De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Het tweede boek Samuël
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 6
De ark naar Jeruzalem
[1] Opnieuw riep David alle weerbare mannen van Israël samen, dertigduizend in getal, [2] en vergezeld van alle burgers van Juda ging hij op weg om* de ark van God te halen, de ark die de naam* draagt, de naam van de heer van de machten die op de kerubs troont. [3] Ze laadden de ark van God op een nieuwe wagen en haalden die uit het huis van Abinadab dat op een heuvel stond. Uzza en Achio, de zonen van Abinadab, begeleidden de wagen [4] met de ark van God; Achio liep voor de ark. [5] David en alle Israëlieten dansten voor de heer uit en speelden op allerlei instrumenten, op citers, harpen, tamboerijnen, ratels en cimbalen.
     [6] Maar toen ze bij de dorsvloer van Nakon kwamen, en de runderen daar op hol dreigden te slaan, stak Uzza zijn hand uit naar de ark van God en hield haar vast. [7] Toen ontbrandde de woede van de heer tegen Uzza; op de plaats zelf strafte God hem voor zijn vergrijp* en hij viel dood neer, naast de ark van God. [8] David was diep geschokt door de slag waarmee de heer Uzza had getroffen. Daarom heet de plaats tot op de dag van vandaag Peres-Uzza. [9] David werd daardoor zo bang voor de heer dat hij dacht: ‘Hoe zal de ark van de heer ooit bij mij komen?’ [10] Daarom zag David ervan af om de ark van de heer bij zich in de Davidsstad te halen; hij liet haar onderbrengen in het huis van Obed-Edom de Gatiet.
     [11] Drie maanden lang stond de ark van de heer in het huis van Obed-Edom de Gatiet, en de heer zegende Obed-Edom en heel zijn familie. [12] Maar toen David hoorde dat de heer de familie van Obed-Edom en heel zijn bezit gezegend had, omdat de ark van God daar stond, ging hij erheen en bracht de ark van God uit het huis van Obed-Edom vol vreugde naar de Davidsstad over. [13] Nadat de dragers van de ark zes stappen gezet hadden, offerde David een gemeste stier. [14] Onderweg danste hij geestdriftig voor de heer uit, slechts gekleed in een linnen efod*.
     [15] Zo brachten David en alle Israëlieten onder gejuich en bazuingeschal de ark van de heer over. [16] Bij de aankomst van de ark van de heer in de Davidsstad keek Mikal, de dochter van Saul, door het venster toe. Toen zij koning David zag dansen en springen voor de heer, begon ze hem te minachten.
     [17] De ark van de heer werd de stad binnengedragen en op haar plaats gebracht, midden in de tent die David voor haar had opgezet. Daarna droeg David brand- en slachtoffers op aan de heer. [18] Na het opdragen van de brand-* en slachtoffers zegende hij het volk met de naam van de heer van de machten. [19] Aan alle aanwezigen, aan alle Israëlieten die daar bijeen waren, mannen en vrouwen, liet hij een plat brood, een klomp dadels en een rozijnenkoek uitdelen. Daarna ging iedereen naar huis.
     [20] Toen David thuiskwam en zijn familie begroette, liep Mikal, de dochter van Saul, naar hem toe en zei: ‘De koning van Israël heeft zich vandaag bepaald onderscheiden: als de eerste de beste landloper heeft hij zich onder de ogen van zijn slavinnen uitgekleed!’ [21] Maar David antwoordde: ‘Ik heb gedanst ter ere van de heer! Hij heeft mij uitverkoren boven jouw vader en heel zijn huis; Hij heeft mij aangesteld tot vorst over Israël, het volk van de heer. [22] Ik ben bereid mij nog dieper voor Hem te vernederen en in mijn eigen achting te dalen. Maar bij de slavinnen, over wie je het had, sta ik hoog in aanzien.’ [23] En Mikal, de dochter van Saul, kreeg geen kinderen; tot haar dood bleef ze kinderloos.
Hoofdstuk 6
De ark van God overgebracht naar Jeruzalem
[1] Weer riep David alle weerbare mannen van Israël bijeen; het waren er dertigduizend. [2] Hij ging met zijn gevolg op weg om de ark van God op te halen uit Baäla in Juda,* de ark waaraan een bijzondere naam verbonden is: die van de HEER van de hemelse machten, die op de cherubs troont. [3] Ze haalden de ark van God uit het huis van Abinadab, dat op een heuvel ligt, en laadden hem op een nieuwe wagen. Abinadabs zonen Uzza en Achio leidden de wagen; Achio liep voor de ark uit.* [5] David en de Israëlieten speelden voor de HEER op allerlei muziekinstrumenten van hout en op lieren en harpen, op tamboerijnen, rinkelbellen en cimbalen. [6] Toen ze langs de plek kwamen waar Nachon zijn graan dorste, gingen de ossen daar op af. Uzza stak zijn hand uit en greep de ark van God vast. [7] De HEER ontstak in woede tegen Uzza en strafte hem ter plekke voor zijn onachtzaamheid, zodat hij op slag dood was. [8] David werd kwaad omdat de HEER Uzza had doorkliefd. Hij noemde die plaats Peres-Uzza,* en zo heet het daar tot op de dag van vandaag. [9] Toen werd David bang voor de HEER en hij vroeg zich af: Hoe kan de ark van de HEER ooit bij mij in Jeruzalem komen? [10] Hij durfde de ark niet meer terug te leiden op de weg naar de Davidsburcht, en liet de wagen afslaan naar het huis van Obed-Edom, een Gatiet. [11] De ark van de HEER bleef drie maanden in het huis van Obed-Edom, en de HEER zegende Obed-Edom en zijn hele huishouden.
     [12] Toen koning David hoorde dat de HEER Obed-Edom en zijn familie en bezittingen had gezegend vanwege de aanwezigheid van de ark van God, ging hij naar het huis van Obed-Edom om de ark feestelijk in te halen in de Davidsburcht. [13] Telkens als de dragers van de ark van de HEER zes passen gedaan hadden, offerde hij een stier en een vetgemeste koe. [14] Vol overgave danste hij voor de HEER, slechts gekleed in een linnen priesterhemd. [15] Onder gejuich en stoten op de ramshoorn brachten David en de Israëlieten de ark van de HEER de berg op. [16] Toen de ark de Davidsburcht werd binnengedragen, stond Michal, de dochter van Saul, al op de uitkijk bij haar venster. Ze zag koning David dansen en springen voor de HEER, en haar hart vulde zich met minachting. [17] De ark van de HEER werd neergezet in de tent die David ervoor had opgericht, en David bracht de HEER brandoffers en vredeoffers. [18] Na afloop daarvan zegende hij het volk in de naam van de HEER van de hemelse machten. [19] Aan heel het volk, aan alle aanwezige Israëlieten, zowel de mannen als de vrouwen, liet hij brood, gedroogde dadels en rozijnen uitdelen. Daarna ging iedereen naar huis. [20] Ook David ging naar huis, om zijn familie en bedienden te zegenen. Michal kwam hem tegemoet en zei: ‘De koning van Israël heeft zich vandaag wel bijzonder waardig gedragen! Als de eerste de beste dwaas heeft hij zich voor de ogen van zijn slavinnen en onderdanen ontbloot!’ [21] David antwoordde: ‘Dat deed ik voor de HEER, die mij heeft aangesteld als vorst over het volk van de HEER, over Israël, en mij zo heeft verkozen boven jouw vader en heel zijn familie; voor de HEER danste ik! [22] En al zou ik me nog erger vernederen, al zou ik me zelfs in mijn eigen ogen verlagen, dan nog zou ik in aanzien staan bij de slavinnen over wie je spreekt.’ [23] Michal, de dochter van Saul, zou kinderloos blijven tot op de dag van haar dood.



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013.
- Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties