![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||
Maandag in week 2 door het jaar1 Samuël 15,16-23
Uit het eerste boek Samuël
In die dagen zei Samuël tot Saul:
“Ik zal u verkondigen wat de HEER mij deze nacht gezegd heeft.” Saul antwoordde: “Spreek.” Samuël zei: “Gij kunt uzelf wel onbelangrijk achten, maar toch zijt gij het hoofd van de stammen van Israël, want de HEER heeft u tot koning over Israël gezalfd. De HEER heeft u uitgezonden met de opdracht: Trek op tegen de Amalekieten, voltrek de ban aan die zondaars en strijd tegen hen tot gij ze hebt uitgeroeid. Waarom hebt gij dan niet naar de HEER geluisterd, maar u op de buit geworpen en gedaan wat de HEER mishaagt?” Toen zei Saul tot Samuël: “Maar ik heb toch naar de HEER geluisterd en ik ben toch gegaan waar de HEER mij zond; ik heb Agag, de koning van Amalek, meegebracht en aan de Amalekieten de ban voltrokken. Het volk heeft uit de buit schapen en runderen genomen, het beste van wat onder de banvloek lag, om in Gilgal offers te brengen aan de HEER uw God.” Maar Samuël sprak: “Zouden brand- en slachtoffers de HEER even lief zijn als gehoorzaamheid aan zijn woord? Nee, gehoorzamen is beter dan offers, volgzaamheid meer waard dan het vet van bokken. Weerspannigheid staat gelijk met de zonde van toverij, ongezeglijkheid met afgodendienst. Omdat u het woord van de HEER verworpen hebt, heeft de HEER u verworpen en zult gij geen koning meer zijn.” Marcus 2,18-22
Toen de leerlingen van Johannes en de Farizeeën
|
|
||||||||||||||||||||||||
|
- Disclaimer - Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013. - Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties | |||||||||||||||||||||||||