De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Het eerste boek Makkabeeën
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 16
Kendebeüs wordt verslagen
[1] Johannes vertrok uit Gezer om zijn vader Simon te melden wat Kendebeüs deed. [2] En Simon sprak tot zijn twee oudste zonen, Judas en Johannes: ‘Ik, mijn broers en de familie van mijn vader hebben vanaf onze jeugd tot nu toe de vijanden van Israël bestreden en herhaalde malen is het ons gelukt om Israël te bevrijden. [3] Nu ben ik oud geworden, maar jullie zijn dankzij Gods barmhartigheid in de kracht van je jaren. Neem daarom mijn plaats en die van mijn broer in, trek ten strijde voor onze natie en moge de hulp van de hemel met jullie zijn!’ [4] Simon riep uit het land twintigduizend man voetvolk en ruiters op. Die trokken tegen Kendebeüs op en brachten de nacht door in Modeïn. [5] Toen ze ’s ochtends de vlakte in trokken kwam een groot leger van voetvolk en ruiters hun tegemoet. Tussen beide legers liep een beek. [6] Johannes stelde zich met zijn leger tegenover de vijand op. Toen hij bemerkte dat zijn mannen bang waren om de beek over te steken, ging hij eerst zelf, waarop zijn leger hem volgde. [7] Omdat de vijandelijke ruiterij zeer talrijk was, verdeelde hij zijn leger en plaatste hij zijn ruiterij tussen het voetvolk. [8] Toen bliezen ze op de trompet en Kendebeüs werd met zijn leger teruggedreven; velen sneuvelden, de overigen trachtten naar de vesting te vluchten. [9] In de strijd werd Judas, de broer van Johannes, gewond. Johannes achtervolgde de vijand tot Kedron, dat Kendebeüs versterkt had. [10] Omdat anderen een toevlucht gezocht hadden in de torens in het gebied van Asdod, stak hij die in brand. Zo kwamen er van de vijand ongeveer tweeduizend man om. Daarna keerde hij behouden naar Judea terug.

Simon verraderlijk vermoord
     [11] Ptolemeüs, de zoon van Abubus, was bevelhebber in de vlakte van Jericho. Hij bezat veel zilver en goud, [12] want hij was de schoonzoon van de hogepriester. [13] Hierdoor hoogmoedig geworden wilde hij zich meester maken van het land. Daartoe besloot hij Simon en zijn zonen op listige wijze uit de weg te ruimen. [14] Simon reisde gewoonlijk de steden in het land af, bekommerd om de behartiging van hun belangen. Zo kwam hij, vergezeld van zijn zonen Mattias en Judas, ook in Jericho. Het was in de elfde* maand, de maand sebat, van het jaar honderdzevenenzeventig. [15] De zoon van Abubus nodigde hem op arglistige wijze uit in de kleine vesting Dok, die hij had gebouwd. Daar richtte hij een groot drinkgelag voor hen aan, terwijl hij er zijn handlangers verborgen hield. [16] Toen Simon en zijn zonen goed gedronken hadden, kwam Ptolemeüs met zijn handlangers tevoorschijn; ze grepen hun wapens, gingen de feestzaal binnen, wierpen zich op Simon en doodden hem en zijn twee zonen en enkelen van zijn gevolg. [17] Daardoor pleegde hij zwaar verraad en vergold hij goed met kwaad. [18] Ptolemeüs stuurde hierover een schriftelijk bericht naar de koning met het verzoek om hem hulptroepen te sturen en het bestuur over de steden en het land aan hem over te dragen. [19] Ook naar Gezer zond hij handlangers die Johannes uit de weg moesten ruimen. De legeroversten nodigde hij per brief uit bij hem te komen, dan zou hij hun zilver, goud en andere geschenken geven.
     [20] Ten slotte stuurde hij nog handlangers om Jeruzalem en de tempelberg te bezetten. [21] Maar iemand was hem voor geweest en had Johannes in Gezer reeds gemeld dat zijn vader en zijn broers vermoord waren, en hem gewaarschuwd dat Ptolemeüs handlangers gestuurd had om hem te doden. [22] Hij schrok hevig van dit bericht. De mannen die hem kwamen doden liet hij grijpen en ter dood brengen, want hij kende hun bedoelingen.
     [23] Verdere bijzonderheden over Johannes, over zijn krijgsverrichtingen en heldendaden, over de bouw van de stadsmuren die hij optrok en over zijn overige daden [24] zijn, te beginnen met de dag dat hij zijn vader opvolgde als hogepriester, in de annalen van zijn hogepriesterschap te vinden.
Hoofdstuk 16
[1] Johannes trok op vanuit Gezer en lichtte zijn vader Simon in over de acties van Kendebeüs. [2] Simon riep zijn twee oudste zonen, Judas en Johannes, bij zich en zei tegen hen: ‘Mijn broers en ik, de hele familie van mijn vader, hebben van onze jeugd tot op de dag van vandaag tegen de vijanden van Israël gestreden. Vaak is het ons gelukt Israël te redden. [3] Nu ben ik oud, en jullie zijn dankzij Gods barmhartigheid volwassen geworden. Neem daarom mijn plaats en die van mijn broer in en trek erop uit om voor ons volk te strijden. Moge de hemel jullie bijstaan.’ [4] In het hele land riep hij twintigduizend man voetvolk en ruiters op. Zij trokken Kendebeüs tegemoet en overnachtten in Modeïn. [5] De volgende ochtend vroeg trokken ze naar de vlakte. Daar zagen ze een groot leger van voetvolk en ruiters op zich afkomen, maar er lag een wadi tussen hen in. [6] Johannes bracht zijn troepen in stelling. Hij merkte dat zijn mannen bang waren om de wadi over te steken, en daarom stak hij zelf als eerste over. Zijn mannen zagen het en volgden hem naar de overkant. [7] Hij verdeelde het voetvolk in twee flanken en stelde de ruiters ertussenin op; de ruiterij van de tegenstander was namelijk zeer talrijk. [8] Ze lieten de trompetten schallen en Kendebeüs werd met zijn leger verjaagd. Er viel een groot aantal gewonden, en de rest vluchtte naar de burcht. [9] Johannes’ broer Judas raakte gewond. Daarom achtervolgde Johannes de vijand tot in Kedron, de stad die door Kendebeüs versterkt was. [10] De vijand vluchtte tot in de torens in de velden rond Azotus. Maar Johannes stak de torens in brand, zodat nog zo’n tweeduizend mannen omkwamen. Daarna keerde hij behouden naar Judea terug.

De dood van Simon
     [11] Ptolemeüs, de zoon van Abubus, was als bevelhebber aangesteld in de vlakte van Jericho. Hij bezat veel goud en zilver, [12] want hij was een schoonzoon van de hogepriester. [13] Hij had het hoogmoedige plan opgevat heer en meester te worden over het land, en daarom beraamde hij een aanslag op Simon en zijn zonen. [14] Simon ging de steden langs om te inventariseren wat ze nodig hadden. In de elfde maand van het jaar 177, dat is de maand sebat, kwam hij, samen met zijn zonen Mattatias en Judas, in Jericho. [15] De zoon van Abubus ontving hen in de kleine burcht Dok, die hij zelf gebouwd had, en richtte er onder valse voorwendselen een groot drinkgelag voor hen aan. Maar hij had zijn mannen verdekt opgesteld, [16] en toen Simon en zijn zonen dronken waren, kwamen Ptolemeüs en zijn handlangers in actie: ze grepen hun wapens, drongen de eetzaal binnen en doodden Simon, zijn twee zonen en enkele van zijn dienaren. [17] Met deze trouweloze daad vergold hij goed met kwaad. [18] Ptolemeüs schreef een brief aan de koning om te vertellen wat er was voorgevallen, met het verzoek om hem hulptroepen te sturen en het bestuur over de steden aan hem over te dragen. [19] Hij stuurde een paar mannen naar Gezer om Johannes te doden en deed alle bevelhebbers over duizend man een brief toekomen met het verzoek zich bij hem te melden, dan zou hij hun zilver, goud en andere geschenken geven. [20] De rest van zijn mannen stuurde hij naar Jeruzalem om de stad en de heilige berg in te nemen. [21] Maar iemand rende naar Gezer en liet Johannes weten dat zijn vader en zijn broers waren omgekomen en waarschuwde hem dat Ptolemeüs handlangers gestuurd had om hem te doden. [22] Toen Johannes dit hoorde, werd hij woedend. De mannen die kwamen om hem uit de weg te ruimen liet hij oppakken en doden, want hij wist wat ze met hem van plan waren.
     [23] Verdere bijzonderheden over Johannes, over de veldslagen die hij heeft geleverd, de heldendaden die hij heeft verricht, de muren die hij heeft gebouwd en al het andere – [24] dat alles is opgetekend in de kronieken van zijn hogepriesterschap, vanaf de dag dat hij zijn vader als hogepriester opvolgde.



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013.
- Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties