Hoofdstuk 6 De Joodse godsdienst verboden [1] Niet lang daarna zond de koning een oude Athener, die de Judeeërs moest dwingen de leer van hun voorvaderen te verloochenen en zich niet meer aan de leer van God te houden. [2] Hij had de opdracht om de tempel van Jeruzalem te ontheiligen door hem aan Zeus Olympius te wijden; de tempel op de berg Gerizim moest hij, overeenkomstig het karakter van de bewoners van die plaats, aan Zeus Xenius wijden. [3] Het om zich heen grijpen van het kwaad viel zelfs de grote massa van het volk zwaar en het ergerde zich eraan. [4] In de tempel vierden de naties liederlijke en uitgelaten feesten, zij maakten er plezier met courtisanes, hadden in de heilige voorhoven gemeenschap met vrouwen en brachten er allerlei dingen binnen die er niet mochten zijn. [5] Het brandofferaltaar lag vol met slachtoffers die in strijd waren met de heilige gebruiken en door de leer waren verboden. [6] Het was niet langer geoorloofd om de sabbat te onderhouden, de voorvaderlijke feesten te vieren, in één woord een belijdend Jood te zijn. [7] Met geweld werd men gedwongen deel te nemen aan de offermaaltijd, die maandelijks op de geboortedag van de koning werd gehouden; op het feest van Dionysus moest men met klimop omkranst meedoen in de optocht ter ere van Dionysus. [8] Op aanraden van Ptolemeüs* werd besloten dat de naburige Griekse steden met betrekking tot de Joden dezelfde gedragslijn zouden volgen en dat ze de Joden aan de offermaaltijden zouden laten deelnemen; [9] degenen die weigerden de Griekse gewoonten over te nemen, moesten worden gedood. Het was duidelijk dat de Joden veel lijden te wachten stond. [10] Zo werden twee vrouwen gevangen genomen die hun kinderen hadden besneden. Met de zuigelingen aan hun borst voerde men ze door de stad, als prooi voor de spot van het volk; ze werden van de stadsmuur naar beneden gegooid. [11] Anderen waren in dichtbij de stad gelegen grotten samengekomen om in het geheim de sabbat te vieren. Ze werden aan Filippus verraden en deze liet ze levend verbranden; uit eerbied voor de heiligheid van de sabbat durfden ze zich niet te verdedigen.
[12] Iedereen die dit boek in handen krijgt verzoek ik om zich niet te ergeren aan deze ellende, maar te bedenken dat deze bestraffing niet de ondergang, maar de verbetering van ons volk ten doel had. [13] Het is een bewijs van grote welwillendheid, als God de zondaars niet lang ongemoeid laat, maar ze spoedig hun vergelding geeft. [14] Terwijl de Heer bij de andere naties toegevend met de bestraffing wacht tot ze de maat van hun zonden hebben volgemaakt, doet Hij dat niet met ons. [15] Als Hij onze zonden tot het uiterste laat voortwoekeren, zou zijn bestraffing te laat komen. [16] Maar Hij wil ons zijn barmhartigheid nooit ontzeggen en daarom is het feit dat Hij zijn volk straft met rampen een teken dat Hij het niet in de steek laat. [17] Na dit in enkele woorden in herinnering te hebben geroepen, gaan we nu weer verder met ons verhaal.
De marteldood van Eleazar [18] Eleazar, een van de voornaamste schriftgeleerden, een man op leeftijd en een indrukwekkende verschijning, werd gedwongen om varkensvlees* te eten. [19] Maar hij verkoos een roemvolle dood boven een besmeurd leven: hij ging vrijwillig naar de pijnbank. [20] Zo gaf hij een voorbeeld dat men moedig moet navolgen, door spijzen te weigeren, waarvan het genot niet door de liefde voor het leven gewettigd kan worden. [21] Degenen die belast waren met de leiding bij dat afschuwelijke offermaal namen Eleazar, die een oude bekende van hen was, terzijde en spoorden hem aan vlees te halen dat hij eten mocht; hij zou het zelf klaar kunnen maken, als hij maar deed alsof hij at van het offervlees dat door de koning was voorgeschreven. [22] Deed hij dat, dan zou hij niet gedood worden, maar op grond van hun oude vriendschap vriendelijk worden bejegend. [23] Maar hij nam een nobel besluit, zijn leeftijd waardig, dat paste bij het aanzien dat zijn ouderdom hem gaf, bij de adel van zijn grijze haren die hij met ere droeg, en bij het voorbeeldig leven dat hij vanaf zijn jeugd geleid had, maar dat bovenal in overeenstemming was met de heilige leer, door God zelf gegeven. Hij verklaarde zonder enige aarzeling dat men hem maar naar het dodenrijk moest sturen. [24] ‘Want’, zo zei hij, ‘op onze leeftijd past het niet om te huichelen. Veel jonge mannen zouden denken dat de negentigjarige Eleazar de zeden van de vreemde volkeren heeft aangenomen. [25] Door mijn huichelarij, waardoor ik mijn leven een heel klein beetje kan verlengen, zouden zij op een dwaalspoor worden gebracht en omdat ik voor die dwaling verantwoordelijk zou zijn, zou ik schande en smaad brengen over mijn oude dag. [26] En al ontkom ik voor het ogenblik aan een bestraffing door de mensen; nooit, levend dan wel dood, ontkom ik aan de hand van de Almachtige. [27] Daarom geef ik er de voorkeur aan om nu moedig van dit leven afscheid te nemen, dan toon ik mij mijn ouderdom waardig [28] en laat ik de jongeren een edel voorbeeld na van hoe men vrijwillig, trots en zelfbewust kan sterven voor de eerbiedwaardige en heilige leer.’ Na deze woorden ging hij naar de pijnbank. [29] Degenen die hem zojuist nog welwillend gezind waren, voerden hem nu vol haat naar de folterplaats, omdat wat hij gezegd had in hun ogen krankzinnig was. [30] Voordat Eleazar onder de slagen bezweek, verzuchtte hij: ‘De Heer weet in zijn heilige wijsheid, dat ik aan de dood kon ontkomen, en al lijd ik in mijn lichaam gruwelijke pijnen door de marteling, in mijn ziel voel ik vreugde omdat ik dit alles uit eerbied voor Hem onderga.’ [31] Zo stierf hij en hij liet door zijn dood niet alleen aan de jongeren, maar ook aan het grootste deel van de natie een voorbeeld van edele gezindheid en onvergetelijke deugd na.
Hoofdstuk 6 De Joodse godsdienst verboden [1] Niet lang daarna stuurde de koning de Athener Geron* om de Joden te dwingen de tradities van hun voorouders af te zweren en niet langer naar Gods voorschriften te leven. [2] Door zijn toedoen werd de tempel in Jeruzalem ontwijd en genoemd naar Zeus Olympius, terwijl de tempel op de Gerizim op verzoek van de bevolking van Sichem aan Zeus Xenius werd gewijd. [3] Deze provocatie trof het volk als een slag in het gezicht. [4] Vreemdelingen namen de tempel in bezit en hielden er liederlijke braspartijen. Ze vermaakten zich met prostituees, hadden binnen de heilige muren gemeenschap met andermans vrouwen en namen allerlei ongepaste zaken mee naar binnen. [5] Het altaar werd vol gezet met goddeloze offergaven die strijdig waren met de voorschriften. [6] Het was niet langer geoorloofd om de sabbat in acht te nemen, de traditionele feesten te vieren of er zelfs maar voor uit te komen dat men Jood was. [7] Onder harde dwang werden de Joden verplicht om elke maand op het geboortefeest van de koning deel te nemen aan heidense offermaaltijden, en tijdens het feest ter ere van Dionysus moesten ze met klimop omkranst meelopen in de optocht voor Dionysus. [8] Op voorstel van Ptolemeüs werd in de omringende Griekse steden een decreet uitgevaardigd van soortgelijke strekking, waarin stond dat de Joden moesten deelnemen aan de heidense offermaaltijden [9] en dat wie niet bereid was om zich aan de Griekse zeden aan te passen, ter dood moest worden gebracht. Hoe moeilijk de tijden voor de Joden waren geworden, bleek wel [10] toen twee vrouwen werden opgebracht omdat ze hun zonen hadden laten besnijden: met hun zuigelingen aan hun borsten gehangen werden ze publiekelijk door de stad gevoerd en ten slotte van de muur naar beneden gegooid. [11] Een andere keer waren mensen vlak buiten de stad in grotten bij elkaar gekomen om heimelijk de zevende dag te vieren. Zij werden aan Filippus verraden en op de brandstapel terechtgesteld, want uit eerbied voor de zo heilige dag hadden ze zich niet willen verdedigen.
[12] Ik roep mijn lezers op om zich door deze tragische gebeurtenissen niet te laten afschrikken, maar te bedenken dat deze straffen niet de ondergang, maar de opvoeding van ons volk ten doel hadden. [13] Het is immers een teken van grote goedheid wanneer zondaars niet te lang hun gang kunnen gaan, maar onmiddellijk worden gestraft. [14] De Heer heeft namelijk besloten ons anders te behandelen dan de andere volken: bij hen wacht hij rustig met straffen tot ze de maat van hun zonden vol hebben gemaakt, [15] maar ons straft hij al voordat we dat punt bereikt hebben. [16] Ons ontzegt hij dus nooit zijn barmhartigheid; hij laat zijn volk nooit alleen, maar hij voedt ons op door ons met rampen te treffen. [17] Maar laten we, na dit in enkele woorden in herinnering te hebben gebracht, weer verder gaan met ons verhaal.
De marteldood van Eleazar [18] Eleazar, een van de belangrijkste schriftgeleerden, een man van hoge leeftijd met een voornaam uiterlijk, kreeg met geweld varkensvlees in zijn mond gestopt. [19] Hij spuwde het uit, zoals iedereen zou moeten doen die consequent weigert voedsel te eten waarvan men zelfs niet mag nemen wanneer zijn leven op het spel staat. Hij verkoos een eervolle dood boven een onrein leven en ging vrijwillig naar het schavot. [21] De mannen die erop moesten toezien dat hij het onreine vlees at, kenden hem nog van vroeger. Daarom namen ze hem apart en raadden hem in vertrouwen aan om vlees te halen dat hij wel mocht gebruiken, het zelf te bereiden en net te doen alsof hij het door de koning verordende offervlees at. [22] Als hij dat deed, zou hij gevrijwaard zijn van de doodstraf en vanwege zijn oude vriendschap met hen lankmoedig behandeld worden. [23] Maar Eleazar nam een nobel besluit, passend bij zijn hoge ouderdom en zijn eerbiedwaardige grijze haren en geheel in de lijn van zijn van jongs af aan onberispelijke gedrag, en vooral ook in overeenstemming met de heilige, goddelijke wetgeving. Hij verklaarde dat men hem maar meteen naar het dodenrijk moest sturen en zei: [24] ‘Het zou mijn leeftijd onwaardig zijn wanneer ik huichelde en bij de jongeren de veronderstelling zou wekken dat ik op mijn negentigste jaar nog uitheemse gebruiken had overgenomen. [25] Daarmee zou ik hen, omwille van het kleine beetje leven dat mij nog te wachten staat, op een dwaalspoor brengen en zelf een onreine smet op mijn ouderdom werpen. [26] Zelfs als ik voor het moment mijn menselijke straf zou ontlopen, zou ik nooit aan de greep van de Almachtige ontkomen, noch bij mijn leven, noch bij mijn dood. [27] Maar door nu met opgeheven hoofd het leven te verlaten, zal ik me mijn ouderdom waardig betonen [28] en de jongeren het edele voorbeeld stellen dat men omwille van de eerbiedwaardige, heilige voorschriften bereid moet zijn onverschrokken een nobele dood te sterven.’ Meteen na deze woorden betrad Eleazar het schavot. [29] Degenen die hem even tevoren nog zo welwillend tegemoet waren getreden, behandelden hem nu vijandig, omdat ze het waanzin vonden wat hij had gezegd. [30] Vlak voor hij onder de slagen bezweek, verzuchtte hij: ‘De Heer, die beschikt over heilig inzicht, weet dat ik, die de doodstraf had kunnen ontlopen, nu weliswaar zo gegeseld word dat mijn lichaam ondraaglijke pijnen lijdt, maar dat mijn geest dit alles uit ontzag voor hem blijmoedig ondergaat.’ [31] Zo stierf hij, en zijn dood was niet alleen voor de jongeren, maar voor bijna iedereen van ons volk een onvergetelijk voorbeeld van edelmoedigheid en deugd.
De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.
De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.