De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Wijsheid van Jezus Sirach
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 10
 
Over gezagsdragers
  [1] Een wijze rechter voedt zijn volk op
en voert een ordelijk beleid.
  [2] Zoals de regering van het volk is,
zo zijn ook zijn ambtenaren;
zoals de bestuurder van de stad is,
zo zijn ook al haar bewoners.
  [3] Een onbekwame koning richt zijn volk te gronde
en een stad wordt een bewoonbare plaats
door het verstand van haar bestuurders.
  [4] In de hand van de Heer
ligt de macht over de aarde
en op een juist tijdstip
stelt Hij de geschikte man over haar aan.
  [5] In de hand van de Heer
ligt het succes van de mens
en Hij verleent zijn pracht
aan het gezicht van de wetgever.

Hoogmoed
  [6] Wrok niet tegen je naaste,
wat voor onrecht hij ook heeft gedaan,
en zoek het nooit in eigenmachtige daden.
  [7] Hoogmoed wordt door de Heer en door de mensen gehaat
en voor beiden is onrecht een wanklank.
  [8] Door onrechtvaardigheden, slechte daden en hebzucht,
verplaatst de heerschappij zich van volk naar volk.*
 
  [9] Waarom is stof en as verwaand?
Al tijdens zijn leven zitten zijn ingewanden vol bederf.
  [10] Een onbeduidende ziekte: de dokter vindt het niet ernstig;
maar wie vandaag koning is, sterft morgen.
  [11] En als de mens sterft
worden maden, ongedierte en wormen zijn erfdeel.
 
  [12] Het begin van de hoogmoed bestaat hierin,
dat de mens de Heer verlaat
en dat zijn hart zich afwendt van zijn maker.
  [13] Want* het begin van de hoogmoed is de zonde;
wie zich in de zonde vastbijt
loopt over van afschuwelijkheid.
Daarom heeft de Heer hen overrompeld
met zijn bestraffingen
en heeft Hij hen totaal vernietigd.
  [14] Tronen van heersers heeft de Heer omvergeworpen
en in hun plaats heeft Hij de zachtmoedigen gezet.
  [15] De Heer heeft volken ontworteld
en in hun plaats de nederigen geplant.
  [16] De Heer heeft de woonplaatsen van volken verwoest
en vernietigd tot op de fundamenten in de aarde.
  [17] Hij heeft hen uit de mensenwereld weggerukt
en hen vernietigd,
en zelfs hun aandenken
heeft Hij van de aarde laten verdwijnen.
  [18] Hoogmoed hoort niet bij de mensen
en heftige woede niet bij de kinderen van vrouwen.

De ware eer
  [19] Wie worden geëerd, welke mensenkinderen?
Degenen die de Heer vrezen.
Wie blijven van eer verstoken, welke mensenkinderen?
Degenen die de geboden overtreden.
  [20] Wie de leider van zijn naasten is
wordt in hun midden geëerd.
Zij die de Heer vrezen
worden door Hem geëerd.*
  [22] De vreemdeling, de buitenlander en de bedelaar:
hun roem ligt in hun vrees voor de Heer.
  [23] Het is niet rechtvaardig
een vrome bedelaar zonder respect te benaderen
en het is onbehoorlijk
een zondaar te verheerlijken.
  [24] De vorst, de rechter en de machthebber staan hoog in aanzien
en toch is geen van hen groter
dan degene die de Heer vreest.
 
  [25] Een wijze slaaf wordt door vrije mannen gediend
en een verstandig man moppert daar niet over.
  [26] Kom niet met spitsvondigheden aan
als je je werk moet doen,
en pronk niet als je krap zit.
  [27] Iemand die werkt en ruimschoots van alles is voorzien,
is beter af dan iemand die maar pronkend rondwandelt
en gebrek heeft aan brood.
 
  [28] Mijn kind, wees bescheiden, maar behoud je zelfrespect
en schat jezelf op je echte waarde.
  [29] Als iemand zichzelf onrecht aandoet,
wie zal hem dan rechtvaardigen?
En wie zal iemand eren
die zichzelf geringschat?
  [30] Een arme wordt geëerd om zijn kennis
en een rijke wordt geëerd om zijn rijkdom.
  [31] Als je geëerd werd als arm mens,
hoeveel meer word je dan geëerd als je rijk wordt!
En degene die als rijke man geminacht werd
zal des te meer geminacht worden als arme!
Hoofdstuk 10
 
Gezagsdragers
  [1] Een wijze leider voedt zijn volk op,
een verstandig man voert een doordacht beleid.
  [2] Zoals de leider van een volk is, zo zijn ook zijn raadsheren,
zoals de bestuurder van een stad is, zo zijn ook haar inwoners.
  [3] Een slecht opgeleide koning richt zijn volk te gronde,
verstandige bestuurders maken een stad leefbaar.
  [4] De macht over de aarde is in de hand van de Heer,
wie geschikt is stelt hij op het juiste moment over haar aan.
  [5] De voorspoed van een mens is in de hand van de Heer,
hij verleent de wetgevers gezag.

Hoogmoed
  [6] Hoe groot ook het onrecht dat je is gedaan,
koester geen wrok tegen de ander,
neem niet het recht in eigen hand.
  [7] Hoogmoed is bij de Heer en de mensen gehaat,
voor beiden is onrecht een wanklank.
  [8] Door onrecht, gewelddadigheid en hebzucht
veroveren de volken elkaars heerschappij.
Niemand is wettelozer dan een geldwolf,
die biedt zelfs zijn eigen geest te koop aan.
  [9] Stof en as is de mens. Waarom is hij hoogmoedig?
Al bij zijn leven wordt zijn lichaam aangetast.*
 
  [10] Een slepende ziekte spot met de arts;
heden koning, morgen dood.
  [11] Wanneer de mens sterft
worden maden, ongedierte en wormen zijn deel.
  [12] Hoogmoed begint wanneer de mens de Heer verlaat,
zijn hart zich verwijdert van hem door wie hij gemaakt is.
 
  [13] Hoogmoed begint met zonde,
wie zich daarin verliest loopt over van gruwelijkheden.
Dan maakt de Heer zijn ellende buitensporig groot,
richt hij hem geheel en al te gronde.
  [14] Tronen van heersers heeft de Heer omvergeworpen,
zachtmoedigen heeft hij aangesteld in hun plaats.
  [15] Volken heeft de Heer ontworteld,
nederigen heeft hij in hun land geplant.
  [16] De woonplaatsen van volken heeft de Heer verwoest,
hij heeft ze met de grond gelijk gemaakt.
  [17] Hij heeft ze van de mensheid weggerukt en ze verwoest,
de herinnering eraan van de aardbodem weggevaagd.
  [18] De mens is niet geschapen om hoogmoedig te zijn,
wie uit een vrouw geboren is past geen hevige woede.

Eer
  [19] Welke schepselen worden geëerd?
De mensenkinderen.
Welke mensen worden geëerd?
Mensen die ontzag hebben voor de Heer.
Welke schepselen worden niet geëerd?
De mensenkinderen.
Welke mensen worden niet geëerd?
Mensen die de geboden niet in acht nemen.
  [20] Mensen eren hun leiders,
maar de Heer eert wie ontzag voor hem heeft.
  [21] Aanvaarding door de Heer begint met ontzag voor de Heer,
halsstarrigheid en hoogmoed zijn het begin van verwerping.
  [22] De vreemdeling, de buitenlander en de arme,
zij zoeken hun roem in ontzag voor de Heer.
  [23] Het is niet rechtvaardig een arm maar wijs mens te verachten,
het past niet een zondig mens te eren.
  [24] Een hooggeplaatste, een rechter en een machthebber worden geëerd,
maar geen van hen is groter dan wie ontzag heeft voor de Heer.
  [25] Een vrij mens moet een wijze slaaf dienen,
een verstandig mens mag daarover niet klagen.
  [26] Voel jezelf niet te wijs om te werken,
pronk niet met jezelf wanneer het je slecht gaat.
  [27] Beter dat je werkt en van alles voorzien bent
dan dat je pronkt met jezelf en niets te eten hebt.
  [28] Mijn kind, heb respect voor jezelf, maar met mate,
geef jezelf alleen de eer die je verdient.
  [29] Als iemand zondigt tegen zichzelf,
wie zal hem dan recht verschaffen?
Als iemand zijn eigen leven veracht,
wie zal hem dan eren?
  [30] Een arme wordt geëerd om zijn bekwaamheid,
een rijke om zijn rijkdom.
  [31] Wie als arme wordt geëerd,
wordt het als rijke nog meer.
Wie als rijke wordt geminacht,
wordt het als arme nog meer.



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013.
- Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties