De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Wijsheid van Jezus Sirach
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 12
 
Verstandige weldadigheid
  [1] Als je een goede daad verricht, weet dan voor wie,
en je zult dank krijgen voor je goedheid.
  [2] Een goede daad voor een vrome zal vergolden worden,
zo niet door de ander, dan door de Allerhoogste.
  [3] Degene die de zondaar goedheid geeft, zal het niet goed vergaan,
want hij heeft zeker geen gerechtigheid beoefend.
  [4] Geef aan een vrome en help de zondaar niet.
  [5] Geef goedheid aan degene die nederig is
en geef het niet aan de onvrome!
Geef hem geen wapen in de hand
waarmee hij jou de baas kan worden.
Want het kwaad dat jij zult ervaren
zal dubbel zo groot zijn
als al het goede dat je hem gegeven hebt.
  [6] Want ook de Allerhoogste verfoeit de zondaars
en Hij straft de onvromen.*
  [7] Geef aan een goed mens
en help de zondaar niet.

Hoed je voor je vijand
  [8] In goede tijden weet men niet wie zijn vriend is,
in slechte tijden blijft de vijand niet verborgen.
  [9] Als het goed gaat met iemand, dan hebben zijn vijanden hartzeer.
Als het slecht gaat met hem, dan verlaat ook zijn vriend hem.
  [10] Vertrouw je vijand niet, nooit van je leven,
want zoals koper groen wordt
zo komt bij hem de kwaadaardigheid tevoorschijn.
  [11] Ook als hij zich vernedert
en ineengedoken loopt,
moet jij je in acht nemen en voor hem oppassen.
Dan zul je zijn als iemand
die een spiegel* gepolijst heeft,
maar goed weet dat hij steeds weer dof wordt.
  [12] Laat hem niet naast je staan,
want hij brengt je ten val en hij neemt je plaats in.
Laat hem niet aan je rechterhand zitten,
want hij zal op jouw plaats uit zijn,
en je zult mijn waarschuwing te laat begrijpen
en dan diep getroffen zijn door mijn woorden.
 
  [13] Wie heeft er medelijden met een bezweerder
die door een slang gebeten wordt
en met al degenen
die te dicht bij wilde dieren komen?
  [14] Datzelfde geldt ook voor iemand
die met een zondaar omgaat
en een smet van zijn zonden meekrijgt.
  [15] Een tijdlang zal hij bij jou blijven,
maar als het misloopt met je, dan houdt hij geen stand.
 
  [16] De lippen van de vijand zijn honingzoet,
maar zijn hart is eropuit
om je in een kuil te laten tuimelen.
De ogen van je vijand staan vol tranen,
maar wanneer hij de kans krijgt,
is hij met geen bloed te verzadigen.
  [17] Treft jou een ongeluk,
dan vind je hem naast je, alsof hij je wil helpen,
maar hij komt om je de voet te lichten.
  [18] Dan schudt* hij zijn hoofd,
dan klapt hij in zijn handen
en onder veel gefluister
trekt hij een ander gezicht.
Hoofdstuk 12
 
Goeddoen
  [1] Als je goeddoet, weet dan aan wie,
dan krijg je dank voor je goede daden.
  [2] Doe je goed aan een vroom mens, dan word je beloond,
zo niet door hem, dan toch door de Allerhoogste.
  [3] Wie volhardt in het kwaad zal het niet goed gaan,
wie geen aalmoezen geeft evenmin.
  [4] Geef aan vrome mensen, help geen zondaars.
  [5] Doe goed aan wie bescheiden is, geef niet aan een goddeloze,
voed hem niet, anders krijgt hij macht over je.
Al het goede dat je voor hem doet, krijg je als kwaad dubbel terug.
  [6] Want ook de Allerhoogste haat zondaars,
de goddelozen straft hij,
hij houdt hen in het oog tot de dag dat hij hen straft.
  [7] Geef aan een goed mens, help een zondaar niet.

Vertrouw je vijand niet
  [8] Als het je goed gaat weet je niet wie je vriend is,
als het je slecht gaat merk je wie je vijand is.
  [9] Als het je goed gaat ergert je vijand zich,
als het je slecht gaat houdt ook je vriend zich afzijdig.
  [10] Vertrouw je vijand niet, nooit van je leven,
zoals koper groen uitslaat, zo komt zijn kwaadaardigheid te voorschijn.
  [11] Zelfs als hij nederig doet en voor je buigt,
moet je op je hoede zijn en voor hem oppassen.
Dan ben je voor hem als iemand die een spiegel polijst
en weet dat hij weer dof wordt.*
  [12] Duld hem niet naast je,
anders verdringt hij je van je plaats.
Laat hem niet zitten aan je rechterhand,
anders neemt hij je plaats in.
Als je mijn waarschuwing te laat begrijpt,
zal dat je uiteindelijk berouwen.
  [13] Wie heeft medelijden met een slangenbezweerder die gebeten wordt,
of met wie zich te dicht bij wilde dieren waagt,
 
  [14] of met iemand die met een zondaar omgaat
en in diens zonden verstrikt raakt?
  [15] Hij blijft korte tijd bij je,
maar als het je slecht gaat laat hij je in de steek.
  [16] Een vijand smeert je honing om de mond,
maar in zijn hart graaft hij een valkuil voor je.
Een vijand huilt tranen met tuiten,
maar als hij de kans krijgt drinkt hij je bloed.
 
  [17] Als onheil op je weg komt, staat hij naast je
en doet of hij je helpt, maar hij laat je struikelen.
  [18] Dan schudt hij meewarig zijn hoofd en wrijft zich in de handen,
roddelt over je en toont zijn ware gezicht.



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013.
- Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties