De bijbel De bijbel
 
..........
 
 De Apokalyps of Openbaring van Johannes
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 4
De troon van God en de hemelse liturgie
[1] Daarna* had ik een visioen: ik zag een deur in de hemel die openstond, en de stem, luid als een trompet, die ik al eerder tot mij had horen spreken, riep: ‘Kom hier omhoog, dan zal Ik u tonen wat hierna gebeuren moet!’
     [2] Aanstonds raakte ik in geestvervoering. En zie: er stond een troon in de hemel en op de troon zetelde iemand. [3] Degene die erop zetelde, zag eruit als jaspissteen* en carneool. En rondom de troon was een regenboog, die eruit zag als smaragd. [4] Vierentwintig tronen omringden de troon en op die tronen zetelden vierentwintig oudsten*, in witte kleren en met gouden kronen op het hoofd. [5] Van de troon gingen bliksemflitsen* uit en gerommel en donderslagen. Zeven vurige fakkels* brandden voor de troon; dit zijn de zeven geesten van God. [6] Voor de troon was iets* als een glazen zee, kristal gelijk. En midden* voor de troon en eromheen waren vier dieren*, bezaaid met ogen voor en achter. [7] Het eerste dier leek op een leeuw, het tweede op een jonge stier, het derde dier had een gezicht als van een mens en het vierde dier leek op een arend in zijn vlucht. [8] De vier dieren hadden elk zes* vleugels; rondom en vanbinnen waren zij met ogen bezet. En zonder ophouden roepen ze dag en nacht: ‘Heilig, heilig, heilig, Heer, God, Albeheerser, die was en die is en die komt.’ [9] Telkens als de dieren heerlijkheid, eer en dank brengen aan Hem die op de troon zetelt en die leeft tot in alle eeuwigheid, [10] vallen de vierentwintig oudsten neer voor Hem die op de troon zetelt, om Hem te aanbidden die leeft tot in alle eeuwigheid. Zij werpen hun kronen neer voor de troon, terwijl ze uitroepen: [11] ‘Waardig bent U, onze Heer en onze God, de heerlijkheid en de eer en de macht te ontvangen; want U hebt het heelal geschapen: door uw wil ontstond het en werd het geschapen.’

Hoofdstuk 5

De verzegelde boekrol en het lam
[1] Toen zag ik in de rechterhand van Hem die op de troon zetelt een boekrol*, vanbinnen en vanbuiten beschreven, en verzegeld met zeven zegels. [2] En ik zag een machtige engel, die met luide stem riep: ‘Wie is waardig het boek te openen en de zegels ervan te verbreken?’ [3] Maar niemand in de hemel of op aarde of onder de aarde was in staat het boek te openen en in te zien. [4] Ik barstte in tranen uit, omdat niemand waardig werd bevonden het boek te openen en in te zien. [5] Toen zei een van de oudsten tegen mij: ‘Droog je tranen. De leeuw uit de stam Juda, de wortel van David, heeft overwonnen: Hij mag het boek openen en de zeven zegels verbreken.’
     [6] Toen zag ik midden voor de troon en omgeven door de vier dieren en de oudsten een lam* staan. Het zag eruit alsof het geslacht* was en Het had zeven horens* en zeven ogen – dit zijn de zeven geesten* van God, uitgezonden over heel de aarde. [7] Het lam kwam dichterbij en nam het boek uit de rechterhand van Hem die op de troon zetelt. [8] Toen het de boekrol genomen had, vielen de vier dieren neer voor het lam, evenals de vierentwintig oudsten, elk met een citer in de hand en met gouden schalen vol reukwerk – dat zijn de gebeden van de heiligen*. [9] En zij zongen een nieuw lied: ‘Waardig bent U het boek te nemen en zijn zegels te verbreken; want U bent geslacht en U hebt hen gekocht voor God met uw bloed uit alle stammen en talen en volken en naties. [10] U hebt hen voor onze God gemaakt tot een koninklijk geslacht van priesters, en zij zullen heersen op de aarde.’
     [11] Terwijl ik keek, hoorde ik de stemmen van talloze engelen rondom de troon en de dieren en de oudsten; hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen; [12] en zij riepen luid: ‘Waardig is het lam dat geslacht werd, de macht en de rijkdom, de wijsheid en de kracht, de eer en de heerlijkheid en de lof te ontvangen.’ [13] En elk schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en in de zee, en alles wat daarin is hoorde ik roepen: ‘Aan Hem die zetelt op de troon en aan het lam lof en eer en heerlijkheid en kracht tot in alle eeuwigheid!’ [14] En de vier dieren zeiden: ‘Amen’, en de oudsten vielen in aanbidding neer.
Hoofdstuk 4
Aanbidding van God en van het lam
[1] Hierna had ik een visioen. Er stond een deur open in de hemel. De stem die me eerder had toegesproken met het geluid van een bazuin, zei nu: ‘Kom hierboven, dan laat ik je zien wat er hierna gebeuren moet.’ [2] Op hetzelfde moment raakte ik in vervoering. Er stond een troon in de hemel en daarop zat iemand. [3] Degene die daar zat had een uiterlijk als van jaspis en sarder, en rond de troon was een regenboog die eruitzag als smaragd. [4] Om de troon heen stonden vierentwintig andere tronen, waarop vierentwintig oudsten zaten. Ze droegen witte kleren en hadden een gouden krans op hun hoofd. [5] Van de troon gingen bliksemschichten uit en donderslagen en groot geraas. Voor de troon brandden zeven vurige fakkels; dat zijn de zeven geesten van God. [6] Ook lag er voor de troon iets als een zee van glas, van kristal. Midden voor de troon en eromheen waren vier wezens, die van voren en van achteren een en al oog waren. [7] Het eerste wezen zag eruit als een leeuw en het tweede als een jonge stier; het derde had een gezicht als een mens en het vierde leek een vliegende adelaar. [8] Elk van de vier wezens had zes vleugels, met overal ogen langs de randen en aan de binnenkant. Dag en nacht herhalen ze: ‘Heilig, heilig, heilig is God, de Heer, de Almachtige, die was, die is en die komt.’ [9] Telkens als deze wezens lof, eer en dank brengen aan degene die op de troon zit en die tot in eeuwigheid leeft, [10] werpen de vierentwintig oudsten zich neer voor hem die op de troon zit, en aanbidden hem die leeft tot in eeuwigheid, en leggen hun kransen voor zijn troon met de woorden: [11] ‘U komen alle lof, eer en macht toe, Heer, onze God, want u hebt alles geschapen: uw wil is de oorsprong van alles wat er is.’

Hoofdstuk 5

[1] Toen zag ik dit: degene die op de troon zat had in zijn rechterhand een boekrol die aan beide kanten beschreven was en met zeven zegels was verzegeld. [2] Ik zag een machtige engel die met luide stem uitriep: ‘Wie komt het toe de zegels te verbreken en de boekrol te openen?’ [3] Maar er was niemand in de hemel of op aarde of onder de aarde die de boekrol kon openen en inzien. [4] Het deed me veel verdriet dat blijkbaar niemand het verdiende om de boekrol te openen en hem in te zien. [5] Toen zei een van de oudsten tegen mij: ‘Wees niet verdrietig. Want de leeuw uit de stam Juda, de telg van David, heeft de overwinning behaald, en daarom mag hij de boekrol met de zeven zegels openen.’ [6] Midden voor de troon, tussen de vier wezens en de oudsten, zag ik een lam staan. Het zag eruit alsof het geslacht was en het had zeven horens en zeven ogen; dat zijn de zeven geesten van God die over de hele wereld zijn uitgestuurd. [7] Het lam ging naar degene die op de troon zat en ontving de boekrol uit zijn rechterhand. [8] Op hetzelfde moment wierpen de vier wezens en de vierentwintig oudsten zich voor het lam neer. Ieder van hen had een lier en een gouden schaal vol wierook; dat zijn de gebeden van de heiligen. [9] En ze zetten een nieuw lied in: ‘U verdient het om de boekrol te ontvangen en zijn zegels te verbreken. Want u bent geslacht en met uw bloed hebt u voor God mensen gekocht* uit alle landen en volken, van elke stam en taal.
     [10] U hebt voor onze God uit hen een koninkrijk gevormd en hen tot priesters gemaakt. Zij zullen als koningen heersen op aarde.’
     [11] Daarna hoorde ik het geluid van een groot aantal engelen rondom de troon, de wezens en de oudsten; het waren er oneindig veel, tienduizend maal tienduizenden, duizend maal duizenden. [12] Met luide stem riepen ze: ‘Het lam dat geslacht is, komt alle macht, rijkdom en wijsheid toe, en alle kracht, eer, lof en dank.’ [13] Elk schepsel in de hemel, op aarde, onder de aarde en in de zee, alles en iedereen hoorde ik zeggen: ‘Aan hem die op de troon zit en aan het lam komen de dank, de eer, de lof en de macht toe, tot in eeuwigheid.’ [14] De vier wezens antwoordden: ‘Amen,’ en de oudsten wierpen zich in aanbidding neer.



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2014.
- Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp: Sync Creatieve Producties; techniek: SiteCan.