als u zweert*: “Zowaar de heer leeft”,
en u doet dat waarachtig, eerlijk en oprecht,
dan zullen de volkeren zich gezegend* noemen om Hem
en zullen zij zich om Hem verheugen.
Mannen van Juda en burgers van Jeruzalem,
besnijd* u voor de heer,
doe de voorhuid weg van uw hart,
anders laait mijn woede op als een vuur
en die brand wordt door niemand geblust.
Zo slecht zijn uw daden.
De leeuw staat op uit de struiken,
de volkenverslinder rukt uit,
hij is al van zijn basis vertrokken;
uw land wordt verwoest,
uw steden worden een puinhoop, zonder bewoners.
Op die dag
– godsspraak van de heer –
verdwijnt de moed van de koning en de moed van de edelen;
de priesters staan verbijsterd, de profeten verstommen.’
Toen zei ik:
‘Ach, Heer god,
U hebt dit volk en Jeruzalem bedrogen
met de belofte: “Vrede* zal heersen bij u”,
maar nu is het zwaard ons op de keel gezet.’
In die tijd zal over dit volk
en over Jeruzalem gezegd worden:
‘Uit de heuvels in de woestijn komt
een verschroeiende wind over mijn volk,
niet om het kaf van het koren weg te blazen, niet om het te zeven;
O mijn borst, mijn borst!
Ik krimp van de pijn,
mijn hart begeeft het,
het bonst in mijn binnenste,
ik houd het niet meer.
Ik hoor geschal van trompetten,
het sein voor de aanval.
Als ze de ruiters en boogschutters horen
vluchten ze weg uit de stad;
ze lopen de bossen in en verschuilen zich in de bergen.
Alle steden liggen verlaten;
niemand woont er meer.
Waarom kleedt u zich in purper,
waarom omhangt u zich met goud,
waarom werkt u uw ogen bij?
Uw opmaak is tevergeefs!
Uw minnaars* verachten u;
ze staan u naar het leven.
Ik hoor geschreeuw dat lijkt op het schreeuwen van een vrouw in haar weeën,
gegil zoals bij een eerste bevalling.
Het is de dochter van Sion die naar adem snakt,
met opgestoken handen:
‘Wee mij! Ik sterf. De moordenaars! Ze hebben mij gedood.’
Israël, wanneer je op je schreden terugkeert,
keer dan terug naar mij – spreekt de HEER.
Heb je die afgodsbeelden weggedaan,
zwerf dan niet langer rond,
maar zweer waarachtig, eerlijk en oprecht:
“Zo waar de HEER leeft.”
Dan willen alle volken worden gezegend als Israël,*
ze zullen zich met Israël gelukkig prijzen.
Laat je besnijden voor de HEER,
ontdoe je van de voorhuid van je hart,
inwoners van Juda en Jeruzalem.
Anders slaat zijn toorn uit als een vuur,
een brand die niet te blussen is,
vanwege jullie kwalijke praktijken.
Zoals een leeuw uit het struikgewas springt,
zo doemt een vernietiger van volken op,
rukt de vijand op uit zijn gebied.
Hij maakt je land tot een woestenij.
Je steden vallen in puin, worden ontvolkt.
Daar doemt de vijand op,
als een jagende wolk,
zijn wagens razen als een wervelwind,
zijn paarden gaan sneller dan adelaars.
“Wee ons! Het is met ons gedaan.”
De HEER zegt: ‘Dwaas is mijn volk,
het is met mij niet vertrouwd.
Het zijn kinderen zonder verstand,
inzicht hebben ze niet.
Zij zijn wel wijs, maar in het kwaad;
tot het goede zijn ze niet in staat.’
Hierom zal de aarde rouwen,
de hemel boven zal in zwart gedompeld zijn,
omdat ik gesproken heb en dit besloten heb.
Ik volhard in mijn besluit, ik kom er niet op terug.’
Voor de kreten van schutters en menners
slaat heel de stad op de vlucht.
Ze rennen de bossen in,
beklimmen de rotsen.
Heel de stad is verlaten,
niemand woont er nog.
Jij, Juda, bent tot ondergang gedoemd,
wat wil je nu nog doen?
Al ga je gekleed in scharlaken,
al ben je met goud getooid,
al maak je je ogen op,
tevergeefs maak je je mooi.
Je wordt door je minnaars verworpen,
ze staan je naar het leven.
Ik hoor een kreet van pijn,
als van een vrouw die de eerste keer baart.
Vrouwe Sion kreunt,
zij heft haar handen ten hemel:
‘Wee mij! Ik bezwijk in handen van moordenaars.’
De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.
De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.