![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||
Vrijdag in week 17 door het jaarJeremia 26,1-9
Uit de profeet Jeremia
In het begin van de regering van Jójakim,
zoon van Josía, koning van Juda, kwam dit woord van de HEER tot Jeremia: “Dit zegt de HEER: Ga naar de tempel van de HEER en zeg in de voorhof tot hen die uit de steden van Juda naar de tempel komen om de HEER te aanbidden, alles wat Ik u opdraag, zonder één woord weg te laten. Misschien luisteren zij en komen ze tot inkeer, zodat Ik spijt krijg over de rampen die Ik tegen hen om hun zondig leven beraamde. Zeg daarom tot hen: Dit zegt de HEER: Als ge niet naar Mij luistert en niet leeft volgens de wet die Ik u heb gegeven, als ge niet luistert naar mijn dienaars, de profeten, die Ik telkens weer, maar vergeefs, naar u zond, dan doe Ik met dit huis hetzelfde als Ik met Silo gedaan heb, en maak Ik deze stad tot een vloek bij alle volken op aarde.” De priesters, de profeten en alle aanwezigen
Matteüs 13,54-58
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd begaf Jezus zich naar zijn vaderstad
en onderwees hen in hun synagoge, zodat ze verbaasd zeiden: “Waar heeft Hij die wijsheid vandaan en de macht om wonderen te doen? Is Hij niet de zoon van de timmerman? Heet zijn moeder niet Maria en zijn broeders Jakobus, Jozef, Simon en Judas? Wonen zijn zusters niet allen bij ons? Waar heeft Hij dat alles vandaan?” En zij namen er aanstoot aan. Maar Jezus sprak tot hen: “Een profeet wordt overal geëerd behalve in zijn eigen stad en in zijn eigen kring.” En wegens hun ongeloof deed Hij daar niet veel wonderen. |
|
||||||||||||||||||||||||
|
- Disclaimer - Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013. - Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties | |||||||||||||||||||||||||