Hoofdstuk 15 Antiochus VII zoekt Simons steun [1] Antiochus*, de zoon van koning Demetrius, stuurde vanaf de eilanden in de zee een brief naar Simon, de hogepriester en leider van de Judeeërs, en aan heel de natie. [2] De inhoud luidde als volgt: [2] ‘Koning Antiochus aan Simon, de hogepriester en leider van het volk, en aan het volk van de Joden. Heil! [3] Aangezien enkele boosdoeners het rijk van mijn voorvaderen hebben overweldigd en ik dat rijk weer wil terugwinnen om het in zijn vroegere staat te herstellen, heb ik veel troepen geworven en oorlogsschepen uitgerust. [4] Daarmee wil ik naar het vasteland gaan om wraak te nemen op degenen die ons land te gronde gericht hebben en veel steden in mijn rijk ontvolkt hebben. [5] Ik bekrachtig hiermee dan ook alle ontheffingen die u door mijn voorgangers zijn geschonken, evenals alle andere kwijtscheldingen die ze u hebben verleend. [6] Ik sta u tevens toe om voor uw land geld te munten*. [7] Jeruzalem en het heiligdom zullen vrij en onbelast zijn. Alle wapens die u hebt laten maken en de vestingen die u gebouwd hebt en die in uw bezit zijn, blijven van u. [8] Alles wat u nu aan de schatkist van de koning verschuldigd bent of in de toekomst zult zijn, is u vanaf de dag van vandaag en voor altijd kwijtgescholden. [9] Zodra wij ons rijk weer hebben hersteld, zullen we u, uw natie en het heiligdom een dusdanig grote eer bewijzen, dat uw roem over heel de aarde bekend wordt.’ [10] In het jaar honderdvierenzeventig trok Antiochus naar het land van zijn voorvaderen. Bijna alle troepen kozen zijn zijde, zodat Tryfon slechts een klein leger overhield. [11] Hij nam de vlucht en terwijl Antiochus hem achtervolgde, week hij uit naar Dor* aan zee; [12] nu zijn leger hem in de steek had gelaten, wist hij dat de ene ramp na de andere hem bedreigde. [13] Antiochus belegerde met honderdtwintigduizend man voetvolk en achtduizend ruiters Dor. [14] Hij sloot de stad van alle kanten in, waarbij de schepen vanuit zee aan de omsingeling deelnamen. Zo bracht hij de stad zowel aan de land- als aan de zeezijde in het nauw en hij liet er niemand in- of uitgaan.
Hoofdstuk 15 Antiochus VII zoekt de steun van Simon [1] Antiochus, de zoon van koning Demetrius, stuurde vanaf de eilanden een brief naar Simon, de priester en vorst van de Joden, en naar heel het volk. [2] De brief luidde als volgt:
‘Koning Antiochus groet hogepriester en vorst Simon, en het gehele Joodse volk. [3] Aangezien een paar onverlaten in het rijk van mijn voorouders de macht hebben gegrepen en ik het rijk weer wil opeisen en de oude orde wil herstellen, heb ik een groot aantal huurlingen gerekruteerd en oorlogsschepen uitgerust. [4] Ik wil nu koers zetten naar het vasteland om degenen die ons land te gronde hebben gericht en veel steden in mijn rijk hebben verwoest aan te vallen. [5] Bij dezen bekrachtig ik alle vrijstellingen van belasting die de koningen vóór mij u hebben verleend, evenals alle andere toezeggingen die ze u hebben gedaan. [6] Tevens sta ik u toe uw eigen munt te slaan, als betaalmiddel voor gebruik in eigen land. [7] Jeruzalem en de tempel blijven vrij en onbelast. Zowel de wapens waarmee u zich hebt uitgerust als de burchten die u hebt gebouwd en die in uw handen zijn, blijven uw eigendom. [8] Alle schulden aan de koninklijke schatkist en alle vorderingen door de kroon scheld ik u met ingang van heden voor altijd kwijt. [9] Wanneer wij ons rijk hebben hersteld, zullen we u, uw volk en de tempel grote eer bewijzen, zodat uw roem zich over de hele wereld verbreidt.’ [10] In het jaar 174 trok Antiochus het land van zijn voorouders binnen. Bijna alle strijdkrachten sloten zich bij hem aan, zodat Tryfon slechts enkele troepen overhield. [11] Met Antiochus op zijn hielen vluchtte Tryfon naar de kustplaats Dor, [12] want hij begreep dat er slechte tijden voor hem waren aangebroken nu zijn strijdkrachten overgelopen waren. [13] Antiochus belegerde Dor met honderdtwintigduizend man voetvolk en achtduizend ruiters. [14] Door ook schepen in te zetten in de strijd kon hij de stad omsingelen en hij bestookte haar te land en ter zee. Niemand kon de stad in of uit.
De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.
De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.