langer over u heersen, want u staat niet onder de wet, maar leeft onder de genade. [15] Betekent dit nu dat we vrijuit mogen zondigen omdat we niet onder de wet staan, maar onder de genade leven? Absoluut niet. [16] Wanneer u zich als slaaf in iemands dienst stelt, weet u toch dat u hem moet gehoorzamen? Wanneer u de zonde dient, leidt dat tot de dood; wanneer u God gehoorzaamt, leidt dat tot vrijspraak. [17] Maar God zij gedankt: u was slaven van de zonde, maar nu gehoorzaamt u van ganser harte de leer waaraan u zich hebt toevertrouwd, [18] en bevrijd van de zonde hebt u zich in dienst gesteld van de gerechtigheid. [19]Ik druk me zo gewoon mogelijk uit, omdat het anders uw begrip te boven gaat. Zoals u zich ooit in dienst stelde van zedeloosheid en onrecht om een wetteloos leven te leiden, zo stelt u zich nu in dienst van de gerechtigheid om heilig te leven. [20] Toen u nog slaven van de zonde was, was u niet gebonden aan de gerechtigheid. [21] Wat hebt u daarmee geoogst? Dingen waarvoor u zich nu schaamt, want ze leiden tot de dood. [22] Maar nu, bevrijd van de zonde en in dienst van God, oogst u toewijding aan hem en zelfs het eeuwige leven. [23] Het loon van de zonde is de dood, maar het geschenk van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer.
De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.
De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.