Hoor ze zingen bij de drinkplaatsen,
ze juichen daar om de weldaden van de heer,
de werken van Hem die in Israël heerst.
Toen is het volk van de heer naar de poorten gekomen:
De leiders uit Efraïm daalden af naar de vlakte,
uw broeder Benjamin* voegde zich bij uw troepen.
Ook de leiders van Makir kwamen
en zij die de scepter dragen in Zebulon.
Gilead* blijft aan de overzijde van de Jordaan
en waarom zit Dan* bij zijn schepen?
Aser blijft aan de kust van de zee
en gaat niet weg van zijn havens.
Haar linkerhand greep een tentpin,
haar rechter een timmermanshamer.
Zo sloeg zij Sisera, verbrijzelde zijn hoofd,
zijn verpletterde slapen doorborend.
Aan haar voeten bezweek hij,
hij viel neer en bleef liggen.
Aan haar voeten bezweek hij en viel neer.
Waar hij bezweken was daar viel hij neer, overweldigd.
‘Zij hebben een buit bemachtigd en delen die nu:
een, twee vrouwen voor elke soldaat;
kleurige stoffen zijn Sisera’s buit,
bonte stoffen zijn deel;
een, twee geborduurde doeken voor de hals van de overwinnaar.’
overstem met je verhalen het geklets bij de bronnen
en laat ieder bij het drenken zingen van de HEER die overwon,
van de overwinning door zijn aanvoerders voor Israël behaald.
Daar trok het volk van de HEER ten strijde, voorwaarts vanuit de steden.
Uit Efraïm kwamen zij die in Amalek wonen
en voegden zich bij jou en je verwanten, Benjamin.
Uit Machir kwamen aanvoerders, uit Zebulon de leiders van het leger.
Uit Issachar sloten de vorsten* zich bij Debora aan.
Na Issachar kwam Barak; hij ging het volk voor in de vlakte.
Maar de stam Ruben bleef steeds maar overleggen.
Daar kwamen de koningen, de stadsvorsten van Kanaän.
Zij streden bij Taänach, bij Megiddo, aan de oever van de stroom,
maar er viel voor hen geen zilver buit te maken.
Vervloekt zij Meroz, dat de HEER geen hulp bood,
vervloekt! – zo spreekt de engel van de HEER –,
vervloekt zijn inwoners, zij sloten zich niet bij de helden aan.
Aan haar voeten viel hij neer, bezweek hij en bleef liggen.
Aan haar voeten bezweek hij, daar viel hij neer.
Waar hij bezweek, daar bleef hij liggen, verpletterend verslagen.
“Wellicht zijn ze nog bezig om hun schatten te verdelen:
elke man een meisje, of misschien wel twee.
En voor Sisera gekleurde stoffen met borduursel,
stoffen met borduursel waarmee hij zijn schatjes tooit.”
[31]HEER, laat zo al uw vijanden ten onder gaan,
en maak wie u liefhebben onstuitbaar als de opgaande zon.’
Veertig jaar had het land rust.
De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.
De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.