![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||
Woensdag in week 2 door het jaar1 Samuël 17,32-33.37.40-51
Uit het eerste boek Samuël
In die dagen
werd David bij Saul gebracht, en hij zei: “Laat niemand de moed verliezen vanwege die Filistijn; uw dienaar zal met hem gaan vechten.” Saul zei tot David: “Jij kunt toch niet met die Filistijn gaan vechten! Je bent nog maar een knaap en hij is een vechtersbaas, vanaf zijn jonge jaren.” Maar David zei: “De HEER, die mij gered heeft uit de klauwen van leeuwen en beren, Hij zal mij ook redden uit de handen van die Filistijn.” Daarop zei Saul tot David: “Ga dan, en moge de HEER met je zijn.” David nam een stok in de hand,
Marcus 3,1-6
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
In die tijd ging Jezus naar de synagoge,
waar een man aanwezig was met een verschrompelde hand. De Farizeeën hielden Jezus in het oog om te zien of Hij die man op sabbat zou genezen, met de bedoeling Hem daarvan te beschuldigen. Jezus zei nu tot de man met de verschrompelde hand: “Kom in het midden staan.” Daarop stelde Hij hun de vraag: “Is het niet eerder geoorloofd op sabbat goed te doen dan kwaad, iemand te redden dan te doden?” Maar zij zwegen. Toen liet Hij toornig, maar tegelijkertijd bedroefd om de verstoktheid van hun hart, zijn blik rondgaan en zei tot de man: “Steek uw hand uit.” Hij stak zijn hand uit en deze was weer gezond. De Farizeeën gingen naar buiten en aanstonds smeedden zij met de Herodianen plannen om Jezus uit de weg te ruimen. |
|
||||||||||||||||||||||||
|
- Disclaimer - Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013. - Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties | |||||||||||||||||||||||||