Hoofdstuk 5 [1] Wij* weten immers: als ons aardse* huis, een tent, wordt afgebroken, heeft God voor ons een woning die niet door mensenhanden* is gemaakt, een eeuwig huis* in de hemel. [2] Zolang* wij in dit lichaam zijn, zuchten wij dan ook, vol verlangen om onze hemelse woning over de andere aan te trekken, [3] als wij tenminste, eenmaal ontkleed, niet naakt zullen staan*. [4] Zolang wij nog in deze tent wonen, zuchten wij en voelen wij ons bezwaard, omdat wij ons niet willen ontkleden maar de nieuwe kleren over de oude willen aantrekken, zodat het sterfelijke wordt opgeslokt door het leven. [5] God zelf heeft ons hiervoor gereedgemaakt, toen Hij ons de Geest als onderpand* gaf. [6] Daarom houden wij altijd moed, ook al weten we dat wij, zolang we huizen in het lichaam, in den vreemde zijn, ver van de Heer. [7] Wij leven in geloof, niet in de aanschouwing. [8] Maar we houden moed en zouden liever vertrekken uit dit lichaam en intrekken bij de Heer. [9] Daarom is het onze enige ambitie Hem te behagen, of we nu thuis zijn of in den vreemde. [10] Want wij allen moeten voor Christus’ rechterstoel verschijnen, opdat ieder het loon ontvangt voor wat hij in dit leven heeft gedaan, goed of kwaad.
De dienst van de verzoening [11] Wetend dat wij ontzag moeten hebben voor de Heer, proberen we de mensen te overtuigen. Voor God zijn wij daarbij een open boek, en hopelijk ook voor uw geweten, als u ons eerlijk wilt beoordelen. [12] Wij gaan onszelf niet opnieuw bij u aanbevelen, we willen u alleen de kans geven om trots te zijn op ons, zodat u diegenen van repliek kunt dienen die hun trots zoeken in uiterlijkheden en niet in het innerlijk. [13] Zijn wij buiten zinnen*, dan is het voor God; zijn wij verstandig, dan is het voor u. [14] De liefde van Christus laat ons geen rust, sinds wij hebben ingezien dat één mens gestorven is voor allen en dat dus* alle mensen gestorven zijn. [15] En Hij is voor allen gestorven, opdat zij die leven niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem die voor hen is gestorven en verrezen. [16] Daarom beoordelen wij voortaan niemand meer naar menselijke maatstaven*. En ook al hebben wij Christus op die manier* beoordeeld, nu is dat niet meer het geval. [17] Zo* is dus iemand die in Christus is, een nieuwe schepping*: het oude is voorbij, het nieuwe is er al. [18] En dit alles komt van God, die ons door Christus met zich heeft verzoend en ons de dienst van de verzoening heeft toevertrouwd. [19] Ja, God heeft in Christus de wereld met zich verzoend zonder de mensen hun overtredingen aan te rekenen, en ons heeft Hij de boodschap van de verzoening toevertrouwd. [20] Wij zijn dus gezanten van Christus, alsof God zelf u oproept door ons woord. Wij smeken u in Christus’ naam: laat u met God verzoenen! [21] Hem die geen zonde heeft gekend, heeft God voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij door Hem Gods gerechtigheid zouden worden.
Hoofdstuk 5 [1] Wij weten dat wanneer onze aardse tent, het lichaam waarin wij wonen, wordt afgebroken, we van God een woning krijgen: een eeuwige, niet door mensenhanden gemaakte woning in de hemel. [2] Wij zuchten in onze aardse tent en zouden willen dat onze hemelse woning er nu al over wordt aangetrokken. [3] We zijn er echter zeker van dat we ook ontkleed niet naakt zullen zijn.*[4] Zolang we in onze aardse tent verblijven zuchten we onder een zware last, omdat we niet willen dat deze kleding wordt uitgetrokken; we willen dat er nieuwe over wordt aangetrokken, zodat het sterfelijke door het leven wordt verslonden. [5] Hiervoor heeft God zelf ons gereedgemaakt, door ons de Geest als onderpand te geven. [6] Dus wij blijven altijd vol goede moed, ook al weten we dat zolang dit lichaam onze woning is, we ver van de Heer wonen. [7] We leven in vertrouwen op God; wat komen gaat is nog niet zichtbaar. [8] We blijven vol goede moed, ook al zouden we ons lichaam liever verlaten om onze intrek bij de Heer te nemen. [9] Daarom ook stellen wij er een eer in te doen wat God wil, zowel in dit bestaan als in ons bestaan bij hem. [10] Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus verschijnen, zodat ieder van ons krijgt wat hij verdient voor wat hij in zijn leven heeft gedaan, of het nu goed is of slecht.
Door Christus met God verzoend [11] Vervuld van ontzag voor de Heer, proberen we iedereen te overtuigen. God weet precies wie en wat wij zijn; hopelijk weet u het ook wanneer u te rade gaat bij uw geweten. [12] We bevelen onszelf niet opnieuw aan, maar geven u de mogelijkheid trots op ons te zijn, zodat u zich kunt verdedigen tegen wie zich op uiterlijke zaken laat voorstaan in plaats van op innerlijke. [13] Zijn we in extase, dan is het voor God; zijn we bij zinnen, dan is het voor u. [14] Wat ons drijft is de liefde van Christus, omdat we ervan overtuigd zijn dat één mens voor alle mensen is gestorven, waardoor alle mensen zijn gestorven, [15] en dat hij voor allen is gestorven opdat de levenden niet langer voor zichzelf zouden leven, maar voor hem die voor de levenden is gestorven en is opgewekt. [16] Daarom beoordelen we vanaf nu niemand meer volgens de maatstaven van deze wereld; ook Christus niet, die we vroeger wel volgens die maatstaven beoordeelden. [17] Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen. [18] Dit alles is het werk van God. Hij heeft ons door Christus met zich verzoend en ons de verkondiging daarover toevertrouwd. [19] Het is God die door Christus de wereld met zich heeft verzoend: hij heeft de wereld haar overtredingen niet aangerekend. En ons heeft hij de verkondiging van de verzoening toevertrouwd. [20] Wij zijn gezanten van Christus, God doet door ons zijn oproep. Namens Christus vragen wij: laat u met God verzoenen. [21] God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden.
De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.
De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.