De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Het eerste boek Makkabeeën
WB 
  NBV 
 


Overwinning op Nikanor
     [26] Hierop zond de koning een van zijn beroemdste veldheren, Nikanor*, die een bittere haat koesterde jegens Israël, met de opdracht om het volk te vernietigen. [27] Met een groot leger in Jeruzalem aangekomen, stuurde hij boden naar Judas en zijn broers om hen met verzoenende voorstellen te misleiden: [28] ‘Laat het niet tot een oorlog komen tussen mij en u; ik kom met een klein gevolg naar u toe om vriendschappelijk met u te onderhandelen.’ [29] Hij kwam dus bij Judas en zij begroetten elkaar op vriendschappelijke wijze; maar de vijanden stonden al klaar om Judas te ontvoeren. [30] Toen Judas merkte dat hij met verraderlijke bedoelingen naar hem toe was gekomen, werd hij bang voor hem en wilde hij hem niet meer zien. [31] Nikanor begreep dat zijn voornemen ontdekt was; hij rukte uit en raakte met Judas slaags ter hoogte van Kafarsalama. [32] Van Nikanors soldaten vielen er ongeveer vijfhonderd, de overigen namen de vlucht naar de stad van David.
     [33] Na deze gebeurtenissen ging Nikanor naar de berg Sion. Enkele priesters en oudsten van het volk kwamen hem uit het heiligdom tegemoet om hem op vriendschappelijke wijze te begroeten, en om zijn aandacht te vestigen op het brandoffer dat voor de koning werd opgedragen. [34] Maar hij dreef de spot met hen en lachte hen uit, hij spuwde op hen en braakte overmoedige taal uit. [35] In zijn woede zwoer hij: ‘Als Judas en zijn leger mij deze keer niet in handen vallen, dan steek ik na mijn behouden terugkeer deze tempel in brand.’ Razend van woede ging hij weg. [36] De priesters gingen weer naar binnen en staande voor het altaar en het heiligdom zeiden ze wenend: [37] ‘U hebt zelf dit huis uitverkoren om uw naam te dragen en het gebedshuis te zijn waar uw volk smeekbeden tot U kan richten. [38] Doe gerechtigheid met deze man en zijn leger en laat ze vallen door het zwaard; gedenk hun godslasteringen en laat ze niet langer in leven.’
     [39] Nikanor verliet Jeruzalem en sloeg zijn kamp op bij Bet-Choron, waar een leger uit Syrië zich bij hem aansloot.
     [40] Judas lag met drieduizend man bij Adasa*. Hij bad: [41] ‘Toen de boden van de koning u lasterden, kwam uw engel en sloeg honderdvijfentachtigduizend mannen neer. [42] Verpletter op dezelfde wijze nu ook dit leger hier voor onze ogen, dan zullen de overlevenden weten dat hij uw heiligdom gelasterd heeft; oordeel hem overeenkomstig zijn slechtheid.’
     [43] De dertiende adar raakten de legers slaags*. Het leger van Nikanor werd verslagen; hijzelf was de eerste die sneuvelde. [44] Toen zijn leger zag dat Nikanor gevallen was, wierpen ze hun wapens weg en namen ze de vlucht. [45] Zij achtervolgden hen één dagreis ver, van Adasa tot Gezer, terwijl ze op de signaaltrompetten bliezen. [46] Uit alle Joodse dorpen in de omgeving snelde men toe om de vluchtelingen de pas af te snijden; ze keerden om, maar stootten op hun kameraden; zo werd iedereen de prooi van het zwaard, niemand ontkwam. [47] Zij plunderden hen en legden beslag op hun buit; ze sloegen Nikanor het hoofd af en de rechterhand, die hij in zijn overmoed had opgeheven, en stelden die vlakbij Jeruzalem ten toon. [48] Het volk was uitbundig van blijdschap en vierde die dag als een grote feestdag. [49] Men besloot deze dag jaarlijks op de dertiende adar te heiligen. [50] Het land van Juda genoot gedurende korte tijd van enige rust.

     [26] Toen zond de koning een van zijn beruchtste bevelhebbers, Nikanor, die Israël haatte en verachtte, met als opdracht het volk uit te roeien. [27] Nikanor trok met een groot leger naar Jeruzalem en stuurde boden naar Judas en zijn broers om hun met listige woorden vrede te beloven: [28] ‘Ik wil geen oorlog met u; ik kom met maar weinig mannen, want ik wil u in vrede ontmoeten.’ [29] Hij ging zelf ook naar Judas, en zij begroetten elkaar vriendelijk, maar de vijand stond al klaar om Judas gevangen te nemen. [30] Toen Judas erachter kwam dat Nikanor met boos opzet bij hem was gekomen, werd hij bang voor hem en weigerde hem nogmaals te ontmoeten. [31] Nikanor begreep dat zijn plan was doorzien en hij trok ten strijde tegen Judas ter hoogte van Kafarsalama. [32] Aan de kant van Nikanor sneuvelden ongeveer vijfhonderd soldaten, de overigen vluchtten naar de Davidsburcht.
     [33] Na deze gebeurtenissen trok Nikanor op naar de Sion, waar enkele priesters en volksoudsten hem vanuit het heiligdom tegemoet gingen om hem in vrede te begroeten. Ze lieten hem zien dat er voor de koning een brandoffer werd gebracht, [34] maar hij bespotte hen en lachte hen uit, spuugde op hen en sprak hoogmoedige taal. [35] Hij bezwoer hun woedend: ‘Als Judas en zijn leger dit keer niet in mijn handen vallen, dan laat ik deze tempel in brand steken zodra ik veilig ben teruggekeerd.’ Hevig verontwaardigd ging hij weg. [36] De priesters liepen naar binnen, gingen voor het altaar van de tempel staan en baden onder tranen: [37] ‘U hebt uw naam verbonden aan dit huis, zodat het voor uw volk een huis van gebed en voorbede zou zijn. [38] Neem wraak op deze man en op zijn leger. Laat hen vallen door het zwaard. Denk aan hun lasterlijke woorden en laat hen niet langer leven.’
     [39] Nikanor trok weg uit Jeruzalem en sloeg zijn kamp op in Bet-Choron, waar het Syrische leger zich bij hem aansloot. [40] Judas sloeg met drieduizend man zijn kamp op in Adasa, en hij bad: [41] ‘Ooit hebben de boden van een koning u belasterd en hebt u een engel gestuurd om honderdvijfentachtigduizend van zijn mannen neer te slaan. [42] Doe vandaag hetzelfde met dit leger en verpletter het voor onze ogen, zodat degenen die overblijven weten dat Nikanor uw heiligdom belasterd heeft. Geef hem zijn verdiende straf.’ [43] Op 13 adar bonden de twee legers de strijd aan. Het leger van Nikanor werd vernietigend verslagen; hijzelf was de eerste die de dood vond. [44] Toen zijn soldaten zagen dat Nikanor gesneuveld was, gooiden ze hun wapens weg en sloegen op de vlucht. [45] De Joden achtervolgden hen een dagreis ver, van Adasa tot in Gezer, blazend op trompetten. [46] Uit alle omliggende dorpen van Judea schoten mannen te hulp om de voortvluchtigen de pas af te snijden. Ze wisten die terug te dringen tot bij hun achtervolgers, zodat niemand aan hun zwaard ontkwam. [47] Ze roofden hun uitrusting en hun proviand, hakten Nikanors hoofd af en zijn rechterarm, die hij nog zo hoogmoedig had opgeheven. Die namen ze mee en hingen ze net buiten Jeruzalem op. [48] Het volk was opgetogen en maakte van die dag een grote feestdag. [49] Ze besloten het feest ieder jaar op 13 adar te vieren. [50] Daarna had Judea korte tijd rust.



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013.
- Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties