Hoofdstuk 22 Derde betoog van Elifaz [1 ] Hierop antwoordde Elifaz, de Temaniet: [2 ] ‘Natuurlijk* , niemand kan iets doen ten bate van God,
al is hij nog zo wijs. [3 ] De Almachtige heeft geen belang bij jouw rechtschapenheid,
haalt geen winst uit jouw onbesproken gedrag. [4 ] Maar als Hij je voor het gerecht daagt
en met jou in het geding treedt,
gebeurt dat dan vanwege je vroomheid? [5 ] Is het niet vanwege je slechtheid,
omdat je schuld geen grenzen kent, [6 ] omdat je onredelijk onderpand eist van je naaste,
armen uitkleedt, [7 ] dorstigen een dronk weigert,
hongerigen geen brood geeft [8 ] – ja, de sterken hebben de macht,
brutalen de halve wereld – [9 ] omdat je weduwen wegstuurt zonder iets
en de bedelhanden van wezen leeg laat. [10 ] Daarom kun je geen kant meer uit
en word je door angst overvallen. [11 ] Zie je de lucht niet donker worden?
Je verdrinkt in de wassende vloed. [12 ] Is Hij niet de hoge God van de hemel?
Hij kijkt over alle sterren heen, hoe hoog ze ook zijn. [13 ] Maar dan zeg jij: “Wat weet God eigenlijk?
Oordeelt en ziet Hij dwars door de wolken heen? [14 ] In nevels gehuld kan Hij niets zien,
Hij wandelt ergens aan het eind van de wereld.” [15 ] Moet jij zonodig de weg van de verblinding,
het pad van de leeghoofden opgaan? [16 ] Zulke mensen worden weggerukt voor hun tijd,
van hun voetstuk gesleurd door de maalstroom, [17 ] omdat ze tegen God zeggen: “Laat ons met rust”,
of: “Wat kan de Almachtige ons maken?” [18 ] Hij speelt in hun stuk geen rol
en toch heeft Hij hun huizen gevuld. [19 ] De Rechtvaardige drijft de spot met zulke mensen,
hun aanblik vervult Hem met leedvermaak. [20 ] Daar ligt hun grootheid geveld,
en wat nog rest gaat in vlammen op. [21 ] Maak het goed met God en sluit vrede,
dan heb je alles gewonnen. [22 ] Luister naar de lessen van zijn mond,
schrijf zijn woorden in je hart. [23 ] Als je terugkeert tot de Almachtige, zul je opgebouwd zijn
en alle onrecht van je woning weghouden; [24 ] dan zal Hij die het goud weglegt in de aarde,
in de rotsige beken van Ofir, [25 ] de Almachtige,
jouw goud zijn
en jouw kostelijk zilver. [26 ] Dan zul je vreugde vinden bij de Almachtige,
Hem weer onbevreesd aanzien. [27 ] Bid je tot Hem, Hij zal je verhoren;
doe je een gelofte, je kunt haar volbrengen; [28 ] neem je een besluit, het wordt uitgevoerd;
ga je ergens heen, licht schijnt voor je uit. [29 ] Is iemand vernederd en zeg jij: “Sta op!”,
dan zal God de verslagene op laten staan. [30 ] En spreekt Hij diegene vrij die niet vrij van schuld is,
dan is het omwille van jouw schone handen.’
Hoofdstuk 22 Elifaz’ derde betoog [1 ] Toen nam Elifaz uit Teman het woord: [2 ] ‘Kan een mens God ooit tot nut zijn,
kan zelfs een wijze hem een dienst bewijzen? [3 ] Verheugt het de Ontzagwekkende dat jij onschuldig bent?
Baat het hem dat jij een onberispelijk leven leidt? [4 ] Zou hij je voor je vroomheid willen straffen
en je daarom in een rechtsgeding betrekken? [5 ] Je weet toch dat je levenswandel slecht is,
dat je zonden ontelbaar zijn? [6 ] Zonder reden eiste je een pand van je naaste
en armen nam je zelfs hun laatste kleren af. [7 ] Wie uitgeput was weigerde je water,
brood onthield je hem die honger had. [8 ] Ja, de gewelddadige bezit het land,
de nietsontziende heeft er zijn macht gevestigd. [9 ] Weduwen heb je weggestuurd met lege handen,
de krachten van wezen heb je gebroken. [10 ] Daarom staan er valstrikken rondom
en raak je plotseling door angst ontzet. [11 ] Zie je dan het duister niet,
bespeur je niet de vloed die jou bedekt? [12 ] Zou God niet in de hoge hemel wonen?
Kijk toch naar de sterren aan de hemeltrans! [13 ] Maar jij zegt: “Wat weet God?
Kan hij oordelen door het donker heen? [14 ] Hij wordt omhuld door wolken en ziet niets
wanneer hij langs de grenzen van de hemel wandelt.” [15 ] Wil je het pad van vroeger blijven gaan,
dat door de onrechtvaardigen gevolgd wordt? [16 ] Zij werden vóór hun tijd geveld,
alsof een rivier hun fundament had weggespoeld. [17 ] Steeds weer zeiden ze tot God: “Wend u van ons af.
Wat kan de Ontzagwekkende voor ons doen?” [18 ] Toch vulde hij hun huis met rijkdom.
De bedrijvigheid van goddelozen blijve ver van mij! [19 ] De rechtvaardige ziet het aan en hij verheugt zich,
de onschuldige lacht hen smalend uit. [20 ] Worden onze vijanden niet weggevaagd,
wordt hun laatste rijkdom niet door vuur verzwolgen? [21 ] Verzoen je met God en leef met hem in vrede,
dan zul je weer tot welstand komen. [22 ] Aanvaard wat je van hem hebt te leren
en sluit zijn woorden in je hart. [23 ] Keer terug tot de Ontzagwekkende en je zult herstellen,
zuiver je huis van alle kwaad. [24 ] Laat het goud toch in de aarde rusten,
laat het erts van Ofir liggen op de bodem van de stroom, [25 ] dan zal de Ontzagwekkende je goud zijn,
dan zal hij een schat zijn van het puurste zilver. [26 ] Je zult vreugde vinden bij de Ontzagwekkende
en je gezicht weer naar hem opheffen. [27 ] Als je tot hem bidt, dan luistert hij,
en je geloften los je in. [28 ] Wat jij ook besluit, het zal worden uitgevoerd,
en het licht zal schijnen op de wegen die je gaat. [29 ] Als rampspoed iemand velt en jij zegt: “Sta op!”,
dan redt God hem, die het hoofd moest buigen. [30 ] Hij redt zelfs hen die niet onschuldig zijn.
Hun redding danken ze aan jouw reine handen.’
Inhoudsopgave Inleiding Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 Hoofdstuk 9 Hoofdstuk 10 Hoofdstuk 11 Hoofdstuk 12 Hoofdstuk 13 Hoofdstuk 14 Hoofdstuk 15 Hoofdstuk 16 Hoofdstuk 17 Hoofdstuk 18 Hoofdstuk 19 Hoofdstuk 20 Hoofdstuk 21 Hoofdstuk 22 Hoofdstuk 23 Hoofdstuk 24 Hoofdstuk 25 Hoofdstuk 26 Hoofdstuk 27 Hoofdstuk 28 Hoofdstuk 29 Hoofdstuk 30 Hoofdstuk 31 Hoofdstuk 32 Hoofdstuk 33 Hoofdstuk 34 Hoofdstuk 35 Hoofdstuk 36 Hoofdstuk 37 Hoofdstuk 38 Hoofdstuk 39 Hoofdstuk 40 Hoofdstuk 41 Hoofdstuk 42 Inhoudsopgave Inleiding op het boek Job De leefwijze van Job De eerste beproeving De tweede beproeving Het medeleven van zijn vrienden Job vervloekt zichzelf Eerste betoog van Elifaz Jobs antwoord aan Elifaz Eerste betoog van Bildad Jobs antwoord aan Bildad Eerste betoog van Sofar Jobs antwoord aan Sofar Tweede betoog van Elifaz Jobs antwoord aan Elifaz Tweede betoog van Bildad Jobs antwoord aan Bildad Tweede betoog van Sofar Jobs antwoord aan Sofar Derde betoog van Elifaz Jobs antwoord aan Elifaz Derde betoog van Bildad Jobs antwoord aan Bildad Job houdt zijn onschuld vol De wijsheid ligt niet binn... Job denkt terug aan zijn g... Job weet zich verguisd en bespot Job kan zich niets verwijten Eerste betoog van Elihu Tweede betoog van Elihu Derde betoog van Elihu Vierde betoog van Elihu Eerste antwoord van God Job krabbelt terug Tweede antwoord van God Job geeft zich over Epiloog
De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.
De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.
U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch . Hartelijk dank!