De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Het tweede boek Samuël
WB 
  NBV 
 


David verovert Jeruzalem
     [6] De koning trok met zijn mannen naar Jeruzalem, naar de Jebusieten, de bewoners van de streek. Die riepen David toe: ‘Hier komt u niet binnen! Blinden en kreupelen houden u tegen.’ Ze bedoelden: ‘David komt hier nooit binnen.’ [7] Toch veroverde* David de vesting Sion, zij werd de Davidsstad. [8] David zei: ‘Wie* de Jebusieten wil verslaan moet door de watertunnel bij die gehate blinden en kreupelen zien te komen.’ Daarom zegt men: ‘Blinden en kreupelen komen het huis niet binnen.’
     [9] David nam zijn intrek in de vesting en noemde haar Davidsstad. Naast de vesting liet David overal bouwen, van het Millo tot zijn eigen paleis. [10] En de macht van David nam steeds meer toe: de heer*, de God van de machten, stond hem bij.
     [11] Chiram, de koning van Tyrus, stuurde gezanten* naar David, met cederhout en met timmerlieden en steenhouwers die voor hem het paleis bouwden. [12] Toen zag David duidelijk dat de heer hem tot koning van Israël had aangesteld, en dat Hij aan zijn koningschap veel aanzien gaf, omwille van Israël, zijn volk.
     [13] Na zijn vertrek uit Hebron nam David nog andere vrouwen en bijvrouwen uit Jeruzalem en hij kreeg nog meer zonen en dochters. [14] Dit zijn de namen van de kinderen die hij in Jeruzalem kreeg: Sammua, Sobab, Natan, Salomo, [15] Jibchar, Elisua, Nefeg, Jafia, [16] Elisama, Eljada en Elifelet.


De inname van Jeruzalem
     [6] De koning en zijn mannen trokken op naar Jeruzalem, waar de Jebusieten woonden. De Jebusieten zeiden tegen David: ‘U komt er niet in! Sterker nog: de lammen en de blinden zullen u verjagen! David komt er niet in!’ [7] Toch veroverde David de bergvesting van Sion, de huidige Davidsburcht, [8] en hij verklaarde: ‘Wie de Jebusiet wil verslaan, hoeft slechts de watertoevoer af te snijden. En wat de lammen en de blinden betreft, die veracht ik uit de grond van mijn hart.’ Daarom zegt men: Lammen en blinden, die komen het huis niet in.
     [9] David ging in de bergvesting wonen en noemde deze de Davidsburcht. Hij liet een muur bouwen die liep van het Millobolwerk tot aan het paleis. [10] In de loop der tijd werd David steeds machtiger, want de HEER, de God van de hemelse machten, stond hem ter zijde. [11] Koning Chiram van Tyrus stuurde afgezanten naar David en leverde hem cederhout en timmerlieden en steenhouwers voor de bouw van het paleis. [12] David besefte dat de HEER hem als vorst over had Israël aangesteld, en hem ten behoeve van Israël, zijn volk, tot een machtig koning had gemaakt.
     [13] Na zijn komst uit Hebron nam David nog meer vrouwen en bijvrouwen, afkomstig uit Jeruzalem, en kreeg hij nog meer zonen en dochters. [14] Dit zijn de namen van de zonen die in Jeruzalem geboren werden: Sammua, Sobab, Natan en Salomo, [15] Jibchar, Elisua, Nefeg en Jafia, [16] en Elisama, Eljada en Elifelet.



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013.
- Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties