De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Ezechiël
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 35
Wraak over Edom
[1] Het woord van de heer werd tot mij gericht: [2] ‘Mensenkind, richt u tot het gebergte van Seïr, profeteer ertegen [3] en zeg: “Zo spreekt de Heer god:
   Gebergte van Seïr, Ik keer mij tegen u!
Ik strek mijn hand tegen u uit
en maak van u een verlaten woestenij.
  [4] Van uw steden zal Ik een puinhoop maken
en zelf zult u een woestenij worden;
u zult erkennen* dat Ik de heer ben.
[5] Omdat u eeuwenlang de Israëlieten vijandig gezind bent geweest en ze hebt overgeleverd aan het moordende zwaard in de tijd van hun rampspoed, toen* aan hun ongerechtigheid een einde gemaakt werd, [6] daarom, zowaar Ik leef – godsspraak van de Heer god – zal Ik u behandelen als een moordenaar, en bloed* zal u achtervolgen; omdat u er niet voor teruggeschrokken bent om bloed te vergieten, zal bloed u achtervolgen. [7] Ik zal van het gebergte van Seïr een verlaten woestenij maken en wie het waagt erdoorheen te trekken of ernaar terug te keren zal Ik uitroeien. [8] Ik zal zijn bergen bezaaien met de lijken van gesneuvelden; op uw heuvels, in uw dalen en in uw ravijnen zullen zij vallen gedood door het zwaard.
  [9] Ik zal voor altijd een woestenij van u maken
en uw steden zullen niet meer worden bewoond;
u zult erkennen dat Ik de heer ben.
[10] U hebt gezegd: ‘Die twee volken en die twee landen zullen mij toebehoren; wij nemen de gebieden waar de heer gewoond heeft in bezit’. [11] Zowaar Ik leef – godsspraak van de Heer god – de toorn, de jaloezie en de haat waarmee u tegen Israël bent opgetreden, zal Ik u vergelden en in het vonnis dat Ik aan u voltrek zal Ik mij aan Israël openbaren. [12] Die beledigingen die u tegen de bergen van Israël hebt uitgesproken, dat ze verwoest waren en u als buit waren toegevallen, die heb Ik, de heer, gehoord en dat zult u weten. [13] U hebt een grote mond tegen Mij opgezet en u schuldig gemaakt aan grootspraak; Ik heb het gehoord. [14] Zo spreekt de Heer god: Ik zal van u een woestenij maken en heel de aarde zal zich erover verheugen, [15] zoals u zich verheugd hebt toen het erfdeel van het volk van Israël verwoest werd. Ik zal u hetzelfde lot laten ondergaan. Een woestenij zult u worden, gebergte van Seïr en heel Edom; zo zullen ze erkennen dat Ik de Heer ben – godsspraak van de Heer god.” ’

Hoofdstuk 36

Israël hersteld en gelouterd
[1] ‘Mensenkind, richt u tot de bergen* van Israël en profeteer: “Bergen van Israël, luister naar het woord van de heer, [2] zo spreekt de Heer god: De vijand heeft over u ‘Haha!’ geroepen en gezegd: ‘De oeroude heilige plaatsen zijn ons bezit geworden.” [3] Daarom moet u profeteren en zeggen: “Zo spreekt de Heer god: Men heeft u verwoest, en om u heen loeren nu de overgebleven volken om u in bezit te nemen; met minachting praat men over u. [4] Daarom, bergen van Israël, luister naar het woord van de Heer god: Zo spreekt de Heer god tot de bergen, de heuvels, de ravijnen, de dalen, de eenzame puinen en de ontvolkte steden, die geplunderd zijn en een mikpunt van spot geworden zijn voor de volken om hen heen, [5] zo spreekt de Heer god: Werkelijk, in het vuur van mijn jaloezie zal Ik heel Edom en de andere volken vonnissen. Met grote vreugde en vol leedvermaak hebben ze mijn land in bezit genomen en het leeggeplunderd.” [6] Daarom moet u profeteren over het land van Israël en tegen de bergen, de heuvels, de ravijnen en de dalen zeggen: “Zo spreekt de Heer god: Omdat u de beledigingen van de volken hebt moeten verdragen, [7] verklaar Ik in mijn jaloezie en woede, en zweer Ik, zo spreekt de Heer god: Waarachtig, de volken om u heen zullen op hun beurt hun schande moeten dragen.
     [8] Maar u, bergen van Israël, zult met bomen begroeid raken en vruchten dragen voor mijn volk Israël, want binnenkort komen ze. [9] Ik wend mij tot u en zal zorgen dat u weer bewerkt en bezaaid wordt. [10] U zult bewoond worden door een menigte mensen, heel het volk van Israël; de steden zullen bewoond en de puinen zullen herbouwd worden. [11] Veel mensen zullen op u wonen en veel vee zal op u grazen; ze zullen zich vermenigvuldigen en vruchtbaar zijn. U zult weer even dichtbevolkt zijn als vroeger; het zal u nog beter gaan dan voorheen, zodat u erkent dat Ik de heer ben. [12] Ik zal maken dat er mensen op u leven, mijn volk Israël; het zal u in bezit nemen en u zult zijn erfdeel zijn en u zult het nooit meer kinderloos maken.
     [13] Zo spreekt de Heer god: Men verwijt u dat u de mensen verslindt* en uw bewoners kinderloos maakt. [14] Welnu, u zult de mensen niet meer verslinden en uw bewoners niet meer kinderloos maken – godsspraak van de Heer god. [15] Zo bespaar Ik u de spot van de volken en hoeft u de beledigingen van de natiën niet meer te verduren, want u zult uw bewoners niet meer kinderloos maken” – godsspraak van de Heer god.’
Hoofdstuk 35
Profetie over het Seïrgebergte en de bergen van Israël
[1] De HEER richtte zich tot mij: [2] ‘Mensenkind, richt je blik naar het Seïrgebergte en profeteer ertegen. [3] Zeg: “Dit zegt God, de HEER: Ik zal je straffen, Seïrgebergte, ik zal mijn hand tegen je opheffen en een verlaten woestenij van je maken. [4] Je steden verander ik in ruïnes, ik maak een woestenij van je, en je zult weten dat ik de HEER ben. [5] Je hebt de Israëlieten altijd gehaat, je hebt ze uitgeleverd aan het zwaard toen het onheil hen trof, toen er met hen werd afgerekend. [6] Daarom, zo waar ik leef – spreekt God, de HEER: Ik zal je bloed doen vloeien en bloed zal je achtervolgen; bloed zal je achtervolgen vanwege je bloedige haat. [7] Ik maak van het Seïrgebergte een verlaten woestenij waar niemand meer doorheen zal trekken. [8] Je berghellingen zullen bezaaid zijn met doden en gewonden; op je heuvels, in je dalen en in al je rivierbeddingen zullen de lijken liggen van hen die door het zwaard zijn geveld. [9] Ik maak van jou voor altijd een woestenij met verlaten steden, en je zult weten dat ik de HEER ben. [10] Je hebt gezegd: ‘Die twee volken en die twee landen zijn van mij, ik zal ze in bezit nemen, al heeft de HEER er gewoond.’ [11] Daarom, zo waar ik leef – spreekt God, de HEER: Ik zal de woede, de afgunst en de haat waarmee jij hen belaagd hebt vergelden, en door jou te straffen, zal ik mij aan hen openbaren. [12] Jij zult weten dat ik de HEER ben! Al je beledigingen heb ik gehoord, alles wat je hebt gezegd over de bergen van Israël – dat ze verwoest waren, dat jij ze kon plunderen. [13] Ook tegen mij heb je op hoge toon gesproken, ook mij heb je uitgedaagd, ik heb het gehoord.
     [14] Dit zegt God, de HEER: De hele aarde zal zich verheugen als ik van jou een woestenij maak, [15] zoals jij je verheugde toen het land van het volk van Israël verwoest werd. Jou, Seïrgebergte, zal ik hetzelfde aandoen: een woestenij zul je zijn, jij en de rest van Edom: ze zullen weten dat ik de HEER ben.”

Hoofdstuk 36

[1] Mensenkind, profeteer tegen de bergen van Israël, zeg: “Bergen van Israël, luister naar de woorden van de HEER! [2] Dit zegt God, de HEER: Vol leedvermaak heeft de vijand geroepen: ‘Die oeroude bergen zijn nu van ons!’” [3] Profeteer daarom het volgende: “Dit zegt God, de HEER: Toen jullie verwoest waren, aasden de volken om je heen op jullie. Jullie gingen over de tong en er werd over jullie gekletst. [4] Luister daarom, bergen van Israël, naar de woorden van God, de HEER. Dit zegt God, de HEER, tegen de bergen en tegen de heuvels, tegen de rivierbeddingen en tegen de dalen, tegen de verwoeste puinhopen en tegen de verlaten steden, tegen alles wat is buitgemaakt en bespot door de volken om je heen! [5] Dit zegt God, de HEER: In het vuur van mijn hartstocht klaag ik Edom en al die andere volken aan. Hun hart was vol vreugde en hun ziel vol verachting toen ze mijn land in bezit namen en er de weidegronden buitmaakten.” [6] Daarom moet jij profeteren over het land van Israël. Zeg tegen de bergen en tegen de heuvels, tegen de rivierbeddingen en tegen de dalen: “Dit zegt God, de HEER: Ik spreek met hartstocht en woede! Jullie zijn vernederd door andere volken, [7] en daarom – zegt God, de HEER – zweer ik dat de volken om je heen zelf vernederd zullen worden. [8] Maar, bergen van Israël, jullie bomen zullen weer uitlopen en vrucht dragen voor mijn volk Israël, want dat zal spoedig terugkeren. [9] Ik zal mij naar jullie toewenden, en jullie zullen weer worden bewerkt en ingezaaid. [10] Ik zal veel mensen op je laten wonen, heel het volk van Israël, en de steden zullen weer worden bewoond, de puinhopen weer worden opgebouwd. [11] Er zullen veel mensen en dieren op je wonen, ze zullen talrijk en vruchtbaar zijn, en jullie zullen weer even dichtbevolkt zijn als in het verleden. Ik zal zorgen dat het jullie beter gaat dan vroeger, en jullie zullen beseffen dat ik de HEER ben. [12] Er zullen weer mensen over je paden gaan: mijn volk Israël zal jullie weer in bezit nemen, jullie worden voorgoed hun eigendom en jullie zullen hen nooit meer van hun kinderen beroven.
     [13] Dit zegt God, de HEER: Er wordt van jullie gezegd dat je mensen verslindt, dat je de volken die op je leven van hun kinderen berooft. [14] Maar je zult geen mensen meer verslinden en je volken niet langer van hun kinderen beroven – spreekt God, de HEER. [15] Ik zal zorgen dat je de vernederingen van de andere volken niet meer hoeft te verduren en hun spot niet meer hoeft te horen. Je zult je volken niet langer te gronde richten – zo spreekt God, de HEER.”’



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013.
- Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties