De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Handelingen van de apostelen
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 2
Pinksteren
[1] Toen de dag* van Pinksteren aanbrak, waren zij allen op één plaats bijeen. [2] Plotseling kwam er uit de hemel een geraas alsof er een hevige wind opstak, en het vulde heel het huis* waar zij waren. [3] Er verschenen hun vurige tongen*, die zich verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten. [4] Zij raakten allen vol van heilige Geest en begonnen te spreken* in vreemde talen, zoals de Geest hun ingaf.
     [5] Nu woonden er in Jeruzalem vrome Joden, afkomstig uit ieder volk onder de hemel. [6] Toen dat geluid opkwam, liep de menigte te hoop en raakte in verwarring, omdat iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken. [7] Ze stonden versteld en vroegen zich verwonderd af: ‘Maar dat zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken! [8] Hoe is het dan mogelijk dat ieder van ons de taal* van zijn geboortestreek hoort? [9] Parten* en Meden en Elamieten, en bewoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, Pontus en Asia, [10] Frygië en Pamfylië, Egypte en het Libische gebied bij Cyrene, en hier woonachtige Romeinen, [11] Joden en proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken over de grote daden van God.’ [12] Ze stonden allen versteld, en in grote verlegenheid zei de één tegen de ander: ‘Wat heeft dit te betekenen?’ [13] Maar anderen zeiden spottend: ‘Ze zitten vol wijn.’

Toespraak van Petrus
     [14] Toen trad Petrus met de elf naar voren, verhief zijn stem en sprak hen als volgt toe: ‘Joden, inwoners van Jeruzalem, dit moet u allen weten, luister aandachtig naar mijn woorden! [15] Want deze mensen zijn niet dronken, zoals u denkt – het is trouwens pas het derde* uur van de dag – [16] maar hier gebeurt wat gezegd is door de profeet Joël: [17] En* het zal gebeuren in de laatste dagen, zegt God,
dat Ik mijn Geest zal uitgieten over alle mensen;
uw zonen en uw dochters zullen profeteren,
de jongeren onder u zullen visioenen zien
en de ouderen zullen dromen dromen;
[18] ja, over mijn dienaren en mijn dienaressen
zal Ik in die dagen mijn Geest uitgieten,
en zij zullen profeteren.
[19] Ik zal wonderen verrichten aan de hemel boven
en tekenen op de aarde beneden:
bloed en vuur en walmende rook.
[20] De zon zal veranderen in duisternis
en de maan in bloed,
voordat de dag van de Heer komt,
de grote en stralende dag.
[21] Dan zal het gebeuren dat ieder die de naam van de Heer aanroept, gered zal worden.
[22] Israëlieten, luister naar deze woorden! Jezus de Nazoreeër* is u van Godswege aangewezen door machtige daden, wonderen en tekenen, die God door Hem in uw midden heeft verricht, zoals u zelf weet.
[23] Volgens Gods vastgestelde plan en met zijn voorkennis is Hij uitgeleverd en hebt u Hem door de hand van wetteloze mensen aan het kruis geslagen en omgebracht.
[24] Maar God heeft Hem laten opstaan door een eind te maken aan de weeën* van de dood, want het was onmogelijk dat Hij door de dood werd vastgehouden.
[25] David zegt immers over Hem:
Steeds* hield ik mij de Heer voor ogen,
want Hij staat mij terzijde opdat ik niet zou wankelen.
[26] Daarom verheugde zich mijn hart en jubelde mijn tong,
ja, ook mijn lichaam zal op die verwachting
een huis bouwen,
[27] want U zult mijn leven niet overlaten aan het dodenrijk en U zult uw heilige geen bederf laten zien.
[28] U hebt mij wegen ten leven gewezen
en U zult mij overstelpen met vreugde in uw nabijheid.
[29] Broeders, ik mag over de aartsvader David wel ronduit tegen u zeggen dat hij gestorven en begraven is; tot op de dag van vandaag bevindt zijn graf zich bij ons.
[30] Omdat hij een profeet was en wist dat God hem onder ede gezworen had dat Hij een van zijn nazaten zou laten zetelen op zijn troon,
[31] sprak hij met vooruitziende blik over de opstanding van de Messias*: dat Hij niet aan het dodenrijk zou worden overgelaten en zijn lichaam geen bederf zou zien.
[32] God heeft deze Jezus laten opstaan; daarvan zijn wij allen de getuigen.
[33] Verhoogd aan Gods* rechterhand heeft Hij de beloofde heilige Geest van de Vader ontvangen en uitgegoten; en dat is wat u ziet en hoort.
[34] David is immers niet ten hemel opgestegen; zelf zegt hij juist:
De* Heer heeft tot mijn Heer gezegd:
Ga zitten aan mijn rechterhand,
[35] totdat Ik uw vijanden als een voetbank voor uw voeten heb gelegd.
[36] Dus moet heel het huis Israël zeker weten dat God Hem tot Heer en Messias heeft aangesteld, deze Jezus, die u hebt gekruisigd.’
     [37] Toen zij dit hoorden kromp hun hart ineen en ze zeiden tegen Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten wij doen, broeders?’ [38] Petrus zei tegen hen: ‘Bekeer u! Ieder van u moet zich laten dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden. Dan zult u de gave van de heilige Geest ontvangen. [39] De belofte geldt immers voor u en uw kinderen, en voor allen ver weg, die* de Heer onze God erbij zal roepen.’ [40] Met nog vele andere woorden getuigde hij, en hij spoorde hen aan met de woorden: ‘Laat u redden uit dit ontaarde geslacht!’

Het leven van de gelovigen
     [41] Zij die zijn woord aannamen, lieten zich dopen; en op die dag sloten zich ongeveer drieduizend mensen aan. [42] Ze wijdden zich trouw aan het onderwijs dat de apostelen gaven, en aan de onderlinge gemeenschap, het breken van het brood en het gebed. [43] Vrees* beving iedereen en er gebeurden vele wonderen en tekenen door toedoen van de apostelen. [44] Allen die het geloof hadden aangenomen, bleven bijeen en bezaten alles gemeenschappelijk. [45] Ze verkochten have en goed en verdeelden dat onder allen naar ieders behoeften. [46] Dagelijks gingen ze trouw en eensgezind naar de tempel, braken bij iemand aan huis het brood, gebruikten samen hun maaltijden in blijdschap en eenvoud van hart, [47] loofden God en stonden in de gunst bij heel het volk. De Heer breidde hun kring dagelijks uit; steeds meer mensen werden gered.
Hoofdstuk 2
De komst van de heilige Geest
[1] Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. [2] Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. [3] Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, [4] en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.
     [5] In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. [6] Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken. [7] Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: ‘Het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken? [8] Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen? [9] Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, mensen uit Pontus en Asia, [10] Frygië en Pamfylië, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libië, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben, [11] Joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabië – wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.’ [12] Verbijsterd en geheel van hun stuk gebracht vroegen ze aan elkaar: ‘Wat heeft dit toch te betekenen?’ [13] Maar sommigen zeiden spottend: ‘Ze zullen wel dronken zijn.’

Toespraak van Petrus
     [14] Daarop trad Petrus naar voren, samen met de elf andere apostelen, verhief zijn stem en sprak de menigte toe: ‘U, Joden en inwoners van Jeruzalem, luister naar mijn woorden en neem ze ter harte. [15] Deze mensen zijn niet dronken, zoals u denkt; het is immers pas het derde uur na zonsopgang. [16] Wat hier nu gebeurt, is aangekondigd door de profeet Joël:
  [17] “Aan het einde der tijden, zegt God,
zal ik over alle mensen mijn geest uitgieten.
Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren,
jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droomgezichten.
  [18] Ja, over al mijn dienaren en dienaressen
zal ik in die tijd mijn geest uitgieten,
zodat ze zullen profeteren.
  [19] Ik zal wonderen doen verschijnen aan de hemel boven
en tekenen geven op de aarde beneden, bloed en vuur en rook.
  [20] De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed
voordat de grote, stralende dag van de Heer komt.
  [21] Dan zal ieder die de naam van de Heer aanroept worden gered.”

     [22] Israëlieten, luister naar wat ik u zeg: Jezus uit Nazaret is door God tot u gezonden, hetgeen gebleken is uit de grote daden en de wonderen en tekenen die God, zoals u bekend is, door zijn toedoen onder u heeft verricht. [23] Deze Jezus, die overeenkomstig Gods bedoeling en voorkennis is uitgeleverd, hebt u door heidenen laten kruisigen en doden. [24] God heeft hem echter tot leven gewekt en de last van de dood van hem afgenomen, want de dood kon zijn macht over hem niet behouden.
  [25] David zegt immers over hem: “Steeds houd ik de Heer voor ogen,
hij is aan mijn zijde, ik wankel niet.
  [26] Daarom verheugt zich mijn hart
en jubelt mijn tong van blijdschap.
Ja, mijn lichaam zal behouden blijven,
  [27] want u zult mij niet overleveren aan het dodenrijk
en het lichaam van uw trouwe dienaar zal niet tot ontbinding overgaan.
  [28] U hebt mij de weg naar het leven getoond,
Uw nabijheid zal mij vervullen met vreugde.”

     [29] Broeders en zusters, u zult mij wel toestaan dat ik over de aartsvader David zeg dat hij gestorven en begraven is; zijn graf bevindt zich immers nog steeds hier. [30] Maar omdat hij een profeet was en wist dat God hem onder ede beloofd had dat een van zijn nakomelingen zijn troon zou bestijgen, [31] heeft hij de opstanding van de messias* voorzien en gezegd dat deze niet aan het dodenrijk zou worden overgeleverd en dat zijn lichaam niet tot ontbinding zou overgaan. [32] Jezus is door God tot leven gewekt, daarvan getuigen wij allen. [33] Hij is door God verheven, zit aan zijn rechterhand, en heeft van de Vader de heilige Geest, die ons beloofd is, ontvangen. Die Geest heeft hij op ons doen neerdalen, en dat is wat u ziet en hoort. [34] David is weliswaar niet naar de hemel opgestegen, maar toch zegt hij: “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, [35] tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.’” [36] Laat het hele volk van Israël er daarom zeker van zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer en messias is aangesteld.’
     [37] Toen ze dit hoorden, waren ze diep getroffen en vroegen aan Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten we doen, broeders?’ [38] Petrus antwoordde: ‘Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden, [39] want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen.’ [40] Ook op nog andere wijze legde hij getuigenis af, waarbij hij een dringend beroep op zijn toehoorders deed met de woorden: ‘Laat u redden uit dit verdorven mensengeslacht!’
     [41] Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend. [42] Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed.

Het leven van de eerste gemeente
     [43] De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag. [44] Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. [45] Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. [46] Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. [47] Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Klik hier voor de richtlijnen voor het gebruik van deze online-versie van de Willibrord- en Nieuwe Bijbelvertaling: © 1995-2010.
- Een project van de Katholiek Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties