De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Het tweede boek Koningen
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 2
Elia in de hemel opgenomen
[1] Kort voordat de heer Elia in een stormwind in* de hemel zou opnemen, vertrok deze met Elisa uit Gilgal [2] en zei tegen hem: ‘Blijf hier want de heer zendt mij naar Betel.’ Elisa antwoordde: ‘Zowaar de heer leeft en zowaar u leeft: ik verlaat u niet.’ Toen zij Betel naderden [3] liepen er mannen van het profetengilde de stad uit. Ze kwamen Elisa tegemoet en vroegen: ‘Weet u wel dat de heer vandaag Elia in de hemel zal opnemen?’ Hij antwoordde: ‘Ja, ik weet het; wees maar stil.’
     [4] Nu zei Elia tegen hem: ‘Elisa, blijf hier want de heer zendt mij naar Jericho.’ Elisa antwoordde: ‘Zowaar de heer leeft en zowaar u leeft: ik verlaat u niet.’ Toen zij Jericho naderden [5] liepen er mannen van het profetengilde van Jericho de stad uit. Ze kwamen Elisa tegemoet en vroegen: ‘Weet u dat de heer Elia vandaag in de hemel zal opnemen?’ Hij antwoordde: ‘Ja, ik weet het; wees maar stil.’
     [6] Weer zei Elia tegen hem: ‘Blijf hier, want de heer zendt mij naar de Jordaan.’ Elisa antwoordde: ‘Zowaar de heer leeft en zowaar u leeft: ik verlaat u niet.’ Toen gingen zij samen verder. [7] Vijftig leden van het profetengilde volgden hen maar bleven op enige afstand staan, toen zij samen aan de Jordaan stilhielden. [8] Nu nam Elia zijn mantel, rolde hem op en sloeg ermee op het water. Dit verdeelde zich naar links en naar rechts en beiden liepen door de droge bedding naar de overkant. [9] Daar aangekomen zei Elia tegen Elisa: ‘Doe een laatste verzoek, voordat ik van je word weggenomen.’ Elisa antwoordde: ‘Ik zou graag een dubbel* deel van uw geest willen.’ [10] Elia antwoordde: ‘Je vraagt iets moeilijks, maar als je mij ziet, wanneer ik word opgenomen, dan zal je bede verhoord worden; zie je mij niet, dan wordt je bede niet verhoord.’
     [11] Terwijl zij pratend verdergingen, kwam er opeens een wagen* van vuur met paarden van vuur, die hen van elkaar scheidde, en in een stormwind werd Elia ten hemel opgenomen. [12] Elisa zag het en riep uit: ‘Vader*, vader, Israëls strijdwagens en zijn ruiterij!’ Toen hij hem niet meer zag, greep hij zijn kleren en scheurde ze doormidden. [13] Vervolgens raapte hij de mantel op die Elia had laten vallen, keerde terug en bleef staan aan de oever van de Jordaan; [14] hij nam de mantel van Elia, sloeg ermee op het water en riep uit: ‘Waar is de heer, de God van Elia?’ Weer sloeg hij op het water, en nu verdeelde het zich naar links en naar rechts zodat Elisa kon oversteken.
     [15] Toen de leden van het profetengilde in Jericho dat vanuit de verte zagen, zeiden ze: ‘De geest van Elia rust op Elisa.’ Zij gingen hem tegemoet, bogen zich voor hem ter aarde [16] en zeiden tegen hem: ‘Er zijn onder uw dienaren vijftig flinke mannen; laat die uw heer gaan zoeken. Misschien heeft de geest van de heer hem opgenomen en hem op een of andere berg of in een of ander dal neergezet.’ Maar hij antwoordde: ‘Doe dat niet.’ [17] Toen zij echter tot het uiterste aandrongen, zei hij: ‘Stuur ze er maar op uit.’ Zij stuurden er dus vijftig man op uit, die drie dagen lang zochten, maar Elia niet vonden. [18] Toen ze bij Elisa, die in Jericho verbleef, terugkwamen, zei hij tegen hen: ‘Ik* had u toch gezegd het niet te doen?’
Hoofdstuk 2
Elia in de hemel opgenomen
[1] De tijd was niet ver meer dat de HEER Elia in een stormwind in de hemel zou opnemen. Elia en Elisa stonden op het punt uit Gilgal te vertrekken, [2] maar Elia zei tegen Elisa: ‘Blijf jij hier, de HEER wil dat ik naar Betel ga.’ Elisa antwoordde: ‘Zo waar de HEER leeft, en zo waar u leeft, er is geen denken aan dat ik u alleen laat gaan.’ Zo gingen ze samen op weg naar Betel. [3] De profeten uit Betel kwamen Elisa vanuit de stad tegemoet en zeiden tegen hem: ‘Weet u wel dat de HEER vandaag uw meester van u zal wegnemen?’ ‘Ja, ik weet het,’ antwoordde hij. ‘Zegt u maar niets.’ [4] Elia zei tegen Elisa: ‘Blijf jij hier, Elisa, de HEER wil dat ik naar Jericho ga.’ Maar Elisa antwoordde: ‘Zo waar de HEER leeft, en zo waar u leeft, er is geen denken aan dat ik u alleen laat gaan.’ Zo gingen ze samen naar Jericho. [5] De profeten uit Jericho kwamen naar Elisa toe en zeiden tegen hem: ‘Weet u wel dat de HEER vandaag uw meester van u zal wegnemen?’ ‘Ja, ik weet het,’ antwoordde Elisa. ‘Zegt u maar niets.’ [6] Elia zei tegen Elisa: ‘Blijf jij hier, de HEER wil dat ik naar de Jordaan ga.’ Maar Elisa antwoordde: ‘Zo waar de HEER leeft, en zo waar u leeft, er is geen denken aan dat ik u alleen laat gaan.’ Zo gingen ze samen verder.
     [7] Bij de oever van de Jordaan hielden ze stil. Vijftig profeten die hen waren gevolgd bleven op een afstand staan kijken. [8] Elia deed zijn mantel af en vouwde hem dubbel. Hij sloeg ermee op het water, waarop het naar links en naar rechts wegvloeide en zij tweeën droog konden oversteken. [9] Terwijl ze overstaken vroeg Elia aan Elisa: ‘Wat kan ik nog voor je doen voor ik van je word weggenomen? Vraag het maar.’ Elisa antwoordde: ‘Laat mij dubbel in uw geest delen.’ [10] ‘Je vraagt iets heel moeilijks,’ zei Elia. ‘Als je ziet hoe ik van je word weggenomen, zal je wens vervuld worden, maar als je het niet ziet, gebeurt het niet.’ [11] En terwijl ze liepen te praten, werden ze plotseling uit elkaar gedreven door een wagen van vuur, met paarden van vuur ervoor, en Elia werd in een stormwind meegevoerd naar de hemel. [12] Elisa zag het gebeuren en riep uit: ‘Vader, vader! Strijdwagen en ruiterij van Israël!’ Toen hij Elia niet meer kon zien, scheurde hij zijn kleren. [13] Hij raapte Elia’s mantel, die was afgegleden, op, en liep terug. Bij de oever van de rivier hield hij stil. [14] Hij sloeg met Elia’s mantel op het water en riep uit: ‘Waar is de HEER, de God van Elia?’ Dus ook hij sloeg op het water en opnieuw vloeide het naar links en naar rechts weg, zodat Elisa kon oversteken. [15] De profeten uit Jericho, die Elisa vanaf de overkant in het oog hielden, zeiden tegen elkaar: ‘De geest van Elia is op Elisa neergedaald.’ Ze gingen hem tegemoet, knielden voor hem neer [16] en zeiden: ‘We hebben vijftig flinke mannen bij ons. Laat die uw meester gaan zoeken. Misschien heeft een geest van de HEER hem opgetild en ergens op een berg of in een dal neergeworpen.’ ‘Doe dat niet,’ zei Elisa, [17] maar ze drongen zo aan dat hij ten slotte hun aanbod aannam. Vijftig mannen werden erop uitgestuurd en zochten drie dagen lang, maar ze vonden Elia niet. [18] Toen ze terugkwamen bij Elisa, die in Jericho zijn intrek had genomen, zei hij tegen hen: ‘Ik had u toch gezegd dat u niet moest gaan zoeken?’



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013.
- Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties