![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||
Zaterdag in week 16 door het jaarJeremia 7,1-11
Uit de profeet Jeremia
Het woord van de HEER kwam tot Jeremia:
“Ga naar het huis van de HEER en verkondigt daar in de poort deze boodschap: Luistert naar het woord van de HEER, mannen van Juda, die door deze poort gaat om u voor Hem neer te buigen. Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Betert uw leven, dan laat Ik u wonen op deze plaats. Vertrouwt niet op de valse leus: Dit is de tempel van de HEER, de tempel van de HEER, de tempel van de HEER! Maar betert uw leven; behandelt elkaar rechtvaardig, verdrukt geen vreemdeling, weduwen en wezen, vergiet geen onschuldig bloed op deze plaats en loopt niet achter andere goden aan, tot uw eigen verderf. Dan laat Ik u wonen op deze plaats, in het land dat Ik aan uw voorvaderen gegeven heb voor altijd. Maar gij vertrouwt op valse, waardeloze leuzen. Gij steelt, gij moordt, ge pleegt echtbreuk, ge zweert vals, ge offert aan de Baäls en loopt achter andere goden aan die gij nooit hebt gekend. En dan durft ge in dit huis dat mijn Naam draagt nog voor Mij te verschijnen en zeggen: We zijn veilig! Maar ondertussen blijft ge al uw wandaden bedrijven. Is het huis dat mijn Naam draagt, in uw ogen soms een rovershol? In mijn ogen beslist niet,” – zo luidt de godsspraak van de HEER –. Matteüs 13,24-30
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd hield Jezus de menigte deze gelijkenis voor:
“Het Rijk der hemelen gelijkt op een man die op zijn akker goed zaad had gezaaid; maar terwijl de mensen sliepen kwam zijn vijand, zaaide onkruid tussen de tarwe en ging heen. Toen de halmen opgeschoten waren en vrucht hadden gezet, was ook het onkruid te zien. Nu gingen de knechten naar hun meester en zeiden hem: Heer, ge hebt toch goed zaad op uw akker gezaaid? Hoe komt het dan dat er onkruid op staat? Hij antwoordde hun: Dat is het werk van een vijand. De knechten zeiden tot hem: Wilt ge dan dat we het bijeengaren? Maar hij zei: Neen, ik ben bang, dat ge, wanneer ge het onkruid bijeengaart, de tarwe mee uittrekt. Laat beide samen opgroeien tot de oogst, en met de oogsttijd zal ik de maaiers zeggen: Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in bussels om te verbranden; maar slaat de tarwe op in mijn schuur.” |
|
||||||||||||||||||||||||
|
- Disclaimer - Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013. - Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties | |||||||||||||||||||||||||