De dienst van de verzoening [11] Wetend dat wij ontzag moeten hebben voor de Heer, proberen we de mensen te overtuigen. Voor God zijn wij daarbij een open boek, en hopelijk ook voor uw geweten, als u ons eerlijk wilt beoordelen. [12] Wij gaan onszelf niet opnieuw bij u aanbevelen, we willen u alleen de kans geven om trots te zijn op ons, zodat u diegenen van repliek kunt dienen die hun trots zoeken in uiterlijkheden en niet in het innerlijk. [13] Zijn wij buiten zinnen*, dan is het voor God; zijn wij verstandig, dan is het voor u. [14] De liefde van Christus laat ons geen rust, sinds wij hebben ingezien dat één mens gestorven is voor allen en dat dus* alle mensen gestorven zijn. [15] En Hij is voor allen gestorven, opdat zij die leven niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem die voor hen is gestorven en verrezen. [16] Daarom beoordelen wij voortaan niemand meer naar menselijke maatstaven*. En ook al hebben wij Christus op die manier* beoordeeld, nu is dat niet meer het geval. [17] Zo* is dus iemand die in Christus is, een nieuwe schepping*: het oude is voorbij, het nieuwe is er al. [18] En dit alles komt van God, die ons door Christus met zich heeft verzoend en ons de dienst van de verzoening heeft toevertrouwd. [19] Ja, God heeft in Christus de wereld met zich verzoend zonder de mensen hun overtredingen aan te rekenen, en ons heeft Hij de boodschap van de verzoening toevertrouwd. [20] Wij zijn dus gezanten van Christus, alsof God zelf u oproept door ons woord. Wij smeken u in Christus’ naam: laat u met God verzoenen! [21] Hem die geen zonde heeft gekend, heeft God voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij door Hem Gods gerechtigheid zouden worden.
Hoofdstuk 6 [1] Als zijn medewerkers sporen wij u aan: zorg dat u de genade van God niet tevergeefs hebt ontvangen. [2] Hij zegt immers: Op de gunstige tijd* heb Ik u verhoord, op de dag van het heil* ben Ik u te hulp gekomen. Nú is het die gunstige tijd, nú is het de dag van het heil. [3] Wij geven absoluut niemand aanstoot, om het dienstwerk niet in diskrediet te brengen. [4] Integendeel,* in alle omstandigheden proberen wij ons te gedragen als dienaren van God door het standvastig verduren van moeilijkheden, nood, ellende, [5] slagen, gevangenschap, oproer, zwaar werk, slaapgebrek, te weinig eten; [6] maar ook door zuiverheid, inzicht, geduld, goedheid, door een geest van heiligheid en oprechte liefde, [7] door het woord van de waarheid en de kracht van God. Wij vallen aan en verdedigen ons met de wapens van de gerechtigheid. [8] Eer en smaad, laster en lof zijn ons deel; wij zijn als bedriegers die de waarheid spreken, [9] als onbekenden die iedereen kent, als stervenden die blijven leven, als streng gestraften die niet worden gedood, [10] als treurenden die altijd verheugd zijn, als armen die velen rijk maken, als havelozen die toch alles hebben.
Paulus’ band met de Korintiërs [11] Wij spreken* ronduit met u, Korintiërs, ons hart staat wijd voor u open. [12] Wij zijn niet bekrompen jegens u; zelf bent u niet ruimhartig genoeg. [13] Om* mij wat kinderlijk uit te drukken: geef dan ook mij krediet en gedraag u niet bekrompen jegens mij …
Door Christus met God verzoend [11] Vervuld van ontzag voor de Heer, proberen we iedereen te overtuigen. God weet precies wie en wat wij zijn; hopelijk weet u het ook wanneer u te rade gaat bij uw geweten. [12] We bevelen onszelf niet opnieuw aan, maar geven u de mogelijkheid trots op ons te zijn, zodat u zich kunt verdedigen tegen wie zich op uiterlijke zaken laat voorstaan in plaats van op innerlijke. [13] Zijn we in extase, dan is het voor God; zijn we bij zinnen, dan is het voor u. [14] Wat ons drijft is de liefde van Christus, omdat we ervan overtuigd zijn dat één mens voor alle mensen is gestorven, waardoor alle mensen zijn gestorven, [15] en dat hij voor allen is gestorven opdat de levenden niet langer voor zichzelf zouden leven, maar voor hem die voor de levenden is gestorven en is opgewekt. [16] Daarom beoordelen we vanaf nu niemand meer volgens de maatstaven van deze wereld; ook Christus niet, die we vroeger wel volgens die maatstaven beoordeelden. [17] Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen. [18] Dit alles is het werk van God. Hij heeft ons door Christus met zich verzoend en ons de verkondiging daarover toevertrouwd. [19] Het is God die door Christus de wereld met zich heeft verzoend: hij heeft de wereld haar overtredingen niet aangerekend. En ons heeft hij de verkondiging van de verzoening toevertrouwd. [20] Wij zijn gezanten van Christus, God doet door ons zijn oproep. Namens Christus vragen wij: laat u met God verzoenen. [21] God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden.
Hoofdstuk 6 [1] Als Gods medewerkers sporen wij u dan ook aan: laat de goedheid die hij u bewijst niet tevergeefs zijn. [2] God zegt: ‘Wanneer de tijd daarvoor gekomen is, luister ik naar je, op de dag van de redding help ik je.’ Nu is de tijd daarvoor gekomen, nu is de dag van de redding. [3] Om onze verkondiging niet te schaden, geven wij niemand ook maar enige aanstoot. [4] We willen juist laten zien dat we dienaren van God zijn, door altijd te volharden: in tegenspoed, nood en ellende, [5] onder lijfstraffen, in gevangenschap en onder volkswoede, onder zware inspanningen, slaapgebrek en honger, [6] door oprechtheid en kennis, door geduld en vriendelijkheid, door de gaven van de heilige Geest en ongeveinsde liefde, [7] door de verkondiging van de waarheid en de kracht van God. We vallen aan en verdedigen ons met de wapens van de gerechtigheid, [8] we worden geëerd en gesmaad, belasterd en geprezen. We worden bedriegers genoemd maar spreken de waarheid, [9] we zijn vreemdelingen maar toch bij iedereen bekend, we sterven maar toch leven we, we worden gestraft maar niet ter dood veroordeeld, [10] we hebben verdriet maar toch zijn we altijd verheugd, we zijn arm maar toch maken we velen rijk, we bezitten niets maar toch hebben we alles. [11] Wij zeggen u dit alles ronduit, Korintiërs, want wij hebben u in ons hart gesloten. [12] Niet wij schieten in onze genegenheid voor u tekort, maar u in uw genegenheid voor ons. [13] Nu dan, ik vraag u alsof u mijn eigen kinderen bent: sluit op uw beurt ons in uw hart.
De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.
De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.