De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Job
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 32
Eerste betoog van Elihu
[1] De drie mannen zagen verder af van het gesprek met Job; hij hield zichzelf toch voor onschuldig. [2] Maar Elihu, zoon van Barakel, van het geslacht Ram uit Buz, ontstak in woede. Woedend was hij op Job, die meende tegenover God in zijn recht te staan. [3] Woedend was hij op de drie vrienden, die met al hun gepraat niet in staat waren gebleken Job van zijn eigen schuld te overtuigen. [4] Gedurende heel het gesprek had Elihu geduldig gezwegen, omdat de anderen ouder waren. [5] Nu de drie vrienden niets meer wisten te zeggen, ontstak hij, zoals gezegd, in woede.

     [6] En Elihu, de zoon van Barakel uit Buz, sprak als volgt:
   ‘Ik* ben nog jong, u bent op jaren;
daarom hield ik mij schuchter terug
en waagde ik het niet om mijn mening te zeggen.
  [7] Ik dacht: laat de ouderdom aan het woord
en tonen wat wijsheid is;
  [8] want dan pas krijgt haar geest vat op de mens,
verleent de adem van de Almachtige hem inzicht.
  [9] Maar leeftijd maakt nog niet wijs,
grijze haren zijn geen garantie voor een juist oordeel.
  [10] En daarom zeg ik nu: luister naar mij,
ik zal eens laten horen wat ik ervan denk.
  [11] Zolang u sprak heb ik gewacht,
gewikt en gewogen,
terwijl u probeerde te formuleren.
  [12] Serieus, ik heb goed geluisterd,
en concludeer: niemand heeft Jobs ongelijk bewezen
of zijn argumenten weerlegd.
  [13] En nou niet zeggen: “Job was ons te wijs,
alleen God en niet een mens kan hem klein krijgen.”
  [14] Want ik ben met hem nog niet in discussie geweest
en ik heb heel andere argumenten dan u.
  [15] Daar staan ze nu, met stomheid geslagen,
geen weerwoord schiet hun te binnen.
  [16] En ik maar wachten; maar zij weten niets meer,
staan daar met de mond vol tanden.
  [17] Goed, nu zal ik eens zeggen wat ik te zeggen heb
en eens laten horen wat ik ervan denk.
  [18] Ik zit boordevol argumenten,
barstensvol argumenten;
  [19] mijn binnenste gist als wijn die niet weg kan
en zelfs nieuwe zakken dreigt te scheuren.
  [20] Ik spreek, dat zal me opluchten;
ik ga mijn mond open doen en de zaak formuleren.
  [21] Ik zie niemand naar de ogen,
ik praat niemand naar de mond,
  [22] dat kan ik niet;
trouwens, mijn maker zou mij onmiddellijk wegvagen.
Hoofdstuk 32
Elihu’s betoog
[1] Hierop wisten de drie mannen Job niets meer te antwoorden, omdat hij zichzelf als onschuldig bleef beschouwen. [2] Maar toen ontbrandde de woede van Elihu, de zoon van Barachel uit Buz, uit de familie van Ram; hij ontstak in woede tegen Job, omdat deze in zijn recht meende te staan tegenover God, [3] en hij ontstak in woede tegen Jobs drie vrienden, omdat ze niets tegen Job wisten aan te voeren en hem toch schuldig verklaarden. [4] Elihu had gewacht tot Job was uitgesproken, omdat zij allen ouder waren dan hij. [5] Maar toen hij zag dat de drie mannen niets meer wisten te antwoorden, ontbrandde zijn woede.
  [6] En Elihu, de zoon van Barachel uit Buz, nam het woord: ‘Ik ben nog jong, en jullie zijn oud,
daarom hield ik mij stil.
In jullie bijzijn durfde ik mijn mening niet te geven.
  [7] Ik zei bij mezelf: Laat de ouderdom spreken,
laat de jaren hun wijsheid verkondigen.
  [8] Maar het is de geest van God in de mens,
de adem van de Ontzagwekkende die inzicht brengt.
  [9] Niet de ouderdom maakt wijs,
de jaren leiden niet vanzelf tot een juist oordeel.
  [10] Daarom zeg ik: luister naar mij,
nu zal ook ik mijn mening geven.
  [11] Ik heb gewacht totdat jullie waren uitgesproken;
ik heb jullie redenaties aangehoord,
tot het jullie aan woorden begon te ontbreken.
  [12] Ik heb aandachtig geluisterd
en zag dat niemand Job terecht kon wijzen;
niemand kon weerleggen wat hij beweerde.
  [13] Maar zeg niet: “Wij hebben de wijsheid in hem gevonden;
alleen God kan hem weerspreken, niet een mens.”
  [14] Job heeft zijn woorden niet tot mij gericht
en ik zal hem niet op jullie manier antwoorden.
  [15] Ze zijn verslagen, weten niets meer te zeggen;
de woorden laten hen in de steek.
  [16] Zou ik dan wachten, nu zij niets meer zeggen
en hun zwijgen steeds langer voortduurt?
  [17] Nu is het mijn beurt om te spreken,
ik wil ook mijn mening geven.
  [18] Ik ben boordevol woorden,
mijn hart popelt van ongeduld.
  [19] Mijn binnenste is als jonge wijn die niet kan ademen,
mijn buik als een volle wijnzak die bijna openbarst.
  [20] Laat mij spreken en mijn gevoelens luchten,
ik zal het woord nemen en zeggen wat ik denk.
  [21] Ik kies geen partij, voor niemand,
ik zal niemand naar de mond praten.
  [22] Want ik weet dat als ik al kon vleien,
mijn maker mij onmiddellijk zou wegvagen.



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Klik hier voor de richtlijnen voor het gebruik van deze online-versie van de Willibrord- en Nieuwe Bijbelvertaling: © 1995-2010.
- Een project van de Katholiek Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties