Inleiding op het tweede boek makkabeeën
het tweede boek Makkabeeën (2 Mak) vormt niet het vervolg van het eerste boek Makkabeeën, maar is een oorspronkelijk Grieks werk, dat circuleerde onder de Joden van Alexandrië.
Het begint met twee brieven (1,1-10a en 1,10b-2,18), waarin de Joden van Egypte uitgenodigd worden het tempelwijdingsfeest te vieren. Daarna volgt een voorwoord, waarin de schrijver zijn bedoeling en werkwijze uiteenzet (2,19-32). Het eigenlijke verhaal bestaat uit twee delen, die beide eindigen met de dood van een jodenvervolger en de instelling van een feest. Het eerste deel (3,1-10,8) opent met de beschrijving van een wonderbare redding van de tempel (3). Deze werd echter aanleiding tot de intriges van de Grieksgezinde priesters Jason en Menelaüs, die, met goud en mooie beloften, van Antiochus IV het hogepriesterschap kochten. Zo ontbrandde een partijstrijd die een bloedige ingreep van Antiochus tot gevolg had en het einde betekende van de gematigde vergrieksing van het jodendom, die door Jason en diens partijgenoten werd voorgestaan. Antiochus dwong de Joden hun Wet te verzaken en de Griekse godsdienst te adopteren; hij plunderde de tempel en liet die in een tempel van Zeus Olympius veranderen (4-7). Een derde sectie verhaalt de eerste fase van de opstand van Judas de Makkabeeër tegen het zegevierend heidendom (8) en het weerzinwekkende einde van Antiochus IV (9), om te culmineren in een beschrijving van de reiniging van de tempel, gevierd door een feest dat acht dagen duurde (10,1-8). Het tweede deel (10,9-15,39) begint na enkele regels inleiding (10,9-13) met een overzicht van Judas’ strijd tegen de naburige volken (10,14-38). Die strijd was de reden dat Lysias een veldtocht ondernam tegen de rebellerende Joden; hij leed echter een nederlaag en de Joden mochten weer leven volgens hun eigen Wet (11). Daar de Joden door de heidenen, ondanks de officiële vrede met de machthebbers in Antiochië, niet met rust werden gelaten, hervatte Judas zijn strafexpedities (12). Een nieuw ingrijpen van Lysias in 163 v.Chr. liep uit op de erkenning van Judas de Makkabeeër door Antiochus V (13). De troonsbestijging van Demetrius I (161-150 v.Chr.) werd door de Grieksgezinde Joden aangegrepen als een kans om hun verloren posities te herwinnen. De koning stuurde Nikanor, die dreigde de tempel met de grond gelijk te zullen maken, als Judas niet aan hem uitgeleverd werd. Nikanor werd verslagen en sindsdien zijn de Joden onbetwist meester gebleven van de heilige stad (13-14).
Door zijn gloedvolle betogen, buitensporige getallen, gezwollen retoriek en het overvloedig gebruik van scheldwoorden aan het adres van de vijanden van de Joodse orthodoxie behoort het tweede boek Makkabeeën tot het genre van de ‘pathetische geschiedschrijving,’ dat in de toenmalige hellenistische wereld in de mode was. Het is duidelijk, dat dit genre alles in het werk stelt om verbeelding en gevoel van de lezer te treffen en dat het zich weinig bekommert om een zakelijk waarheidsgetrouwe weergave van de feiten. Ondanks de belangstelling voor het wonderbare en voor hemelse verschijningen, ondanks het feit dat het tweede boek Makkabeeën in de ordening van de stof een eigen weg is gegaan, heeft het boek een grote historische waarde. Het vult het eerste boek Makkabeeën niet zelden aan. Het boek ademt een veel sterker uitgesproken godsdienstige geest dan het eerste boek Makkabeeën. Het noemt God onder alle namen die Hij in het Oude Testament draagt, en voegt er nog nieuwe aan toe. Deze God is een nabije God, altijd bereid om het gebed van zijn getrouwen te verhoren. Het leven na de dood neemt een opvallende plaats in dit boek in: degenen die hun leven voor de Wet, die de inzet vormt van het conflict tussen Jood en Griek, hebben gegeven, zullen verrijzen. De doden kunnen zelfs een voorspraak zijn voor de levenden (15,11-16), die op hun beurt de doden door hun gebed en offer kunnen helpen (12,39-45).
De auteur is onbekend. In 2,23 verklaart hij dat zijn werk een samenvatting is van het vijfdelige werk van een zekere Jason van Cyrene. Noch van het werk van Jason, noch van het tweede boek Makkabeeën staat de compositie-datum vast. Als de brief van 1,1-10 de aanleiding geweest is tot het samenstellen van een resumé van Jasons werk, dan dateert het tweede boek Makkabeeën, evenals de brief, uit 124 v.Chr.
Daar het tweede boek Makkabeeën een oorspronkelijk Grieks werk is, staat het niet in de Joodse canon van geïnspireerde boeken.
Het tweede boek Makkabeeën is als volgt opgebouwd: - Inleiding (1-2)
- De vervolging onder Seleukus IV en Antiochus IV (3,1-4,6)
- Het verzet onder Judas de Makkabeeër (4,7-15,39).
|