De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Jesaja
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 29
 
Jeruzalem belegerd en bevrijd
  [1] Wee* Ariël*, Ariël,
de stad waar David zijn tenten opsloeg.
Dat het ene jaar bij het andere mag aansluiten,
en de kringloop van de feesten zal voortduren.
  [2] Eens drijf Ik Ariël zo in het nauw,
dat het vol klagen en kermen zal zijn.
Dan zal het voor Mij een Ariël zijn, een offeraltaar.
  [3] Van alle kanten beleger Ik u;
met voorposten sluit Ik u in
en werp Ik wallen tegen u op.
  [4] Dan* komt uw spreken diep uit de aarde
en klinkt uw woord gedempt uit het stof;
uw stem komt uit de aarde als die van de geest van een dode;
uw woord klinkt piepend uit het stof.
  [5] Maar* de horden van uw vijanden worden volkomen verpulverd,
de horden van uw verdrukkers worden dwarrelend kaf.
Plotseling, onverwacht,
  [6] grijpt de heer van de machten in,
met donder en aardbeving en hevig lawaai,
met wervelwind en storm,
met vlammend vuur dat alles verteert.
  [7] Als een droom, een nachtelijk visioen,
zijn dan de horden van de volken
die tegen Ariël strijden,
tegen al zijn strijders en zijn burcht,
die hem in het nauw drijven.
  [8] Als een uitgehongerde die droomt dat hij eet,
maar als hij wakker wordt nog even onvoldaan is,
als een dorstige die droomt dat hij drinkt,
maar als hij wakker wordt nog even uitgeput is van de dorst,
zo zal het de horden van de volken vergaan
die de Sionsberg bestrijden.
Hoofdstuk 29
 
Redding voor Jeruzalem in het nauw
  [1] Wee Ariël,* Ariël, stad waar ooit David zich legerde.
Rijg de jaren aaneen, vier de kringloop van feesten.
  [2] Maar ik zal Ariël in het nauw drijven.
Droefenis en rouw zullen er heersen,
want ik maak van de stad een offerhaard.
  [3] Ik zal je van alle kanten belegeren,
ik werp schansen tegen je op
en sluit je met hoge wallen in.
  [4] Je zult roepen van diep onder de grond,
wat je uit het stof laat horen, klinkt gedempt;
het klinkt als de stem van een geest uit de diepte,
het stof laat slechts gefluister horen.
  [5] Maar dan opeens, in een oogwenk,
worden de barbaarse horden tot fijn stof,
de horden der geweldenaars tot dwarrelend kaf.
  [6] Want de HEER van de hemelse machten zal ingrijpen,
met donder, aardschokken en oorverdovend lawaai,
met wervelende stormen en een verterende vlammenzee.
  [7] Als een angstdroom, een visioen in de nacht,
verdwijnt de menigte volken die optrekt tegen Ariël,
die de stad bestrijdt, belegert en in het nauw drijft.
  [8] Zoals de droom van iemand die honger heeft:
hij droomt over eten, maar is bij het ontwaken nog hongerig;
of van iemand die dorst lijdt en droomt dat hij drinkt,
maar bij het ontwaken nog dorstig is en uitgedroogd –
zo zal het ook de volken vergaan,
de menigte die optrekt tegen de Sion.
  [24] Ieder die verward was, zal inzicht verwerven,
wie altijd klaagde, is vol begrip.



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013.
- Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties