De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Lectionarium
 
<< >>
zomadiwodovrza
1234567
891011121314
15161718192021
22232425262728
293012345

Dinsdag in de Goede Week

Jesaja 49,1-6

Uit de profeet Jesaja

Gij eilanden, luistert naar mij!
Spitst uw oren, verre volken!
Van de moederschoot af heeft de HEER mij geroepen,
mijn naam heeft Hij al genoemd van de moederschoot af.
Hij heeft van mijn mond een scherpsnijdend zwaard gemaakt
en mij beschut met de schaduw van zijn hand.
Hij heeft van mij een spitse pijl gemaakt
en mij in zijn koker geborgen.
Hij heeft gezegd:
“Mijn dienaar zijt gij,
Israël, door wie Ik mijn glorie ga vinden.”
Maar ik zei:
“Vruchteloos heb ik gezwoegd,
mijn kracht verging in leegte en wind,
maar toch behartigt de HEER mijn recht,
en komt mijn beloning van God.”
Thans echter heeft de HEER gesproken,
die mij van de moederschoot af tot zijn dienaar gevormd heeft
om Jakob terug te brengen naar Hem
en Israël van de ondergang te redden.
Ik sta bij de HEER in ere
en mijn God is mijn sterkte.
Hij heeft mij gezegd:
“Gij zijt niet alleen mijn dienaar
om Jakobs stammen op te richten
en de gespaarden van Israël terug te brengen.
Ik maak u nu ook tot een licht voor de heidenen
zodat mijn heil tot de grenzen der aarde zal gaan.”

Johannes 13,21-33.36-38

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd, toen Jezus met zijn leerlingen aan tafel aanlag,
werd Hij ontroerd en bevestigde:
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
een van u zal Mij overleveren.”
De leerlingen keken elkaar aan,
in het onzekere wie Hij bedoelde.
Een van de leerlingen,
degene die door Jezus bemind werd,
lag dicht tegen Jezus aan.
Simon Petrus gaf hem een teken en vroeg hem:
“Wie bedoelt Hij?”
Toen leunde deze tegen Jezus’ borst en zei:
“Heer, wie is het?”
Jezus antwoordde:
“Hij is het
aan wie Ik het stuk brood zal geven dat Ik ga indopen.”
Na het stuk brood te hebben ingedoopt,
reikte Hij het toe aan Judas Iskariot.
En toen Judas dit had aangenomen
voer de satan in hem.
Jezus zei hem:
“Wat gij te doen hebt
doe dat spoedig.”
Maar niemand van de aanliggenden
begreep waarom Hij dit tot hem zei.
Omdat Judas de beurs hield,
meenden sommigen dat Jezus hem opdroeg:
Koop wat wij voor het feest nodig hebben,
of dat hij iets aan de armen moest geven.
Toen hij het stuk brood had aangenomen,
ging hij terstond weg.
Het was nacht.

Na zijn vertrek zei Jezus:
“Nu is de Mensenzoon verheerlijkt
en God is verheerlijkt in Hem.
Als God in Hem verheerlijkt is
zal God ook Hem in zichzelf verheerlijken,
ja, Hij zal Hem spoedig verheerlijken.
Kindertjes, nog maar kort zal Ik bij u zijn.
Gij zult Mij zoeken, en zoals Ik tot de Joden gezegd heb:
Waar Ik heen ga kunt gij niet komen,
zo zeg Ik het thans tot u.”
Simon Petrus zei tot Hem:
“Heer, waar gaat Gij naar toe?”
Jezus gaf hem ten antwoord:
“Waar Ik heenga kunt gij Mij nu niet volgen,
later wel.”
Petrus vroeg Hem:
“Heer, waarom kan ik U niet terstond volgen?
Mijn leven zal ik voor U geven.”
Jezus antwoordde:
“Uw leven zult gij voor Mij geven?
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
nog eer de haan kraait
zult gij Mij driemaal verloochend hebben.”


De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013.
- Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties