De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Het eerste boek Makkabeeën
WB 
  NBV 
 


Antiochus wil een nieuwe aanval
     [27] Bij het horen van deze gebeurtenissen ontstak koning Antiochus in woede en gaf het bevel om al de legers van zijn rijk te verenigen tot een ontzettend groot leger. [28] Hij opende zijn schatkist, betaalde zijn troepen een jaar soldij en wees ze erop dat ze op alles voorbereid moesten zijn.
     [29] Toen hij merkte dat het geld in de schatkist opraakte en de inkomsten uit de belasting in zijn gebied geslonken waren, als gevolg van de rampzalige opstanden die hij had uitgelokt door in het land de eeuwenoude gewoonten af te schaffen, [30] vreesde hij, zoals reeds meer dan eens was voorgekomen, dat hij niet in staat zou zijn om zijn uitgaven te bestrijden, laat staan schenkingen te doen, wat hij tot dan toe met kwistige hand en rijkelijker dan de vroegere koningen gedaan had. [31] Ten einde raad besloot hij naar Perzië te gaan om de belastingen van die gebieden te innen en veel geld bijeen te brengen. [32] De behartiging van de aangelegenheden van de koning in de landen gelegen tussen de Eufraat en de grens van Egypte, liet hij over aan Lysias*, een man van aanzien en van koninklijken bloede. [33] Hij belastte hem tot zijn terugkeer ook met de opvoeding van zijn zoon Antiochus. [34] Hij vertrouwde hem de helft van zijn legers toe evenals de olifanten. Hij droeg hem op om ervoor te zorgen dat alles wat hij wilde uitgevoerd werd; met name moest hij een leger sturen naar Judea en Jeruzalem [35] om de weerstand van Israël te breken en de rest in Jeruzalem uit te roeien; om de herinnering aan hen in die stad uit te wissen, [36] hun gebied met vreemdelingen te bevolken en hun land onder hen te verdelen. [37] In het jaar honderdzevenenveertig* vertrok de koning met de andere helft van zijn legers vanuit zijn residentie Antiochië, stak de Eufraat over en trok door de hoger gelegen gebieden.
     [38] Onder de vrienden van de koning wees Lysias enkele dappere mannen aan: Ptolemeüs, de zoon van Dorymenes, Nikanor en Gorgias, [39] en stuurde hen met veertigduizend man voetvolk en zevenduizend ruiters naar het land van Juda, om het volgens het bevel van de koning te verwoesten. [40] Met heel die legermacht gingen ze dus op weg, en in Judea aangekomen sloegen ze hun kamp op in de vlakte bij Emmaüs. [41] Toen de kooplui uit de streek het nieuws ter ore kwam, gingen zij met zeer veel zilver en goud evenals boeien naar het kamp om de Israëlieten als slaven op te kopen. Bij het Syrische leger sloten zich ook troepen uit Idumea en het land van de Filistijnen aan.

     [27] Het nieuws van deze gebeurtenissen wekte de woede van Antiochus op. Hij gaf bevel alle strijdkrachten van zijn rijk samen te trekken tot één reusachtig leger. [28] Vervolgens opende hij zijn schatkist, betaalde de strijdkrachten een jaar soldij uit en droeg hun op zich paraat te houden. [29] Maar algauw merkte hij dat het geld in de schatkist opraakte; vanwege de rampzalige opstand die hij had uitgelokt met de afschaffing van de eeuwenoude tradities waren de belastinginkomsten van het land geslonken. [30] Hij vreesde dat hij, zoals al meer dan eens was voorgekomen, niet genoeg zou hebben voor de dagelijkse kosten, laat staan voor de geschenken die hij, meer nog dan zijn voorgangers, tot dan toe met gulle hand had uitgedeeld. [31] Ten einde raad besloot hij naar Perzië te gaan en daar belasting te innen om de schatkist weer te vullen. [32] Lysias, een geëerd lid van de koninklijke familie, belastte hij tot zijn terugkeer met het bestuur over het rijk tussen de Eufraat en de Egyptische grens; [33] ook de opvoeding van zijn zoon Antiochus vertrouwde hij aan hem toe. [34] Hij gaf hem het bevel over de helft van de strijdkrachten en over de olifanten, en droeg hem op al zijn plannen uit te voeren: hij moest troepen op de inwoners van Judea en Jeruzalem afsturen [35] om de legermacht van Israël uit te schakelen en het verzet van de mensen die nog in Jeruzalem woonden te breken. Hij moest iedere herinnering aan hen uitwissen, [36] hun gebied met vreemdelingen bevolken en het land onder hen verdelen. [37] Met de andere helft van de troepen vertrok de koning in het jaar 147 uit Antiochië, de hoofdstad van zijn rijk, stak de Eufraat over en trok door de oostelijke provincies.
     [38] Ptolemeüs, de zoon van Dorymenes, en Nikanor en Gorgias, dappere mannen uit de kring van vertrouwelingen van de koning, werden door Lysias uitgekozen [39] en met veertigduizend soldaten en zevenduizend ruiters naar Judea gestuurd om het land te verwoesten, zoals de koning had bevolen. [40] Met heel dat leger rukten ze uit en ze sloegen in de vlakte bij Emmaüs hun kamp op. [41] De kooplieden van die streek hoorden ervan en kwamen met grote hoeveelheden zilver en goud en met voetboeien naar het legerkamp om de Israëlieten als slaven op te kopen. Het Syrische leger werd versterkt door troepen uit Idumea en het land van de Filistijnen.



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013.
- Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties