De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Wijsheid van Jezus Sirach
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 23
 
  [1] Heer, Vader en meester van mijn leven,
laat mij niet over aan het beleid van mijn lippen
en sta niet toe dat ik door hen ten val kom.
  [2] Wie legt een zweep klaar
om mijn denken te slaan,
en de roede van de wijsheid
om mijn hart te tuchtigen?
Dan zal die zweep mij niet sparen als ik domheden bega,
en zal die roede nooit de fouten van mijn lippen ongestraft laten.
  [3] Dan zullen mijn dwaasheden niet toenemen
en mijn zonden niet talrijker worden;
dan zal ik niet ten val komen onder het oog van mijn tegenstanders
en zal mijn vijand zich niet over mij verheugen.*
  [4] Heer, Vader en God van mijn leven, bescherm mij tegen hoogmoedige ogen
  [5] en wend de begerigheid van mij af;
  [6] laten gulzigheid en wellust mij niet in hun greep krijgen
en lever mij niet over aan schaamteloze hartstocht.

Zweer niet onbezonnen
  [7] Hoor, kinderen, hoe de mond opgevoed wordt:
wie zich daaraan houdt, raakt niet verstrikt.
  [8] De zondaar wordt het slachtoffer van zijn eigen lippen,
de lasteraar en de hoogmoedige komen erdoor ten val.
  [9] Wen je mond niet aan eden
en wen er zelf niet aan
de naam van de Heilige te noemen.
  [10] Want zoals een slaaf die men voortdurend in het oog houdt
de striemen niet bespaard blijven,
zo zal ook hij die altijd maar zweert en de heilige naam noemt
niet vrij blijven van zonde.
  [11] De man die veel zweert
overlaadt zich met ongerechtigheid:
de gesel zal niet wijken van zijn huis.
Als hij zijn eed niet houdt,
drukt zijn zonde op hem;
als hij hem niet op waarde inschat,
zondigt hij dubbel,
en als hij zonder reden zweert,
wordt hij niet gerechtvaardigd:
zijn huis zal met rampen overladen worden.

Gedraag je waardig
  [12] Er is een manier van spreken waar de dood op staat:
laat die in Jakobs erfdeel niet gevonden worden,
want de vrome mensen mogen zich met dat alles niet inlaten
en zij mogen zich niet in zonden wentelen.
  [13] Wen je mond niet aan vunzige platheden,
want dan zondig je door je woorden.
  [14] Denk aan je vader en je moeder
als je te midden van de notabelen vertoeft;
je moet ze in hun aanwezigheid niet vergeten
en onder invloed van die omgang geen dwaas worden,
zodat je zou wensen niet verwekt te zijn
en de dag van je geboorte vervloekt.
  [15] Iemand die gewoon is schampere taal te gebruiken
wordt zijn leven lang geen beschaafd mens.
 
  [16] Twee* soorten mensen beladen zich met zonde
en een derde soort roept de toorn op.
Brandende begeerte is als een laaiend vuur:
zij wordt niet geblust voordat zij is opgebrand.
Een ontuchtig mens zal niet met zijn lichaam ophouden
totdat het vuur hem verteert.
  [17] Een persoon die ontucht begaat vindt alle brood lekker:
hij zal niet ophouden tot hij doodgaat.
  [18] De man die overspel pleegt
zegt bij zichzelf: ‘Wie ziet mij?
Het is donker om mij heen, de muren houden mij verborgen
en niemand ziet mij. Waarvoor zou ik bang zijn?
De Allerhoogste zal mijn zonden vergeten!’
  [19] Wat hij vreest zijn de ogen van de mensen
en hij beseft niet dat de ogen van de Heer
tienduizend maal zo helder zijn als de zon:
zij zien alle wegen van de mensen
en dringen tot in verborgen hoeken door.
  [20] Alles was Hem bekend voordat het werd geschapen
en het blijft Hem bekend nadat het is voltooid.
  [21] Zo* iemand wordt in de straten van de stad gestraft
en gegrepen waar hij er niet op berekend is.
 
  [22] Zo ook de vrouw die haar man ontrouw is
en hem een erfgenaam bezorgt van een vreemde.
  [23] Ten eerste is zij ongehoorzaam geweest
aan de Wet van de Allerhoogste;
ten tweede heeft zij zich misdragen
tegenover haar man;
ten derde heeft zij ontucht en echtbreuk gepleegd
en haar man kinderen bezorgd
die door een vreemde verwekt zijn.
  [24] Zo’n vrouw zal voor de vergadering gebracht worden
en over haar kinderen zal leed komen.
  [25] Haar kinderen zullen geen wortel schieten
en haar takken zullen geen vrucht dragen.
  [26] Haar nagedachtenis zal een vloek zijn
en haar schande zal niet worden uitgewist.
  [27] Zij die achterblijven zullen inzien
dat niets beter is dan de vrees voor de Heer
en dat niets zoeter is dan het onderhouden van de geboden van de Heer.*
Hoofdstuk 23
 
  [1] Heer, Vader, meester van mijn leven,
lever me niet over aan de raad van mijn lippen,
laat mijn tong mij niet ten val brengen.
  [2] Wie legt de zweep over mijn gedachten
en tuchtigt mijn hart met wijsheid,
zodat mijn domheden niet ongestraft blijven
en ik geen fouten bega,
  [3] zodat mijn dwalingen niet toenemen
en mijn zonden zich niet ophopen,
zodat ik niet ten val kom in het bijzijn van mijn tegenstanders
en mijn vijanden geen leedvermaak over mij hebben?
Voor hen is de hoop op uw barmhartigheid ver weg.
  [4] Heer, Vader, God van mijn leven,
bescherm mij tegen de hebzucht van mijn ogen
  [5] en wend begeerte van mij af.
[6] Laat gulzigheid en wellust mij niet in hun greep krijgen,
lever mij niet over aan schaamteloze begeerte.
Hier volgt onderricht in het spreken.

Onderricht in het spreken
 
     [7]
Kinderen, leer hoe je je mond moet gebruiken,
wie daarop let, raakt niet in zijn woorden verstrikt.
 
  [8] Een zondaar komt in de greep van zijn lippen,
een lasteraar en een hoogmoedige lopen daardoor in de val.
  [9] Maak er geen gewoonte van een eed te zweren
en spreek niet voortdurend de naam van de Heilige uit.
  [10] Want zoals een slaaf op wie voortdurend wordt gelet
de striemen niet bespaard blijven,
zo blijft iemand die voortdurend zweert en de naam van de Heilige noemt
niet gevrijwaard van zonde.
  [11] Wie veel zweert wordt een en al wetteloosheid,
de gesel wijkt niet van zijn huis.
Als hij zijn eed niet gestand doet laadt hij een zonde op zich,
als hij zijn eed vergeet begaat hij een dubbele zonde.
En als hij lichtvaardig zweert gaat hij niet vrijuit,
zijn huis wordt met ellende overladen.
  [12] Er is een manier van spreken zo gevaarlijk als de dood,
laat die onder het volk van Jakob niet voorkomen.
Vrome mensen houden zich er verre van,
ze wentelen zich niet in zonden.
 
  [13] Wen jezelf geen smerige taal aan,
want zulke taal is zondig.
  [14] Houd je vader en moeder in ere
als je onder hooggeplaatsten bent,
dan vergeet je ze niet in dat gezelschap,
word je door je gedrag geen dwaas,
wens je niet dat je nooit was verwekt,
vervloek je niet de dag van je geboorte.
  [15] Een mens die voortdurend schampere taal spreekt,
wordt zijn leven lang niet beschaafd.

Ontucht en overspel
  [16] Twee soorten mensen stapelen zonde op zonde,
en een derde soort maakt woedend.
Brandende begeerte is als een laaiend vuur,
ze dooft niet voor ze helemaal is opgebrand.
Een man die met zijn lichaam ontucht pleegt
stopt niet voordat het vuur is geblust.
  [17] Een man die ontucht pleegt lust alle brood,
hij wordt zijn leven lang niet bevredigd.
  [18] Een man die overspel pleegt
zegt bij zichzelf: Wie ziet mij?
Ik ben in het donker, de muren verbergen mij,
niemand ziet me – waarom zou ik bang zijn?
De Allerhoogste denkt niet aan mijn zonden.
  [19] Zo iemand vreest de ogen van mensen,
maar hij weet niet dat de ogen van de Heer
tienduizendmaal helderder zijn dan de zon,
dat ze alle daden van de mensen zien,
doordringen tot in verborgen hoeken.
  [20] Hij kende alles voordat het geschapen werd,
en kende het ook daarna.
  [21] Zo iemand wordt in de straten van de stad gestraft;
waar hij er niet op verdacht is wordt hij gegrepen.
  [22] Zo ook een vrouw die haar man ontrouw is
en hem een erfgenaam van een vreemde bezorgt.
 
  [23] Ten eerste overtrad ze de wet van de Allerhoogste,
ten tweede misdroeg ze zich tegenover haar man,
ten derde pleegde ze ontucht en overspel
en bezorgde ze haar man kinderen van een vreemde.
  [24] Zo’n vrouw wordt voor de volksvergadering gebracht,
en haar kinderen zullen het ontgelden.
  [25] Haar kinderen zullen geen wortel schieten,
haar takken zullen geen vrucht dragen.
  [26] Haar nagedachtenis zal een vloek zijn,
haar schande zal niet worden uitgewist.
  [27] Zij die achterblijven zullen beseffen
dat niets beter is dan ontzag voor de Heer,
niets aangenamer dan je te houden aan zijn geboden.



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013.
- Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties