Timoteüs’ bezoek aan de Tessalonicenzen [17] Broeders en zusters, wij waren een tijd lang van u verweesd, maar niet van uw liefde. Wij hebben grote moeite gedaan om u weer te zien; zo vurig was ons verlangen. [18] Daarom maakten wij plannen om u te bezoeken; ikzelf, Paulus, zelfs tot tweemaal toe, maar de satan heeft het ons belet. [19] Wie anders is onze hoop of onze vreugde of de zegekrans waarop we ons kunnen beroemen, wanneer wij staan voor onze Heer Jezus bij zijn komst*, wie anders dan u? [20] Ja, u bent onze roem en onze vreugde.
Hoofdstuk 3 [1] Ten slotte hielden wij het niet langer uit. Wij besloten alleen in Athene achter te blijven [2] en Timoteüs, onze broeder en Gods medewerker* bij de prediking van Christus’ evangelie, naar u toe te sturen, om u in uw geloof te sterken en te bemoedigen, [3] zodat niemand van u zich door de onderdrukking van dit moment laat verontrusten. Want u weet zelf dat een dergelijk lot voor ons bestemd is. [4] Toen wij bij u waren, hebben wij u al voorspeld dat ons onderdrukking te wachten stond; en dat is ook uitgekomen, u weet ervan! [5] Daarom ook heb ik hem, toen ik het niet langer kon uithouden, naar u toegestuurd om mij te vergewissen van uw geloof, of de verleider* u misschien had overgehaald en onze moeite voor niets was geweest. [6] Zojuist is Timoteüs hier aangekomen: hij heeft ons goed nieuws gebracht over uw geloof en uw liefde, en dat u nog altijd een goede herinnering aan ons bewaart en even vurig verlangt ons weer te zien als wij u. [7] Daarom zijn wij nu, broeders en zusters, bij al onze nood en onderdrukking met troost vervuld door uw geloof. [8] Wij leven weer op, nu blijkt dat u standhoudt in de Heer. [9] Hoe kunnen wij God genoeg danken voor u, voor alle vreugde die u ons bezorgt ten overstaan van onze God? [10] Dag en nacht bidden wij vurig dat wij u mogen weerzien en mogen aanvullen wat aan uw geloof nog ontbreekt. [11] Mogen God zelf, onze Vader, en onze Heer Jezus onze weg bij u laten uitkomen. [12] En moge de Heer uw liefde voor elkaar en voor allen steeds groter maken, even groot als onze liefde voor u. [13] Laat Hij uw hart sterken, zodat u onberispelijk en heilig bent ten overstaan van God onze Vader, bij de komst van onze Heer Jezus met al zijn heiligen*. Amen.
[17] Broeders en zusters, nu wij voor korte tijd van u gescheiden zijn bent u weliswaar uit het oog, maar daarom nog niet uit het hart, en omdat we zo naar u verlangden hebben we ons alle moeite gegeven u te zien. [18] We stonden dan ook meer dan eens op het punt naar u toe te komen – ik, Paulus, niet in de laatste plaats –, maar Satan heeft het ons belet. [19] Want wie is onze hoop en vreugde? Wie is onze erekrans wanneer we voor Jezus, onze Heer, staan bij zijn komst? Wie anders dan u? [20] Ja, u bent onze eer en vreugde.
Hoofdstuk 3 [1] Omdat we het niet langer uithielden, besloten we Timoteüs naar u toe te sturen, onze broeder en Gods medewerker in de verkondiging van het evangelie van Christus. Zelf bleven we in Athene achter. Timoteüs moest u sterken en aanmoedigen in uw geloof, [3] zodat u zich niet uit het veld zou laten slaan door de tegenspoed die u ondervindt. U weet tenslotte zelf dat wij die moeten ondergaan. [4] Toen we bij u waren, hebben we u al gezegd dat ons tegenspoed te wachten stond; die is dan ook gekomen, zoals u ondervonden hebt. [5] Ik heb Timoteüs dus gestuurd omdat ik het niet langer kon uithouden. Ik wilde weten of uw geloof standhield, want ik was bang dat de verleider u had verleid en onze inspanningen voor niets waren geweest. [6] Maar nu is Timoteüs teruggekomen met het goede bericht over uw geloof en liefde. Hij heeft ons bovendien verteld hoezeer u ons altijd als voorbeeld neemt en hoe u er even vurig naar verlangt ons te zien als wij u. [7] Daardoor, broeders en zusters, zijn we over u gerustgesteld. In al onze nood en ellende voelen we ons gesterkt door uw geloof, [8] want nu opnieuw blijkt dat de Heer uw fundament is, leven we weer op. [9] Kunnen we God ooit genoeg voor u danken? Kunnen we hem ooit genoeg danken voor de vreugde die hij ons met u geschonken heeft? [10] Wij bidden dag en nacht met volle overgave dat we u weer zullen zien en kunnen aanvullen wat er nog aan uw geloof ontbreekt. [11] Mogen God, onze Vader, en onze Heer Jezus ons pad naar u leiden. [12] Moge de Heer uw liefde voor elkaar en ieder ander groter maken, zodat uw liefde even overvloedig wordt als onze liefde voor u. [13] Moge de Heer u door die liefde kracht geven, zodat u zuiver en heilig voor onze God en Vader zult staan wanneer onze Heer Jezus komt met al zijn engelen. Amen.
De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.
De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.