![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||
H. Jozef, bruidegom van de H. Maagd Maria2 Samuël 7,4-45.12-14a.16
Uit het tweede boek Samuël
In die dagen
werd het woord van de HEER gericht tot de profeet Natan: "Zeg aan mij dienaar David: Zo spreekt de HEER: Als uw dagen voleind zijn en gij bij uw vaderen rust, zal Ik de nazaat die gij verwekt, hoog verheffen en zijn koninklijke macht in stand houden. Hij zal een huis bouwen ter ere van mijn naam en Ik zal zijn koninklijke troon voor altijd in stand houden. Ik zal hem tot vader zijn en hij zal mijn zoon zijn. Zo zal uw huis en uw koninklijke macht altijd stand houden; uw troon staat voor eeuwig." Romeinen 4,13.16-18.22
Broeders en zusters, De belofte aan Abraham en zijn nakomelingen
Matteüs 1,16.18-21.24a
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
Jakob was de vader van Jozef, de man van Maria,
en uit haar werd Jezus geboren, die Christus wordt genoemd. De geboorte van Jezus Christus vond plaats op deze wijze: Toen zijn moeder Maria verloofd was met Jozef bleek zij, voordat ze gingen samenwonen, zwanger van de heilige Geest. Omdat Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, dacht hij er over in stilte van haar te scheiden. Terwijl hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer die tot hem sprak: "Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; het kind in haar schoot is van de heilige Geest. Zij zal een zoon ter wereld brengen die gij Jezus moet noemen, want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden." Ontwaakt uit de slaap deed Jozef zoals de engel van de Heer hem bevolen had. (of: Lucas 2,41-51a) Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
De ouders van Jezus reisden ieder jaar
bij gelegenheid van het paasfeest naar Jeruzalem. En overeenkomstig het gebruik bij dit feest gingen zij opnieuw daarheen toen Hij twaalf jaar geworden was. Maar na afloop van die dagen bleef het kind Jezus, terwijl zij terugkeerden, in Jeruzalem achter zonder dat zijn ouders het wisten. In de mening dat Hij zich bij de karavaan bevond, gingen zij een dagreis ver en zochten Hem onder familieleden en bekenden. Omdat zij Hem niet vonden keerden zij al zoekende naar Jeruzalem terug. Pas na drie dagen vonden zij hem in de tempel, waar Hij te midden van de leraren zat naar wie Hij luisterde en aan wie Hij vragen stelde. Allen die Hem hoorden, waren verbaasd over zijn begrip en zijn antwoorden. Toen zij Hem daar opmerkten, stonden zij verslagen. Zijn moeder zei tot Hem: "Kind, waarom hebt Ge ons dit aangedaan? Denk toch eens met wat een pijn uw vader en ik naar U hebben gezocht." Maar Hij antwoordde: "Wat hebt ge toch naar Mij gezocht? Wist ge dan niet dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?" Zij begrepen echter niet wat Hij daarmee bedoelde. Hij ging met hen mee naar Nazaret en was hun onderdanig. |
|
||||||||||||||||||||||||
|
- Disclaimer - Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013. - Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties | |||||||||||||||||||||||||