De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Job
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 13
 
  [1] Twijfel je nog of ik alles zie,
alles hoor, alles begrijp?
  [2] Wat jullie weten, weet ik ook;
ik loop niet achter!
  [3] Maar dit is mijn verlangen:
ik wil spreken tot de Almachtige en
mij verdedigen tegenover God.
  [4] Maar jullie,
jullie pleisteren* alles dicht met leugens,
jullie allemaal, kwakzalvers!
  [5] In godsnaam zwijg,
als je tenminste nog een greintje verstand hebt.
 
  [6] Luister liever naar mijn pleidooi,
hoor mijn verdediging.
  [7] Liegen jullie,
spreken jullie onwaarheid omwille van God?
  [8] Wil je, partijdig genoeg, aan zijn kant gaan staan,
zijn advocaat spelen?
  [9] Kom nou, dat heeft Hij door,
je kunt Hem niet bedotten als een mens.
  [10] Als je op valse gronden partij kiest voor Hem
dan zal Hij je leren, reken maar!
  [11] Heb je dan geen ontzag,
huiver je niet voor zijn grootheid?
 
  [12] Die wijze woorden van jullie zijn als as,
als los zand is dat soort uitspraken.
  [13] Hou je mond, laat mij aan het woord,
wat er ook zal gebeuren.
  [14] Ik ben bereid om elk risico* te nemen,
ik zet mijn leven op het spel.
  [15] Als God mij wil doden, ga ik Hem niet uit de weg,
ik blijf mij verdedigen, recht in zijn gezicht.
  [16] Dat alleen zal uitlopen op mijn redding,
want een goddeloze durft zoiets niet.
  [17] Luister goed naar mij,
zet je oren open,
  [18] want overtuigd van mijn recht
geef* ik opening van zaken.
  [19] Als iemand mijn argumenten weerlegt,
dan zwijg ik en geef ik mij gewonnen.
  [20] Maar twee dingen vraag ik
om* niet voor U te hoeven wegkruipen:
  [21] haal uw hand boven mij weg,
bedreig mij niet:
  [22] houd uw pleidooi, en ik zal antwoorden.
Laat mij spreken en spreek mij niet tegen.
 
  [23] Hoe talrijk zijn mijn misstappen, mijn zonden?
Leer ze mij kennen.
  [24] Waarom keert* U zich af van mij
en behandelt U mij als uw vijand?
  [25] Wilt U een neergewaaid blad opschrikken,
achter een dorre strohalm aanzitten?
  [26] Waarom vraagt U anders zoveel rekenschap over mij,
verhaalt U mijn jeugdzonden op mij,
  [27] doopt* U mijn voeten in de kalk,
bewaakt U mijn gaan en staan,
en loopt U al mijn sporen na?
 
  [28] Zoveel moeite voor iemand die verrot en vergaat
als een kleed dat door motten is aangevreten.
Hoofdstuk 13
 
  [1] Mijn ogen hebben alles gezien,
mijn oren alles gehoord en begrepen.
  [2] Wat jullie weten, weet ik ook,
ik ben niet jullie mindere.
  [3] Nu zal ik spreken tot God, de Ontzagwekkende,
ik wil me verdedigen ten overstaan van God.
  [4] Want jullie dekken alles toe met leugens,
kwakzalvers zijn jullie, allemaal!
  [5] O, wilden jullie maar eens zwijgen,
dat zou wel een blijk van wijsheid zijn.
  [6] Luister goed naar mijn verweer,
hoor het pleidooi dat over mijn lippen komt.
  [7] Spreken jullie onwaarheid namens God?
Willen jullie God met leugens dienen?
  [8] Zien jullie hem naar de ogen?
Is het zijn zaak waarvoor jullie pleiten?
  [9] Loopt het goed af, als hij jullie onderzoekt?
Kun je hem bedriegen zoals je een mens bedriegt?
  [10] Streng zal hij je straffen,
als je heimelijk partijdig bent.
  [11] Boezemt zijn majesteit je dan geen schrik in?
Overweldigt je geen siddering van angst?
  [12] Jullie betoog is louter zand,
jullie verweer een lemen schild.
  [13] Zwijg nu, dan zal ik spreken,
wat er ook gebeuren mag.
 
  [14] Al moet ik mijzelf aan stukken rijten,
al moet ik mijn leven op het spel zetten
  [15] – hij wil me zeker doden –, ik deins niet terug,
ik zal mijn daden tegenover hem verdedigen.
  [16] Ja, dit zal zelfs mijn redding worden,
want huichelaars verschijnen niet voor hem.
  [17] Luister dus aandachtig naar mijn woorden,
laat mijn betoog in jullie oren dringen.
  [18] Nu zal ik mijn zaak uiteenzetten;
ik weet: het recht staat aan mijn kant.
  [19] Is er iemand die mijn gelijk betwisten kan?
Dan zal ik zwijgen en te gronde gaan.
  [20] Maar ik vraag u om twee dingen,
zodat ik mij niet voor u hoef te verbergen:
  [21] haal uw handen van mij af
en laat angst voor u mij niet verlammen.
  [22] Roep mij, dan zal ik antwoorden,
of ik zal spreken en dan antwoordt u.
  [23] Hoeveel wandaden en zonden heb ik begaan?
Laat me weten wat mijn overtredingen zijn!
  [24] Waarom verbergt u uw gezicht
en behandelt u mij als uw vijand?
  [25] Wilt u een opgewaaid blad opjagen,
een verdorde strohalm achtervolgen?
  [26] Want u verordent bitterheid voor mij,
u belast mij met de zonden van mijn jeugd.
  [27] U sluit mijn voeten in het blok,
u bewaakt me waar ik ga of sta,
u merkt mijn voetzool met uw teken.
  [28] En dat bij iemand die verteerd wordt, als door wormen,
als een door motten aangetast gewaad.



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Klik hier voor de richtlijnen voor het gebruik van deze online-versie van de Willibrord- en Nieuwe Bijbelvertaling: © 1995-2010.
- Een project van de Katholiek Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties