De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Het evangelie volgens Lucas
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 1
[1] Velen * hebben zich er al toe gezet het verhaal te doen van wat zich bij ons heeft voltrokken, [2] aan de hand van de overlevering van de oorspronkelijke ooggetuigen die dienaar van het woord zijn geworden. [3] Nu heb ook ik besloten alles van voren af aan nauwkeurig na te gaan en voor u, geachte Teofilus, ordelijk op schrift te stellen, [4] zodat u zich kunt overtuigen van de betrouwbaarheid van de berichten die u hebt ontvangen.

Aankondiging van de geboorte van Johannes
     [5] In de dagen van Herodes, de koning van Judea*, was er een priester, Zacharias genaamd, die behoorde tot de afdeling* Abia. Ook zijn vrouw stamde af van Aäron, en haar naam was Elisabet. [6] Beiden waren rechtvaardig in Gods ogen en leidden een onberispelijk leven, geheel volgens de geboden en voorschriften van de Heer. [7] Zij hadden geen kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar, en beiden waren ze al op jaren.
     [8] Eens, toen Zacharias met zijn afdeling aan de beurt was om als priester dienst te doen voor Gods aangezicht, [9] werd hij, volgens priesterlijk gebruik, door loting aangewezen om het heiligdom van de Heer binnen te gaan en het reukoffer te brengen. [10] Tijdens het offer stond heel het volk buiten te bidden. [11] Toen verscheen hem een engel van de Heer, rechts van het offeraltaar. [12] Zacharias raakte in verwarring toen hij hem zag en werd door vrees overvallen. [13] Maar de engel zei tegen hem: ‘Schrik niet, Zacharias, want uw gebed is verhoord; uw vrouw Elisabet zal u een zoon baren, die u de naam Johannes moet geven. [14] Hij zal u vreugde en blijdschap brengen. Om zijn geboorte zullen zich velen verheugen, [15] want hij zal groot zijn in de ogen van de Heer. Wijn en sterke drank zal hij niet drinken, met heilige* Geest zal hij vervuld worden, al in de schoot van zijn moeder. [16] Vele Israëlieten zal hij bekeren tot de Heer hun God. [17] Hij zal voor Hem uit gaan in de geest en de kracht van Elia, om het hart van de vaders te keren naar de kinderen, en ongehoorzamen tot de houding van rechtvaardigen, en zo voor de Heer een volk in gereedheid te brengen.’ [18] Daarop zei Zacharias tegen de engel: ‘Hoe kan ik daar zeker van zijn? Ik ben een oude man en mijn vrouw is al op jaren.’ [19] De engel gaf hem ten antwoord: ‘Ik ben Gabriël, die God terzijde staat. Ik ben gezonden om met u te spreken en u dit heuglijke nieuws te brengen. [20] Maar u zult zwijgen en niet kunnen spreken tot de dag waarop dit gebeurt, omdat u mijn woorden niet hebt geloofd; maar die zullen op hun tijd in vervulling gaan.’
     [21] Het volk stond op Zacharias te wachten en verbaasde zich erover dat hij zo lang in het heiligdom bleef. [22] Toen hij naar buiten kwam kon hij niet tot hen spreken, en ze begrepen dat hij in het heiligdom een verschijning had gezien. Hij maakte gebaren naar hen en bleef stom. [23] Zodra zijn tempeldienst was afgelopen ging hij naar huis.
     [24] Niet lang daarna werd zijn vrouw Elisabet zwanger. Zij hield zich vijf maanden lang verborgen. Ze zei: [25] ‘Dit heeft de Heer voor mij gedaan, toen Hij zich mijn lot aantrok en mijn smaad* onder de mensen wegnam.’

Aankondiging van de geboorte van Jezus
     [26] In* de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad in Galilea, met de naam Nazaret, [27] naar een maagd die verloofd* was met een man genaamd Jozef, die uit het huis van David stamde; haar naam was Maria. [28] De engel trad bij haar binnen en zei: ‘Verheug* u, begenadigde, de Heer is met u.’ [29] Zij raakte geheel in verwarring door wat hij zei en vroeg zich af wat deze begroeting te betekenen had. [30] Maar de engel zei: ‘Schrik niet, Maria, u hebt genade gevonden bij God. [31] U zult zwanger worden en een zoon baren, die u de naam Jezus moet geven. [32] Hij zal een groot man zijn, en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven. [33] Hij zal eeuwig koning zijn over het huis van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’ [34] ‘Maar hoe moet dat dan?’ zei Maria tegen de engel. ‘Ik heb geen omgang met een man.’ [35] De engel antwoordde haar: ‘Heilige Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken*. Daarom zal het kind heilig genoemd worden, Zoon van God. [36] Bovendien, ook Elisabet, uw verwante, is op haar oude dag zwanger van een zoon; zij werd onvruchtbaar genoemd, maar zij is al in haar zesde maand. [37] Want voor God is niets onmogelijk.’ [38] Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’ Toen ging de engel van haar weg.

Maria bij Elisabet; Maria’s loflied
     [39] Na enkele dagen vertrok Maria met spoed naar het bergland, naar een stad van Juda. [40] Zij ging het huis van Zacharias binnen, en begroette Elisabet. [41] Meteen toen Elisabet de begroeting van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot. Elisabet werd vervuld met heilige Geest. [42] Ze riep met luide stem: ‘Gezegend ben jij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot. [43] Waar heb ik het aan te danken dat de moeder van mijn Heer bij mij komt? [44] Op het moment dat je groet mij in de oren klonk, sprong het kind van blijdschap op in mijn schoot. [45] Gelukkige* vrouw, zij die gelooft! Wat haar namens de Heer is gezegd, zal in vervulling gaan.’
     [46] Daarop zei Maria:
 
 
     [46]
‘Met* heel mijn hart roem ik de Heer,
  [47] met al mijn adem juich ik om God, mijn redder;
  [48] want Hij heeft omgezien naar zijn dienares in haar geringheid.
Voortaan prijzen alle generaties mij gelukkig,
  [49] want grote dingen heeft de Machtige met mij gedaan.
Heilig is zijn naam,
  [50] barmhartig is Hij, iedere generatie weer,
voor wie Hem eerbiedigen.
  [51] Hij heeft de kracht van zijn arm getoond,
wie zich verheven waanden, heeft Hij uiteengeslagen.
  [52] Machthebbers heeft Hij van hun troon gehaald,
geringen gaf Hij een hoge plaats.
  [53] Hongerigen overlaadde Hij met het beste,
rijken heeft Hij met lege handen weggestuurd.
  [54] Hij heeft het opgenomen voor Israël, zijn knecht,
indachtig de barmhartigheid die Hij,
  [55] zoals aan onze vaderen toegezegd,
bewijzen wil aan Abraham en zijn nageslacht, voor eeuwig.’


     [56] Maria* bleef ongeveer drie maanden bij haar; toen keerde ze naar huis terug.

Geboorte en naamgeving van Johannes; Zacharias’ profetie
     [57] Voor Elisabet was de tijd gekomen dat ze moest bevallen, en ze baarde een zoon. [58] Haar buren en haar familie hoorden hoe barmhartig de Heer voor haar was geweest, en ze deelden in haar vreugde. [59] Een* week later kwamen ze het kind besnijden, en ze wilden hem de naam van zijn vader Zacharias geven. [60] ‘Nee,’ zei zijn moeder, ‘hij moet Johannes genoemd worden.’ [61] Ze zeiden tegen haar: ‘Die naam komt in de familie toch niet voor.’ [62] Ze wenkten zijn vader, en vroegen hoe hij hem wilde noemen. [63] Hij vroeg om een schrijftafeltje en schreef daarop: ‘Zijn naam is Johannes.’ En iedereen was verbaasd. [64] Maar op hetzelfde moment kon hij zijn mond en zijn tong weer bewegen, en hij prees God. [65] De hele buurt werd door ontzag bevangen, en in heel het bergland van Judea werd dit alles druk besproken. [66] Het hield allen die ervan hoorden bezig, en men vroeg zich af: ‘Wat zal er wel niet worden van dit kind?’ Want onmiskenbaar rustte de hand van de Heer op hem. [67] Zijn vader Zacharias werd vervuld met heilige Geest en profeteerde:
 
 
     [68]
‘Gezegend* de Heer, de God van Israël,
want Hij heeft zich het lot van zijn volk aangetrokken,
en het bevrijd.
  [69] Hij heeft voor ons een reddende* kracht opgewekt
in het huis van David, zijn dienaar,
  [70] zoals Hij van oudsher had gezegd
bij monde van zijn heilige profeten:
  [71] redding uit de macht van onze vijanden,
en uit de hand van allen die ons haten,
  [72] om barmhartigheid te betonen aan onze vaderen,
en zijn heilig verbond indachtig te zijn –
  [73] de eed die Hij Abraham, onze vader, had gezworen:
Hij zou ervoor zorgen dat wij,
  [74] zonder angst en bevrijd uit de hand van de vijand,
Hem konden dienen,
  [75] in heiligheid en rechtvaardigheid,
al onze dagen.
  [76] En jij, mijn jongen,
zult profeet van de Allerhoogste worden genoemd,
want je zult voor de Heer uit gaan als zijn wegbereider;
  [77] om zijn volk te leren hoe ze gered kunnen worden
door de vergeving van hun zonden,
  [78] dankzij de innige barmhartigheid van onze God.
Zo bekommert zich om ons het licht uit de hoogte;
  [79] het zal schijnen voor wie zitten
in duisternis en in de schaduw van de dood,
het zal onze voeten naar de weg van de vrede leiden.’


     [80] De jongen groeide op en werd steeds sterker door de Geest; hij verbleef in eenzame streken tot de dag waarop hij zich aan Israël vertoonde.
Hoofdstuk 1
Proloog
[1] Nadat reeds velen zich tot taak hebben gesteld om een verslag te schrijven over de gebeurtenissen die zich in ons midden hebben voltrokken, [2] en die ons zijn overgeleverd door degenen die vanaf het begin ooggetuigen zijn geweest en dienaren van het Woord zijn geworden, [3] leek het ook mij goed om alles van de aanvang af nauwkeurig na te gaan en deze gebeurtenissen in ordelijke vorm voor u, hooggeachte Theofilus, op schrift te stellen, [4] om u te overtuigen van de betrouwbaarheid van de zaken waarin u onderricht bent.

Aankondiging van de geboorte van Johannes
     [5] Toen Herodes koning van Judea was, leefde er een priester die Zacharias heette en tot de priesterafdeling Abia behoorde. Zijn vrouw, Elisabet, stamde af van Aäron. [6] Beiden waren vrome en gelovige mensen, die zich strikt aan alle geboden en wetten van de Heer hielden. [7] Ze hadden geen kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar, en beiden waren al op leeftijd.
     [8] Toen de afdeling van Zacharias eens aan de beurt was om de priesterdienst te vervullen, [9] werd er volgens het gebruik van de priesters geloot en werd Zacharias door het lot aangewezen om het reukoffer op te dragen in het heiligdom van de Heer. [10] De samengestroomde menigte bleef buiten staan bidden terwijl het offer werd gebracht. [11] Opeens verscheen hem een engel van de Heer, die aan de rechterkant van het reukofferaltaar stond. [12] Zacharias schrok hevig bij het zien van de engel en hij werd door angst overvallen. [13] Maar de engel zei tegen hem: ‘Wees niet bang, Zacharias, je gebed is verhoord: je vrouw Elisabet zal je een zoon baren, en je moet hem Johannes noemen. [14] Vreugde en blijdschap zullen je ten deel vallen, en velen zullen zich over zijn geboorte verheugen. [15] Hij zal groot zijn in de ogen van de Heer, en wijn en andere gegiste drank zal hij niet drinken. Hij zal vervuld worden met de heilige Geest terwijl hij nog in de schoot van zijn moeder is, [16] en hij zal velen uit het volk van Israël tot de Heer, hun God, brengen. [17] Als bode zal hij voor God uit gaan met de geest en de kracht van Elia om ouders met hun kinderen te verzoenen en om zondaars tot rechtvaardigheid te brengen, en zo zal hij het volk gereedmaken voor de Heer.’
     [18] Zacharias vroeg aan de engel: ‘Hoe kan ik weten of dat waar is? Ik ben immers een oude man en ook mijn vrouw is al op leeftijd.’ [19] De engel antwoordde: ‘Ik ben Gabriël, die altijd in Gods nabijheid is, en ik ben uitgezonden om je dit goede nieuws te brengen. [20] Maar omdat je geen geloof hebt gehecht aan mijn woorden, die op de voorbestemde tijd in vervulling zullen gaan, zul je stom zijn en niet kunnen spreken tot de dag waarop dit alles gaat gebeuren.’
     [21] De menigte stond buiten op Zacharias te wachten, en de mensen vroegen zich af waarom hij zo lang in het heiligdom bleef. [22] Maar toen hij naar buiten kwam, kon hij niets tegen hen zeggen. Ze begrepen dat hij in het heiligdom een visioen had gezien; hij maakte gebaren tegen hen, maar spreken kon hij niet. [23] Toen zijn tempeldienst voorbij was, ging hij terug naar huis.
     [24] Korte tijd later werd zijn vrouw Elisabet zwanger. Ze leefde vijf maanden lang in afzondering en zei bij zichzelf: [25] De Heer heeft zich mijn lot aangetrokken. Hij heeft dit voor mij gedaan opdat de mensen me niet langer verachten.

Aankondiging van de geboorte van Jezus
     [26] In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea, [27] naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria. [28] Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ [29] Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had. [30] Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. [31] Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. [32] Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. [33] Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’
     [34] Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.’ [35] De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God. [36] Luister, ook je familielid Elisabet is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap, [37] want voor God is niets onmogelijk.’ [38] Maria zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Daarna liet de engel haar weer alleen.

Maria en Elisabet
     [39] Kort daarop reisde Maria in grote haast naar het bergland, naar een stad in Juda, [40] waar ze het huis van Zacharias binnenging en Elisabet begroette. [41] Toen Elisabet de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot; ze werd vervuld met de heilige Geest [42] en riep luid: ‘De meest gezegende ben je van alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot! [43] Wie ben ik dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt? [44] Toen ik je groet hoorde, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. [45] Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan.’
 
     [46]
Maria zei: ‘Mijn ziel prijst en looft de Heer,
  [47] mijn hart juicht om God, mijn redder:
  [48] hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares.
Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen,
  [49] ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan,
heilig is zijn naam.
  [50] Barmhartig is hij, van geslacht op geslacht,
voor al wie hem vereert.
  [51] Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm
en drijft uiteen wie zich verheven wanen,*
  [52] heersers stoot hij van hun troon
en wie gering is geeft hij aanzien.
  [53] Wie honger heeft overlaadt hij met gaven,
maar rijken stuurt hij weg met lege handen.
  [54] Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar,
zoals hij aan onze voorouders heeft beloofd:
hij herinnert zich zijn barmhartigheid
jegens Abraham en zijn nageslacht,
tot in eeuwigheid.’

     [56] Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar, en ging toen terug naar huis.

De geboorte van Johannes
     [57] Toen de dag van haar bevalling was aangebroken, bracht Elisabet een zoon ter wereld. [58] Haar buren en verwanten hoorden hoe barmhartig de Heer voor haar was geweest, en ze verheugden zich samen met haar. [59] Op de achtste dag kwamen ze het kind besnijden, en ze wilden het Zacharias noemen, naar zijn vader. [60] Maar zijn moeder zei: ‘Nee, Johannes zal hij heten!’ [61] Ze zeiden tegen haar: ‘Er is niemand in je familie die zo heet.’ [62] Ze beduidden zijn vader te laten weten hoe hij het kind wilde noemen. [63] Hij vroeg om een schrijftablet en schreef erop: ‘Johannes is zijn naam.’ Iedereen was verbaasd. [64] En meteen werd de verlamming van zijn mond en zijn tong ongedaan gemaakt, en hij begon te spreken en loofde God. [65] Alle omwonenden waren diep onder de indruk, en in heel het bergland van Judea werden deze gebeurtenissen besproken. [66] Ieder die het hoorde bleef erover nadenken, en vroeg zich af: Hoe zal het verder gaan met dit kind? Want de machtige hand van de Heer beschermde hem.
     [67] Zijn vader Zacharias werd vervuld met de heilige Geest en sprak deze profetie:
  [68] ‘Geprezen zij de Heer, de God van Israël,
hij heeft zich om zijn volk bekommerd en het verlost.
  [69] Een reddende kracht heeft hij voor ons opgewekt
uit het huis van David, zijn dienaar,
  [70] zoals hij van oudsher heeft beloofd bij monde van zijn heilige profeten:
  [71] bevrijd zouden we worden van onze vijanden,
gered uit de greep van allen die ons haten.
  [72] Zo toont hij zich barmhartig jegens onze voorouders
en herinnert hij zich zijn heilig verbond:
  [73] de eed die hij gezworen had aan Abraham, onze vader,
dat wij,
  [74] ontkomen aan onze vijanden,
hem zonder angst zouden dienen,
  [75] toegewijd en oprecht,
altijd levend in zijn nabijheid.
  [76] En jij, kind, jij zult genoemd worden: profeet van de Allerhoogste,
want voor de Heer zul je uit gaan om de weg voor hem gereed te maken,
  [77] en om zijn volk bekend te maken met hun redding
door de vergeving van hun zonden.
  [78] Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God
zal het stralende licht uit de hemel over ons opgaan
  [79] en verschijnen aan allen die leven in duisternis
en verkeren in de schaduw van de dood,
zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede.’

     [80] Het kind groeide op en werd gesterkt door de Geest. Johannes leefde in de woestijn tot de dag aanbrak waarop hij zich kenbaar maakte aan het volk van Israël.



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013.
- Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties