![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||
H. Thomas, apostelEfeziërs 2,19-22
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Efeziërs
Broeders en zusters,
Gij zijt geen vreemdelingen en ontheemden meer
Johannes 20,24-29
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
Thomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd
was niet bij de leerlingen toen Jezus kwam. De anderen vertelden hem: "Wij hebben de Heer gezien." Maar Hij antwooordde: "Als ik niet in zijn handen de tekenen van de nagelen zie, en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken, en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik het niet geloven." Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Thomas er bij. Hoewel de deuren gesloten waren kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: "Vrede zij u." Vervolgens zei Hij tot Thomas: "Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig." Toen riep Thomas uit: "Mijn Heer en mijn God!" Toen zei Jezus tot hem: "Omdat ge Mij gezien hebt gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben." |
|
||||||||||||||||||||||||
|
- Disclaimer - Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013. - Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties | |||||||||||||||||||||||||